Home

Werkelijk surrealistisch, hoe visionair Aldous Huxley tachtig jaar geleden was in ‘De tijd van de oligarchen’

De visionaire Aldous Huxley zag de techdystopie van tegenwoordig tachtig jaar geleden al aankomen: de massa wordt in een wurggreep gehouden door verslavende algoritmen en ‘boy-gangsters’ maken de dienst uit.

is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.

Bij menig filosofiestudent in de vroege jaren negentig lag Aldous Huxley prominent op tafel, naast Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert Pirsig en het Tibetaans dodenboek. En dan niet het boek waar de Britse schrijver het bekendst mee is geworden (Brave New World), maar The Doors of Perception.

Ik was een van die studenten.

In dit autobiografische essay uit 1954 beschrijft Huxley zijn ervaring met de psychedelische drug mescaline, die net als lsd de gebruikelijke filters verstoort waarmee we de wereld waarnemen. Daardoor ontstaat volgens hem een stroom van zuivere perceptie, vergelijkbaar met Plato’s Ideeën of mystieke ervaringen.

Het boek gaf drugsinname een welkom intellectueel fundament.

Opvallend vooruitziende blik

Ik weet niet of dit werk, waarnaar trouwens ook de band The Doors werd vernoemd, nog veel wordt gelezen. Wat ik wel weet, is dat deze tijd vooral een blik naar buiten nodig heeft. Het fijne van de veelzijdige Huxley is dat hij ook daarin voorziet.

Zijn essay De tijd van de oligarchen uit 1946 leidde lange tijd een obscuur bestaan. Onterecht, want met opvallend vooruitziende blik beschrijft de schrijver een wereld waarin de politieke macht in handen is van een minderheid van wat hij ‘boy-gangsters’ noemt.

Huxleys betoog is nu ook in het Nederlands vertaald, voorafgegaan door een fijne en verhelderende inleiding van Bas Heijne, die begint met het aanstippen van de verschillen tussen de twee chroniqueurs van de moderne dystopie: George Orwell en Aldous Huxley.

In 1949 schrijft Huxley een brief aan Orwell, kort nadat deze laatste zijn roman 1984 heeft gepubliceerd. Huxley vraagt zich daarin af of autoritaire leiders zich in de toekomst inderdaad zullen verlaten op systematische onderdrukking. ‘Ikzelf geloof dat de heersende oligarchie minder moeizame en omslachtige manieren zal vinden om te regeren en hun machtswellust uit te leven, en dat deze zullen lijken op die ik in Brave New World heb beschreven.’

Voor wie Brave New World niet heeft gelezen: de wereld van Huxley is één groot pretpark waarin geen boze kracht van buitenaf nodig is om mensen te onderdrukken en hun autonomie te ontnemen. De mensen doen dat zelf door technologie te omarmen die hun vermogen om te denken onderuithaalt. Ook hier is zijn analyse griezelig precies.

‘In Orwells dystopie wordt vrije geesten iedere zuurstof ontnomen, in die van Huxley worden ze aangenaam verdoofd’, schrijft Heijne. Het is een variant op de uitspraak van techcriticus Neil Postman uit 1985: Orwell vreesde dat wat we haten ons zou vernietigen; Huxley dat wat we liefhebben.

Anno 2026 zijn dat onze mobieltjes en chatbots, met behulp waarvan we ons in verdoofde gelukzaligheid onderdompelen.

Surrealistische ervaring

In De tijd van de oligarchen richt Huxley zijn pijlen op de oligarchen die de vruchten van technologische vooruitgang in handen hebben en de massa onderdrukken.

Het is bijna een surrealistische ervaring om het tachtig jaar oude boekje te lezen met de bril van nu. De observaties van Huxley geven het gevoel rechtstreeks uit een hedendaagse analyse van het huidige tijdsgewricht te komen. Maar dit komt toch echt uit 1946: ‘Als de centrale gezaghebber vandaag de dag onderdrukkend wil optreden, dan heeft hij een haast wonderbaarlijk doeltreffende onderdrukkingsmachinerie klaarstaan om in te zetten.’

Huxley heeft het niet alleen over tanks, vliegtuigen of geweren, maar nadrukkelijk ook over propaganda en desinformatie: ‘De pen en de stem zijn minstens zo machtig als het zwaard.’ Voortschrijdende technologie gaf de toenmalige machthebbers (die van 1946 dus) overtuigingsmiddelen in handen ‘die vergeleken met de middelen waarover eerdere heersers beschikten eindeloos superieur zijn’, aldus de schrijver.

Dan gaat het nog om ‘de rotatiepers en recenter de radio’ die bijdragen aan de concentratie van politieke en economische macht. Maar de analyse snijdt nog steeds hout, ook al zijn de gebruikte technieken inmiddels anders. Nóg weer stukken superieurder, uiteraard.

Beïnvloedingsmachines

De persen en de radio bestaan nog altijd, maar de effectiefste beïnvloedingsmachines zijn nu de sociale media. De Amerikaanse president Donald Trump heeft met Truth Social zelf zo’n kanaal in handen, terwijl X wordt bestierd door techbro Elon Musk, die het netwerk heeft omgevormd tot een propagandakanaal voor zowel Trump als zijn eigen radicaal-rechtse theorieën over omvolking.

‘Tegenwoordig kan een welbespraakte dictator zijn emotioneel geladen evangelie in de oren van tientallen miljoenen mensen gieten’, betoogt Huxley. Om te vervolgen: ‘Wat Marcus Antonius kon met de meute die zich verzamelde rond het lijk van Caesar, kan zijn hedendaagse tegenhanger doen met hele landen.’ Niet eerder waren zo veel mensen overgeleverd aan zo weinig mensen, concludeert hij. En ook, verderop: ‘Op het gebied van internationale politiek worden de belangrijkste beslissingen niet genomen door rationele volwassenen, maar altijd door boy-gangsters.’

Dat is alleen maar erger geworden.

Nóg zo’n heerlijke observatie die sterk riekt naar een anachronisme, zo vooruitziend is ze: beïnvloeding door propaganda gaat gepaard met verslavende prikkels. In de wereld van Orwell zijn het kranten die een loopje nemen met de waarheid en publiek trekken met sensatieverhalen.

Anno 2026 zijn het de algoritmen van Musk en consorten die de massa in een ijzeren wurggreep houden terwijl ze zich richting de ondergang swipet.

Aldous Huxley: De tijd van de oligarchen. Uit het Engels vertaald door Thomas Heij en ingeleid door Bas Heijne. Prometheus; 112 pagina’s; € 15.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next