Home

Regisseur Tim Oliehoek gniffelt als hij zichzelf hoort praten. De Tim van vijftien jaar geleden was zich kapót geschrokken

Volkstuin Goede verhalen draaien om herkenning, om de personages, leerde regisseur Tim Oliehoek, die eerder juist van de spektafelfilms was. In Rust en Vreugd, een tv-serie over een volkstuincomplex, zit dus geen actie. En ook in zijn eigen leven houdt hij het tegenwoordig liever klein.

Regisseur Tim Oliehoek bij volkstuincomplex Rust en Vreugd in Amsterdam - overigens niet het complex uit Oliehoeks gelijknamige tv-serie.

Regisseur Tim Oliehoek (47) staat met een joekel van een tuinkabouter in zijn armen terwijl de fotograaf hem opdrachten geeft.

Kijk naar mij.

Goed rechtop Tim.

Een serieuze blik vind ik het mooist.

Ja top.

Deze kabouter is van een heel ander formaat dan de exemplaren die hij had uitgezocht voor de header, het introfilmpje, van zijn nieuwe televisieserie bij Omroep Max. Daarin zie je olijke tuinkaboutertjes met rode mutsjes die langzaam worden verzwolgen door een naderbij kruipende vlammenzee. De kaboutertjes, eerst zwartgeblakerd, daarna smeltend, blijven lachen. En dan, boem, de titel van de televisieserie in beeld. Rust en Vreugd, naar het gelijknamige boek van Hendrik Groen.

Die kabouters waren van plastic, anders smelten ze niet. En hij wilde een beetje gnoomachtig. Rien Poortvliet. Maar dan nep – de echte waren te duur. 

Hou je hem nog, Tim?

Om z’n middel, hij gaat glijden.

Als je ’m effe neer moet zetten laat weten hè.

Oliehoek, staand bij de ingang van tuincomplex Rust en Vreugd in Amsterdam, vertrekt geen spier. Alles, alles ter promotie van de achtdelige serie waarvan afgelopen zondag de eerste aflevering verscheen. Daarin ontdekt de stadse Emma, gespeeld door Annet Malherbe, na het verlies van haar man dat ze na een jarenlange wachtlijst recht heeft op een tuin op volkstuinencomplex Rust en Vreugd. Eenmaal achter de heg blijkt Rust en Vreugd natuurlijk allesbehalve pais en vree, maar het hoofdpersonage slaat zich erdoorheen en krijgt – rouwend om haar man – steeds groenere vingers. En op die ontwikkelingsboog in het verhaal, gebaseerd op het scenario van Tamara Bos met wie hij eerder Wiplala maakte, is Oliehoek misschien wel het meest trots.

Juist zo’n karakterologische ontwikkeling, een ‘klein’ verhaal eigenlijk, maakt deze serie in zijn ogen zo gelaagd en toegankelijk. Gelaagdheid leidt bij de kijker tot identificatie, herkenning. En dáár draait film maken om. Alléén maar. Daar is Oliehoek inmiddels achter.

De kijker laten voelen dat een personage sympathiek is. Of juist onuitstaanbaar. Of, beter nog, beiden tegelijk. Voor Rust en Vreugd was hij over de rol van Arjan Ederveen als tuinbestuurder wel enigszins nerveus. Want hoe regisseerbaar is zo’n eigengereid acteurstype eigenlijk? Oliehoek kwam erachter dat Ederveen op z’n best is in take één, als je hem globaal vertelt wat de scène is en hij de ruimte voelt om er zelf iets van te maken. En met Annet Malherbe, die als hoofdpersonage Emma in iedere scène zit, haalde Oliehoek behalve een acteur ook een maker binnen. Malherbe is de vrouw/rechterhand van filmregisseur Alex van Warmerdam en weet precies wat een scène nodig heeft. Sjouwt ook gerust een statief mee over de set. Maar ze is ook recht voor z’n raap. Kan er stevig tegenin gaan. Met respect, dat wel. „Zou je nou wel…. Oké, jouw visie. Jij hébt tenminste een visie.”

Oh, ik zie je telefoon nog in je broekzak zitten.

Ja, dank. 

In het licht kijken.

Ja.

„Mag ik zien wat je doet?” Oliehoek plaatst de geleende tuinkabouter terug op de grond en loopt naar de fotograaf. Een glimlach, scrollend door het materiaal op de camera. En natúúrlijk heeft hij voor deze shoot over zijn outfit nagedacht. Z’n jas heeft-ie over de glasbak gehangen en nu zie je hem in rode trui; mooi contrast met het groen van een volkstuinencomplex. „Zullen we nog verder lopen? Zien wat we nog meer kunnen maken?”

Een visie, die heeft Oliehoek wel. Altijd en over alles en zeker op de set. Ziet hij zichzelf terug in van die making of-video’s dan valt hem zijn eigen blik op. Gefocust, die van een bezetene bijna. Met een verticale fronsrimpel in het midden van zijn voorhoofd die hij bij zichzelf anders nooit ziet.

De visie is in de loop der jaren wel veranderd. Als kind opgroeiend in Stompwijk, bij Zoetermeer, wilde Oliehoek vooral actie in de tent. Verslingerd aan Hollywood speelde hij met buurtkinderen Ghostbusters en Tour of Duty na. Hij de sergeant, punten uitdelend aan zijn voetsoldaten. Later, toen vriendjes andere interesses kregen, gebruikte hij de videocamera van zijn vader als excuus om, nu met de jongere garde uit de buurt, zijn eigen fantasiewereld te kunnen blijven creëren. Oliehoek werd een lokale bekendheid dankzij de stunts die hij opnam met de sloopauto’s uit de garage waar zijn vader werkte en in zijn eerste actiefilm, Buy or Die, figureerde het halve dorp. Het leidde als achttienjarige nog vóór zijn toelating aan de Filmacademie tot een optreden in tv-programma Koffietijd waarin hij presentator Hans van Willigenburg vertelde regisseur te willen worden. „Dan heb je de touwtjes in handen.”

Na zijn eerste bioscoopsucces Vet Hard in 2005 – Jack Wouterse in de hoofdrol – had iedereen gedacht dat ‘de komische actiefilm’ zijn lotsbestemming was. Die film was cartoonesk, over the top, met achtervolgingsscenes en explosies. Hij hield van flink aanzetten. Van green screens en visual effects. Hij droomde hardop van James Bond.

Maar naarmate je ouder wordt, kwam hij achter, bleek de actie minder nodig. Dan kun je de verhalen simpelweg plukken uit je eigen leven en dat van de mensen om je heen. Vriendschappen. Verliefdheid. Falen. De dood. De gelaagde werkelijkheid. Je gaat ‘m steeds beter zien. Zoals wanneer je jezelf tegenkomt als je een film maakt die wordt neergesabeld door de vaderlandse pers – in 2009, Spion van Oranje – en je eerst anderen de schuld geeft en pas daarna beseft: ik ben het zelf.

Of neem het overlijden in één jaar van een goede vriend én de kat én je schoonvader. En dan met eigen ogen zien hoe zorgvuldig je schoonmoeder zijn laatste overhemd strijkt voor op zijn laatste reis. Daarna het leven weer oppakkend met tennis, wandelen en bridge. Altijd de hort op, altijd positief. Dát is het leven. Dát is een verhaal. En zodra je dat beseft kun je elk verhaal nog steeds wel vertellen met – zoals hij graag doet – een vleugje humor. Veel close ups. Kleuren sterk aanzetten. De realiteit een beetje ‘optillen’ volgens de regels van dramedy. Maar lichtheid heeft dan ook een functie: eerst een lach, om het drama dat volgt intenser te kunnen beleven.

Iets daarheen stappen.

Ja, daar heb je vol licht.

Kun je inderdaad iets zakken, Tim?

Iets omhoog. Zoiets ja. Daar.

Een beetje om je heen kijken.

Oliehoek steekt op verzoek zijn hoofd boven de heg uit en spert zijn ogen. Hij laat zich gedwee regisseren, al kan hij het soms toch niet laten zich ermee te bemoeien: „Zal ik anders daar gaan staan? Dan heb je tegenlicht.”

Iets omhoog komen nog. Ja, daar.

Alsof je bij de buren naar binnen kijkt.

Je kijkt nu met je blik omhoog.

Ja zo.

Terwijl de fotograaf met hem bezig is zie je op het tuincomplex steeds meer buren even gluren: wat zijn ze aan het doen? Die loerende blik, van buren over de heg, zie je in de serie Rust en Vreugd voortdurend terugkeren. Want eenmaal in bezit van een volkstuin is hoofdrolspeler Emma terechtgekomen in een minisamenleving waarin de mensen elkaar constant in de gaten houden. Een biotoop vol roddels, regeltjes en rivaliteit.

Om dat te visualiseren zocht Oliehoek naar een tuinpark waarin de hegjes keurig zijn geknipt. Maar zie zo’n complex in Nederland, vol eigenwijze volkstuinders die zich door een groencommissie niet zomaar de les laten lezen, maar eens te vinden. Op het echte Rust en Vreugd in Amsterdam-Noord, waarop Hendrik Groen de boektitel baseerde, bleken de tuinen net iets te verwilderd. Bovendien heb je hier geluidshinder van vliegverkeer en dat verpest – probleem in heel Nederland – gelijk de filmopname. Op andere tuincomplexen hoorde Oliehoek voortdurend de snelweg, dus ook die vielen af. En soms lagen de tuinhuisjes zo ver van elkaar af dat bewoners elkaar niet eens in de gaten kúnnen houden.

In zijn zoektocht naar het juiste decor bezocht Oliehoek zo’n 25 volkstuincomplexen. Intussen maakte hij aantekeningen, ter inspiratie, over tuinkabouters, tuinkleding, tuinbingo en het slakkenbeleid en hij ontdekte dat in heel wat verenigingshuizen een boekexemplaar van Rust en Vreugd al in de kast lag. Sterker, op veel complexen hoorde hij dat de onderlinge machtsstrijd identiek, zo niet erger was als beschreven in het boek.

In Utrecht vond Oliehoek uiteindelijk wat hij zocht. Het complex, nota bene, waarop zijn eigen tante een huisje bezit. Het huisje dat Emma in de serie betrekt ís zelfs dat van zijn tante. Een paar centimeter vergroot, dat wel, om het filmen aan de binnenkant te vergemakkelijken. Daarvoor moest het volkstuinbestuur wel eerst met meerderheid van stemmen de aanvraag goedkeuren. Waarna het bewuste huisje, geheel volgens de statuten, na de 38 draaidagen ook weer diezelfde paar centimeter is verkleind.

Kun je nog even op het trappetje gaan staan, Tim?

Zoekende blik.

Ja, dit is het. Geweldig.

Dit is het.

Verstilde scènes, spaarzaam dialoog. Zijn laatste film De Ballonvaarder, gemaakt voor Disney+, staat nóg verder af van de grote spektakelfilms die Oliehoek ooit voor ogen had. De Ballonvaarder gaat over onverwerkt verdriet. Mensen die niet met elkaar kunnen praten. Misschien dat-ie ’m ook wel gemaakt heeft als reactie op deze tijd. De kijker – hij merkt het aan zichzelf – is overprikkeld en verzadigd geraakt door alle aanbod. En alles moet maar sneller en sneller, of juist weer zó langzaam dat je op Instagram tegelijkertijd nog iets anders kunt doen. Geef Oliehoek nu maar weer zo’n jarennegentigfilm, waarin de regisseur alle tijd neemt om zijn personage neer te zetten alvorens de spanningsboog begint. Daar heeft hij behoefte aan, merkt hij. Steeds meer.

Maar moet je hem nu toch eens horen praten… Iedereen wil almaar méér en hij wordt juist steeds gelukkiger met minder. De vakanties naar Zuid-Afrika waren ook al ingeruild voor uitjes in Nederland. Met de hond, aangeschaft na dat jaar vol afscheid. Beste beslissing ooit. Een lik in het gezicht en een kwispel met de staart, meer heeft Oliehoek niet nodig. Met zijn vriend is hij al 26 jaar samen. En op zijn laatste verjaardag niet meer een spetterend huisfeest maar een etentje en daarna naar een concert van Hans Zimmer, muziekcomponist van The Lion King. Als de Tim van vijftien jaar geleden dit zou horen… Oliehoek gniffelt. Die was zich kapót geschrokken.

Wil je nog even meekijken, Tim?

Dit is wel een leuke ja.

Die laatste ook wel.

Omdat het gewoon heel simpel is.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next