Ria nam een adoptiehond in huis, en liet daarmee een wens in vervulling gaan. Het liep echter anders dan gehoopt. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘Toen ik een jaar of 4 was, waren mijn ouders mij vaak kwijt omdat ik altijd achter hondjes aanliep. Mijn vriendinnetje had thuis een hond en daar was ik idolaat van. Al jong wist ik dat ik geen kinderen wilde. Ik bedoel dat niet akelig, maar ik heb gewoon niet zoveel met kinderen. Des te meer heb ik met dieren, en in het bijzonder met honden. Een hond is geen kind, dat besef ik ten volste, maar voor mij is er geen verschil als het gaat om de liefde die ik voel en de behoefte om het dier ten koste van alles te beschermen. Een hond staat zo dichtbij de mens, de interactie is zo groot, dat je er een intense band mee kunt opbouwen.
Negen jaar geleden ging ik met Frits, mijn partner, op vakantie naar Corfu. Ik had weleens over zwerfhonden gehoord, maar ik was er niet erg mee bezig. Totdat ik in het paadje naast ons hotel een zwaar verwaarloosde hond zag. Het dier was zo mager dat zijn botten uitstaken. Wij moesten na acht dagen naar huis, maar ik kon dat hondje niet loslaten. Eenmaal thuis besloot ik voor een stichting te gaan werken die bemiddelde in zwerfhondjes. Toen mijn golden retriever overleed, wilde ik ontzettend graag zelf een hond uit het buitenland adopteren. Er kwam een hond beschikbaar die Hoppie heette, een pup van vier maanden. Op het moment dat ik de foto zag, was ik verkocht.
Hoppie kwam uit Roemenië. Na een reis van 48 uur kwam er een hoopje ellende uit de bus. Een bang en ziek hondje. Hij hoestte, had ontstoken ogen en oren. De dierenarts constateerde ook een beginnende longontsteking. Hij moest aan de antibiotica en we zijn drie weken intensief met hem aan het dokteren geweest. Veel nachten heb ik met hem opgezeten. Geen probleem, als je kind ziek is doe je dat ook.
Na vijf weken, hij was inmiddels opgeknapt, werd duidelijk dat Hoppie niet overweg kon met onze drie katten en twee konijnen, die vrij rond liepen in onze tuin. Zodra hij een van de dieren zag, viel hij fel tegen ze uit. Voor mensen, auto’s en fietsers was hij heel bang. Het moeilijkste was dat hij geen mensen tolereerde in huis. Tegelijkertijd was hij ontzettend lief. Het was ook gewoon een pup die speelde met balletjes. We gingen veel met hem naar het bos, met andere honden ging het hartstikke goed. ’s Avonds kwam hij uit zichzelf op de bank op mijn schoot liggen.
Na een paar maanden begon het te ontsporen. We konden geen bezoek meer thuis ontvangen. Als de bel ging, draaide hij helemaal door. Nadat hij een van de katten had gegrepen, hebben we een gedragstherapeut in de hand genomen. Zij verklaarde zijn gedrag aan de hand van een emmertje. Zijn stressemmertje zat volledig vol, legde ze uit. Alles wat erbij kwam, maake het erger. Dat emmertje moest leeg. Maar dat lukte niet omdat hij in een woonwijk woonde met auto’s en fietsers en in een huis met katten en de konijnen. Er kwam hier niemand meer over de vloer, maar soms moest het wel, zoals de monteur voor de wasmachine. Dan flipte hij helemaal.
Op een vrijdagavond was Hoppie zo opgefokt dat we hem niet rustig kregen. Op een gegeven moment begon hij Frits in zijn been te bijten. We besloten hem in de huiskamer tot bedaren te laten komen, en gingen zelf in de gang op de trap zitten. Toen we daar zaten dacht ik: de katten zitten boven, de konijnen lopen door de tuin, wij zitten op de trap, en in de kamer zit een doodongelukkig hondje. Zo gaat het niet langer.
De volgende ochtend heb ik de dierenarts en de gedragstherapeut gebeld. De gedragstherapeut wist het ook niet meer en de dierenarts kwam met de suggestie om Hoppie antidepressiva te geven. Dat stuitte me enorm tegen de borst. Hoppie was helemaal niet depressief, hij kon alleen niet leven in onze omstandigheden. Moest ik een hondje van negen maanden waarmee in principe niets aan de hand was, op zulke medicatie zetten? Wat hij nodig had, was rust, een omgeving zonder prikkels. Een vrijstaand huis of een boerderij. In mijn wanhoop belde ik de stichting om te vragen of Hoppie herplaatst kon worden.
Diezelfde middag belde de stichting terug om te vertellen dat ze een plek hadden gevonden, een lot uit de loterij. Het was een gezin dat naar Zweden zou emigreren en waar al een aantal andere buitenlandse honden via de stichting waren geplaatst. Toen ik de vrouw van het gezin belde, was ze kil en gereserveerd aan de telefoon. We spraken de volgende ochtend af op een parkeerplaats bij een bos. Terwijl we een korte wandeling maakten probeerde ik haar dingen over Hoppie te vertellen. Maar de vrouw zei kortaf dat ik niets hoefde uit te leggen, dat zou ze zelf wel ontdekken, en bovendien wist ze genoeg van honden. Na een kwartiertje zette Frits de tegenstribbelende Hoppie in hun auto. Het laatste wat ik zag waren zijn grote paniekogen.
Toen ik ’s avonds belde om te vragen hoe het met hem ging, nam ze niet op. De volgende ochtend appte ik weer, waarop ze antwoordde dat de stichting een Facebooksite voor adoptanten heeft, daar kon ik op kijken. Twee dagen nadat ze hem hadden meegenomen, stond daar een foto van Hoppie op. Hij zat bij hun in de tuin en ik kon zien dat hij bang was. Er stond onder: dit is Thor, onze nieuwe hond. Het was een klap in mijn gezicht, alsof Hoppie nooit had bestaan. Nadat ik haar had geprobeerd uit te leggen hoeveel hij voor mij had betekend, blokkeerde ze me op alle kanalen. Ik heb nooit meer iets vernomen.
Ik heb zo’n spijt dat ik Hoppie heb meegegeven, het is de grootste fout die ik in mijn leven heb gemaakt. Ik snap gewoon niet van mezelf hoe ik het heb kunnen doen. Het belang van mijn honden staat te allen tijde voorop. Ik heb zes getraumatiseerde golden retrievers gehad en het kwam altijd goed. Op het moment dat ik met Hoppie in dat bos stond, schreeuwde alles in mij dat ik hem niet moest meegeven. Ik heb uit pure paniek gehandeld.
Achteraf had ik in mijn eentje een maand met Hoppie naar een zomerhuisje moeten gaan, zodat hij tot rust kon komen. Dan hadden we vanuit die situatie verder kunnen kijken. Ik neem het mezelf ontzettend kwalijk dat ik hem heb weggedaan. Ik heb een rouwtherapeut en een psycholoog bezocht om over mijn spijtgevoelens te praten. Ik snap het rationeel allemaal wel, maar het hielp niks. Iedereen zegt: je deed het voor Hoppie, om hem een gelukkiger leven te geven. Het zal best, maar dat maakt het niet minder erg.
Twee maanden nadat Hoppie weg was, is Lancelot bij ons gekomen, een golden retriever van negen jaar. We besloten dat we op vakantie naar Zweden zouden gaan, naar de buurt waar Hoppie woont. Al zou ik maar één glimp van Hoppie vrolijk rennend door hun tuin opvangen, dan zou me dat zoveel troost bieden. Maar Lancelot bleek niet tegen autorijden te kunnen, dus het ging niet door.
Ik ben stapeldol op Lancelot, het is een ontzettend lieve en dankbare hond. Hij heeft een zwaar leven gehad, dus hij zal waarschijnlijk niet oud worden. Een hond heeft een bepaalde levensverwachting. Natuurlijk ben ik als een hond overlijdt ook weken intens verdrietig, maar dat is de realiteit. Met Hoppie is het een ander verhaal. De spijt die ik voel over mijn beslissing is bijna niet te dragen. Er zit een gat in mijn hart dat niet dichtgaat.’
Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant