Op Curaçao liep Elise’s relatie stuk. Later zit ze in het grijze Nederland in de trein naar Amsterdam. Naast haar zit een jongen met een pet, en bij het uitstappen kijken ze elkaar heel even aan.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Het was rond de eeuwwisseling, december 1999 om precies te zijn, dat ik in de trein zat naar Amsterdam, op weg naar een vriend. Het was er druk, alle stoelen waren bezet. Ik had een plaatsje bij het raam bemachtigd. Ik haalde de Woningkrant, de fysieke voorganger van Funda, uit mijn tas, trok de wikkel eraf, gooide die weg en begon erin te bladeren.
Nog niet zo lang geleden was ik teruggekomen uit Curaçao, waar ik een tijd had gewoond. Mijn relatie was daar stukgelopen. Ik was er, zoals een vriendin terecht opmerkte, naartoe gegaan met het idee: we gaan met zijn tweeën en komen met zijn drieën terug. Maar het was anders gelopen. Ik was 39, zonder kinderen en opnieuw single.
Toen ik na al die maanden de deur van ons oude appartement opende, stonden daar onder het aanrecht nog steeds de lege wijndozen van het afscheidsfeest dat mijn vriend en ik hadden gegeven voor ons vertrek. In de put zat ik niet, alles voelde eerder als een soort onbestemde overgangsfase, zonder een idee te hebben waarheen die zou kunnen leiden. Lang niet al mijn vriendinnen hadden een gezin, maar wel veel. Ik vond het ook wel een fijn idee om na die tijd op dat ‘leve de lol-eiland’ met eeuwige zon weer onder de grijze luchten van het moederland te zijn. Dan viel het tenminste niet zo op als ik me eens een paar dagen niet jofel voelde.
Naast me zat een jongen met een pet. Bij het Amstelstation moest ik eruit. Hij stond op om mij erlangs te laten. Toen ik hem aankeek en hem snel in me opnam, zag ik een lange slanke man, piepjong, een student nog vermoedde ik. Hij lachte. Het vluchtige contact was zoals zoveel ontmoetingen in de trein: je ziet iemand, merkt op wat-ie aan heeft, misschien wijd je zelfs een gedachte aan een glimlach, je fantaseert kort over hoe iemands leven eruit zou kunnen zien. En zodra je uitstapt, vervliegt alles en niets van wat je kort ervoor dacht en zag zal ooit een herinnering worden.
Twee dagen later vond ik een kaartje in de bus van een onbekende afzender. Er stond op: ‘Je adres lag er zo uitnodigend bij in het prullenbakje, was dat toeval? Zo ja, sorry voor deze inbreuk, zo nee: bel me dan’. Een mobiele telefoon was in die tijd nog vooruitstrevend. Zelf had ik er geen. Hier stond een 06-nummer bij. Hij noemde de dag en het tijdstip dat we elkaar hadden gekruist, en ik herinnerde me plots dat jonge gastje met die pet. Hij moest de adreswikkel van de woningkrant uit het vuilnisbakje hebben gevist. Maar had hij wel goed naar me gekeken, dacht ik, want ik was vast en zeker een stuk ouder dan hij.
Ik liet het briefje aan mijn huisgenoot zien. ‘O, wat leuk’, zei ze, ‘wat romantisch.’ Ja, romantisch was het zeker. Een paar dagen heb ik gewacht, gewoon gewacht. Niet dat ik twijfelde of ik zou bellen, want natuurlijk zou ik bellen, maar beter niet meteen. Toen draaide ik zijn nummer. Jij bent de jongen met de pet, begon ik. Ik ben het meisje uit de prullenbak. En hij begon: o, ik hoop dat je me mijn kaartje niet kwalijk neemt. Waarna ik een beetje geïrriteerd dacht: hé, krabbel je nu terug? Je hebt al die moeite gedaan en nu ga je ineens bescheiden doen? Maar toen stelde hij voor af te spreken, op een vrijdagmiddag, in de Winkel van Sinkel, een Utrechts café dat nog steeds bestaat. Van tevoren had ik een voorbehoud ingebouwd. Ik dacht: als hij voor de deur van het café op me staat te wachten, dan is hij niet de man voor mij en ga ik niet eens naar binnen. Maar buiten stond niemand. Hij zat in het midden van de ruimte en toen hij zijn pet voor me afnam zag ik een kaal plekje op zijn hoofd, zo jong was hij dus kennelijk niet. Hij bleek zelfs twee jaar ouder dan ik, 42 jaar. Hij had twee kinderen, ook daar had ik niet op gerekend.
Tegen mijn huisgenoot had ik gezegd dat ik na een half uur weer terug zou zijn, maar we hebben de hele avond zitten kletsen en het was gewoon gezellig. Hij droeg een oranje sweater en aan de manier waarop die losjes om zijn torso hing, kon ik zien dat hij een mooi lichaam had. Zijn schouders waren stevig, gelukkig niet papperig. Hij vertelde lachend over zijn spontane ingeving het papier met mijn naam erop uit de vuilnisbak te plukken, ‘je naam stak er bovenuit.’
Zou hij mijn man kunnen worden, dacht ik telkens heel even, om die gedachte dan meteen weer te verwerpen. In 1999 leerde je nieuwe vrienden eigenlijk vooral via via kennen. Zo wist je al een beetje van iemands achtergrond voordat het tot een afspraak kwam. Maar deze man kwam gewoon uit de lucht vallen. Hij deelde niet mijn academische achtergrond, had een baan waaruit ik niks kon afleiden, speelde saxofoon, maakte grappen waar ik om moest lachen. Maar wie was hij? Ik merkte dat mijn vertrouwen in de liefde in Curaçao toch wel een deuk had opgelopen. Het hoofdstuk kinderen had ik intussen afgesloten, maar een leven zonder partner kon ik me niet voorstellen. Ik kon me niet blijven verstoppen.
Aan het einde van de avond bracht hij me naar het station en ineens hoorde ik mezelf vragen of hij binnenkort een gekregen fles wijn met me wilde komen opdrinken. Op die tweede date hebben we voorzichtig gezoend. Pas op de vierde afspraak, nadat ik hem eerst voor een soort dubbelcheck had laten kennismaken met een paar vrienden, is hij blijven slapen. Dat is nu 26 jaar geleden. We zijn getrouwd en doen bijna alles samen. Wie zegt dat ik veel minder zelfstandig ben dan toen ik 40 was, heeft helemaal gelijk, maar ik ben nu wel een stuk gelukkiger. Zomaar een avond met hem gaat bijvoorbeeld zo: er zijn vrienden op bezoek, hij kookt bij ons thuis, op de gedekte tafel staan kaarsen, tussen de gerechten pakt hij zijn saxofoon erbij en gaat erop spelen, we eten, praten en ik denk: wat houd ik van hem, die jongen uit de trein met de pet en nog veel meer.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Elise gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant