Home

Bob Dylan, hagelslag, Orwell en een begraafplaats: de verrassende keuzes van weekendgids Patrick Bringley

Tien jaar werkte hij als suppoost in een museum, en schreef daar een boek over. Maar veel van de mooiste kunst leert ons niets nieuws, zegt Patrick Bringley. Het herinnert ons aan het voor de hand liggende. ‘Een boodschap die niet veel ingewikkelder is dan: we gaan allemaal dood, misschien zouden we daar eens stil bij moeten staan.’

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Patrick Bringley had het als begin-twintiger helemaal voor elkaar. Na zijn studie literatuur werd hij aangenomen bij de evenementenafdeling van het prestigieuze blad The New Yorker. Voor zijn werk had hij contact met grootheden zoals schrijver Stephen King.

Maar toen, het was 2005, werd zijn twee jaar oudere broer Tom ziek. Ondanks bestraling en chemotherapie zaaide de kanker uit naar zijn longen. In 2008 overleed hij.

Zittend aan het ziektebed van zijn broer was Patrick vervreemd geraakt van zijn ‘glamoureuze’ baan, die uiteindelijk toch vooral neerkwam op het versturen van mailtjes. Hij nam ontslag en solliciteerde naar de minst glamoureuze baan op de mooiste plek die hij zich kon voorstellen.

Over de tien jaar waarin hij als suppoost troost zocht en vond in het Metropolitan Museum in New York schreef Bringley Al het moois in de wereld – Over kunst, verlies en het leven.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

‘Een wonderschoon, helder boek’, schrijft NRC. ‘Een prachtig verhaal over schoonheid’, aldus The Washington Post. ‘Het is ook een verhaal over verdriet, het evenwicht tussen eenzaamheid en kameraadschap, en het vinden van vreugde in zowel het verhevene als het alledaagse.’

Ja, hij heeft zijn werk als suppoost romantischer voorgesteld dan het is, maar niet veel. ‘Als suppoost heb je zoveel tijd dat overal tijd voor is’, zegt Bringley (42), een man met een zachte blik onder een honkbalpetje van de New York Mets, via een videoverbinding vanuit zijn woonkamer in Brooklyn. ‘Natuurlijk verveel je je soms. Natuurlijk wil je soms liever buiten zijn als de zon schijnt. Maar ik mis het werk nu echt.’

Hij stopte als suppoost onder meer omdat het strenge rooster moeilijk te combineren was met zijn gezin. De afgelopen jaren werkte hij aan zijn boek en de daarop gebaseerde theatershow. ‘Ik ben weer mails aan het schrijven en moet me met allerlei beslommeringen bezighouden, terwijl ik hiervoor werk had waarbij alles goed was zodra ik kwam opdagen en zolang ik mijn blik omhoog had gericht, naar de prachtige kunst aan de muur en de interessante mensen die me er vragen over stelden.’

Zijn boek stond in Zuid-Korea bovenaan de bestsellerlijst. ‘Toen ik daar was, zei een journalist dat het boek heel Amerikaans is’, zegt hij.

‘Hij vertelde dat Zuid-Koreanen pas iets over kunst durven te zeggen als ze alle belangrijke boeken erover hebben gelezen. Dat komt doordat ze een oude en homogene cultuur hebben, waarin iedereen het eens is over de canon. In de Verenigde Staten hebben we dat minder.’

Bringley is ‘geen expert in Nederlandse kunst of Chinese handrollen of wat dan ook’, zegt hij. ‘Maar ook gewone bezoekers kunnen zich in een museum verhouden tot iets dat een ander mens heeft gemaakt. Ik ben niet terughoudend en probeer zoveel mogelijk kunst en betekenis uit een werk te halen. Dat vonden de Zuid-Koreanen bevrijdend.’

Al het moois in de wereld gaat niet over kunst an sich. ‘Sommige museumbezoekers zijn geïnteresseerd in kunst omwille van de kunst. Ze willen weten wat de barok is en wat de rococo. Maar anderen zijn vooral bezig met hun eigen korte leven in deze grote, mysterieuze wereld. En kunstenaars hebben daar veel over te zeggen. Ze hebben mensen vastgelegd uit allerlei hoeken en tijdperken van de wereld en staan erbij stil bij wat het betekent om mens te zijn.’

Bewust heeft Bringley een vrijwel jargonvrij boek geschreven. ‘Ik wil duidelijk maken dat zelfs als je niet geïnteresseerd bent in kunstgeschiedenis, je het Rijksmuseum kunt binnenlopen en toch versteld kunt staan van alles wat je daar over de wereld in het algemeen kunt leren en ontdekken.’

Hij hoopt lezers beter te leren kijken. ‘Dat kan doodsimpel. Het eerste wat je moet doen is niets doen. Probeer in het Rijksmuseum geen vooringenomen ideeën te hebben over Rembrandt. Denk niet: dit zijn die saaie dingen die ze me op school probeerden bij te brengen. Maar denk ook niet: dit is Rembrandt, dit moet wel het allerbeste ooit zijn. Calm down. Laat een gevoel van ontdekking toe – het besef dat je even buiten het normale ritme van het leven stapt.’

Veel van de mooiste kunst leert ons niets nieuws, zegt Bringley, maar herinnert ons aan het voor de hand liggende. ‘Een ingewikkeld betoog kun je beter kwijt in een boek dan in een schilderij. Een kunstwerk appelleert vaak aan een gevoel dat niet in taal te vatten is, of, zoals bij kruisigingsscènes, een boodschap die niet veel ingewikkelder is dan: we gaan allemaal dood, misschien zouden we daar eens stil bij moeten staan.’

Muzikant: Bob Dylan

‘Met Bob Dylan voel ik een intensere verbondenheid dan met welke kunstenaar dan ook. Mijn favoriete album is Blood on the Tracks, uit 1975, dat hij heeft opgenomen na een scheiding. De liedjes zijn wonderschoon vanwege de pijn die erin zit, de persoonlijkheid die zo tastbaar aanwezig is. Het is alsof er niet alleen een lied wordt onthuld, maar ook een deel van een mens.

‘In het album zit volgens mij zowel verlangen als verdriet en melancholie – over het stuklopen van een huwelijk, over verlies. Dylans liedjes hebben dezelfde kwaliteit als een schilderij van een oude meester, waarin schoonheid vaak onlosmakelijk verbonden is met verdriet.

‘Zijn muziek is doordrenkt van grote eerbied voor de folk-, blues- en rock-’n-rolltradities. Tegelijkertijd smeedt hij die invloeden om tot iets geheel unieks. Dylan is misschien wel de culminatie van wat waarschijnlijk de grootste Amerikaanse kunstvorm is: muziek. Wij hebben geen oud land zoals jullie en op veel kunstgebieden lopen we behoorlijk achter, maar de Amerikaanse popmuziek kent een diepgewortelde en rijke traditie.’

Verrassing in Nederland: hagelslag

‘Toen ik een aantal jaar geleden met mijn moeder Nederland bezocht, vond ik de leukste verrassing dat jullie van sprinkles op toast blijken te houden.

Visiting Holland is a funny thing. Ik wist ook niet van jullie liefde voor pannenkoeken met allerlei smaakjes. En toen we Delft bezochten, werd ik weer zo jaloers op alle pleinen die jullie in Europa hebben. De steden zijn best dichtbebouwd, maar terwijl je rondloopt, openen ze zich telkens weer, bijna uit het niets.

‘Een stad als Delft is niet zo groot, maar heeft wel zo’n groot centraal plein. New York heeft dat niet. Terwijl zo’n plein zo prettig is – het geeft een stad de kans om te ademen.’

Non-fictieboek: Homage to Catalonia van George Orwell

‘Orwell schrijft in een stijl die prachtig, eenvoudig en rechttoe rechtaan is. Hij wil dat zijn proza als een helder raam is. Zijn stijl moet niet voortdurend in het oog springen.

Homage to Catalonia gaat over Orwell die gaat vechten in de Spaanse Burgeroorlog. Tot in zijn botten voelde hij dat hij dat móést doen. Hij móést het fascisme bestrijden – hij had het gevoel dat hij moreel geen andere keuze had. Tegelijkertijd beseft hij dat hij in een veel meer bevoorrechte positie verkeert dan de meeste Spaanse boeren met wie hij zij aan zij strijdt.

‘Hij heeft die typische Engelse stiff upper lip. Hij maakt enorme ontberingen door – uiteindelijk wordt hij naar huis gestuurd omdat hij door zijn keel is geschoten – maar klaagt niet over zichzelf. In plaats daarvan observeert hij wat er met anderen gebeurt. Dat vind ik ontroerend.

‘Alles in het leven is moeilijk, en een boek schrijven vond ik heel, heel moeilijk. Vaak wilde ik zuchten en steunen. Daarom was het voor mij zo waardevol om dit boek te lezen en te herlezen – daarvan ging ik beter schrijven én minder klagen.’

Begraafplaats: Green-Wood Cemetery in New York

‘Ik woon in Brooklyn, in Sunset Park. Het is hier prachtig, er wonen veel Chinezen en Mexicanen en ten noorden van ons is er een gigantische begraafplaats.

‘Het is uitgestrekt, glooiend, idyllisch én je kunt er helemaal alleen zijn. Je verliest elk besef dat je in een grote stad bent, je bevindt je in een landschap met amberbomen, beuken en iepen. De kleuren zijn geweldig in de herfst, het beste seizoen in New York.

‘Er liggen fantastische graven, zoals die van Leonard Bernstein en Jean-Michel Basquiat. Wat voor mij ontroerend is: mijn broer ligt begraven op Mount Greenwood Cemetery in Chicago, wat vrijwel zeker vernoemd is naar Green-Wood Cemetery. We doen alsof een oud, verweerd graf in Brooklyn – de letters zijn inmiddels onleesbaar – het zijne is. Mijn vrouw en ik hebben daar inmiddels een kleine nis gekocht waar ooit onze urn komt te staan.

‘Ik kan de begraafplaats van harte aanbevelen. Het is een van mijn favoriete plekken ter wereld, misschien wel mijn meest favoriete plek.’

Museum: Nationaal Museum voor Antropologie in Mexico-Stad

‘Onlangs was ik in Mexico-Stad en dit museum was ongelofelijk. Het is hét museum over de oude beschavingen van het Amerikaanse continent. In de Verenigde Staten krijgen we maar flarden mee over de Azteken, de Olmeken, de Inca’s, maar in Mexico-Stad hebben ze een overweldigende hoeveelheid materiaal dat je doet beseffen dat ook de Amerika’s beschavingen hadden die in hun verfijning en schaal verbijsterend waren.

‘Het museum is schitterend ontworpen en ingericht. Ik was echt overdonderd. De kinderen vonden het ook geweldig. Een van de beroemdste voorwerpen is een enorme ronde steen die vaak de kalendersteen wordt genoemd. In het midden staat een zon met een merkwaardige gezichtsuitdrukking. Volgens de Azteken leefden ze onder deze vijfde zon en moest die tevreden gehouden worden met mensenoffers. Je ziet die zon als het ware het geofferde bloed opzuigen. Het reliëf op die steen is met een ongelofelijke beheersing aangebracht.

‘Verder zie je in het museum veel schedels van verbluffend mooie edelstenen. Hun mythologie was zo anders dan de onze – en daarmee ook hun kijk op de wereld. Een bezoek aan het museum opent je geest.’

Restaurant: Tom’s Restaurant in Brooklyn, New York

‘Mijn favoriete restaurant hier in Brooklyn, in Prospect Heights. Het is een typisch Amerikaanse diner uit de jaren dertig waar je pannenkoeken, wafels, eieren en French toast kunt krijgen. Op het menu staan onder meer egg creams en cherry lime rickeys, drankjes die al populair waren in de jaren dertig. Die zie je terug in de schilderijen van Edward Hopper of de illustraties van Norman Rockwell.

‘Alles klopt aan die plek. Er hangen veel handgeschreven bordjes met dagschotels. Het eten is fantastisch, de koffie is goed, de mensen geweldig. Als je in de rij staat om naar binnen te komen, geven ze je koffie, worstjes en koekjes. Ik kom er al twintig jaar en bijna alle obers zijn nog dezelfde – blijkbaar behandelen ze hun personeel ook goed.’

Roman: Moby-Dick van Herman Melville

‘Melville nam met dit boek een hap die veel te groot was om door te slikken. Dat deed hij bewust, omdat hij over een walvis wilde schrijven en een walvis ging zijn begrip te boven. Toch wilde hij er geen simpel symbool van maken, hij wilde de walvis tonen in zijn volle omvang en in alle opzichten – filosofisch, theologisch, wetenschappelijk, praktisch.

‘Wat prachtig is, is dat Melville het boek niet saai wilde maken – en dat ook niet deed. Hij haalt alle stilistische kunstgrepen uit de kast en leunt zwaar op Shakespeare en de Bijbel. Hij werkt als een bezetene om ons iets groots te tonen. Na lezing van Moby-Dick voelt bijna elk ander boek aan alsof de schrijver ervan zich niet écht heeft ingespannen.

‘Het is ontroerend dat Moby-Dick bij verschijning een flop was. De eerste oplage, van drieduizend exemplaren, verkocht hij niet eens bij leven.

‘Het brak zijn hart. De laatste twintig jaar van zijn leven werkte hij als douane-inspecteur in New York. Zijn levensverhaal is tragisch, maar het is toch buitengewoon dat hij, naar mijn mening, het grootste Amerikaanse boek heeft nagelaten.’

Toetje: IJs

‘Laat ik een luchtig onderwerp kiezen. Ik houd van ijs. En van hoorntjes. Mijn favoriete ijssalon in Brooklyn heet Ample Hills. De naam Ample Hills komt uit een gedicht van Walt Whitman, waarin hij schrijft over ‘these ample hills of Brooklyn’. Whitman verhuisde als 1-jarige naar Brooklyn en geldt zo’n beetje als literaire beschermheilige van de stad. Ik wil dat mijn kinderen zich verbonden voelen met deze plek en ik vind het mooi dat als we naar een ijssalon gaan, die salon subtiel naar de geschiedenis ervan verwijst.

‘Ik bestel daar vaak iets met chocolade, al hoeft het geen chocolade-ijs te zijn. De basis mag vanille zijn of pindakaas, of iets anders, maar er moeten wel grote stukken pure chocolade in. Of misschien moet ik eens bij jullie een doos hagelslag kopen en die erover strooien.’

Nederlands schilderij: Het Joodse bruidje van Rembrandt

‘Een volstrekt buitenaards schilderij, zowel door de tederheid waarmee de man de vrouw aanraakt, als door de verbluffende effecten die Rembrandt met de olieverf weet te bereiken.

‘Toen Vincent van Gogh er in het Rijksmuseum naar stond te kijken, zo is te lezen in een van zijn brieven, vroeg zijn vriend of ze niet eens verder moesten. Waarop Van Gogh zei dat hij tien jaar van zijn leven zou geven om veertien dagen voor het schilderij te mogen zitten. Maar toen stond hij op en zei: we kunnen hier niet voor altijd blijven.

‘Dat raakt me, want Van Gogh had geen makkelijk leven. Kunst was voor hem een mogelijkheid om in een mooiere wereld dan de echte te ontsnappen.

‘Maar hij had gelijk. Er zijn momenten waarop je kunt stilstaan bij de schoonheid om je heen – of dat nu in een museum is of een bos. Maar als je iets wil opbouwen, zoals een toekomst voor je kinderen, moet je je ook in het frustrerende, alledaagse bestaan begeven. Je kunt niet alleen naar Rembrandts kijken. Tot op de dag van vandaag probeer ik de juiste balans tussen die twee te vinden.’

12 juni 1983 Geboren in Homewood, Chicago, Illinois. Hij groeit op in Chicago en behaalt een bachelordiploma aan de New York University en een master in geschiedenis aan Hunter College.
2005 Werkzaam op de evenementenafdeling van The New Yorker. 2008 Zijn broer overlijdt. Hij verlaat het tijdschrift en gaat aan de slag als suppoost in het Metropolitan Museum of Art in New York.
2025 Verschijning van het boek over zijn tienjarige carrière als suppoost bij The Met, getiteld All the Beauty in the World: The Metropolitan Museum of Art and Me. Het boek, in het Nederlands verschenen als Al het moois in de wereld – Over kunst, verlies en het leven is in dertien talen vertaald.

Bringley woont in New York met zijn vrouw en twee kinderen.

Patrick Bringley: Al het moois in de wereld – Over kunst, verlies en het leven. Meulenhoff; 240 pagina’s, € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next