Als olympisch kampioenen keren Jens en Melle van ’t Wout terug naar het land waar ze hun jeugd doorbrachten. In de Canadese stad Montréal staan dit weekend de wereldtitels shorttrack op het spel. ‘Door het goede ijs kun je hier altijd leuke dingen doen.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Als de shorttrackbroers Van ’t Wout met zijn tweeën zijn, spreken ze Engels. Het is de taal van hun broederband, gesmeed tijdens hun jeugd in Canada. Nu zijn Jens en Melle van ’t Wout terug in het land waar ze van hun peutertijd tot puberteit woonden, voor de WK in Montréal.
Het is een fijne plek, vinden ze. Ze kennen het ijsstadion goed. Montréal is vaker het decor voor internationale wedstrijden. Deze winter waren ze er al eerder, voor de eerste twee World Tour-wedstrijden. ‘Het is altijd mooi om hier te racen, omdat je door het goede ijs hier altijd leuke dingen kunt doen’, zegt Melle, die samen met zijn broer via een videoverbinding vooruitblikt op de WK.
2 en 4 jaar oud waren ze toen ze met hun ouders vanuit Nederland naar Bracebridge verhuisden, een kleine stad in het oosten van Canada. Het is de ‘middle of nowhere’, met een hectare bos als achtertuin en in de buurt ontelbaar veel meertjes, die in de strenge winters dichtvroren en waar de jongens zich verloren in de populairste sport van Canada: ijshockey.
Maar nadat Melle, de oudste van de twee, een paar keer een hersenschudding had opgelopen, besloten hun ouders dat het tijd was voor een andere, veiligere, sport. Het werd shorttrack. Veel stelde hun Canadese shorttracktijd niet voor. Zo’n zes maanden na hun entree in de sport verhuisden ze, halverwege hun tienerjaren, terug naar Nederland. Melle: ‘Ik denk dat we in Canada maar zo’n twintig keer hebben geshorttrackt.’
Nee, de broers Van ’t Wout hebben het shorttrackmetier toch echt in Nederland geleerd. Verpandden hier voorgoed hun hart aan de snelle rondjes op het krappe baantje. En zeker voor Jens was dat een groot geluk, grapte Melle in Milaan nadat zijn broer olympisch kampioen was geworden. ‘Hij kan verder helemaal niks.’
De felicitaties stroomden binnen na hun olympische successen. Twee individuele gouden medailles en een bronzen plak voor Jens van ’t Wout, een zilveren medaille voor Melle en een gedeelde olympische titel met de relayploeg: de prestaties waren ongekend. Vanzelfsprekend kregen ze berichten vanuit Nederland, maar ook jeugdvrienden uit Bracebridge lieten van zich horen.
En komen die oude vrienden nog kijken bij hun WK? Vergis je vooral niet in de onmetelijkheid van Canada, zeggen de broers. Op de kaart lijkt Bracebridge misschien in de buurt van Montréal te liggen, beide plaatsen weggestopt in de zuidoostelijke hoek van het enorme land, maar de werkelijkheid is anders.
‘Ze wonen hier wel negen tot tien uur vandaan’, zegt Jens. ‘Je stapt niet zo snel voor zo veel uur in de auto om even een weekendje wedstrijden te kijken’, vult Melle aan. ‘En als ze zouden kunnen komen, zouden we ze amper kunnen zien. Wij willen gewoon presteren, dus het zou heel kort even kletsen zijn en dan willen wij al gewoon weer terug naar het hotel.’
Naast de fysieke afstand tussen hun oude woonplaats en de mondaine miljoenenstad is de culturele kloof minstens net zo groot. Jens: ‘Het is zo anders hier dan hoe wij zijn opgegroeid, ook omdat dit het Franstalig gedeelte is.’ Dus zo vertrouwd voelt Montréal niet, al zijn er wel wat zaken die herinneren aan vroeger.
Eten bijvoorbeeld. Zo stond afgelopen week bij de lunch ineens de pindakaas op tafel die ze in hun jeugd ook hadden. En kunnen ze weer kiezen uit de waaier aan smaken van sportdrank Gatorade, smaken die in Nederland niet bestaan. ‘Of de chips die we vroeger aten en de chocolademelk! Dat soort dingen maken het altijd ook wel heel leuk voor ons om terug te gaan’, zegt Jens.
Het zijn precies die dingen die ze in Nederland soms missen, als hun ploeggenoten het hebben over hun kindertijd. Melle: ‘Dan gaat het in het team bijvoorbeeld over tekenfilms of wat mensen hebben meegemaakt op de basisschool, bepaalde liedjes of dat soort dingen. Dat kennen wij dan niet. Dat is een groot verschil.’ Maar het maakt ze geen halve Canadezen. Jens: ‘We zijn misschien in Canada opgegroeid, maar we zijn wel echt Nederlanders.’
In het Nederlandse nationale tenue zullen ze het dit weekend moeten opnemen tegen de Canadezen, voor wie de Olympische Spelen tegenvielen. Dat gold met name voor William Dandjinou, die vooraf als de grootste kanshebber op individueel eremetaal werd beschouwd, maar slechts eenmaal het podium op mocht. En dat was voor een troostprijs: zilver op de gemengde aflossing. Hij zal azen op revanche. ‘Of hij zit er helemaal doorheen’, merkt Jens op.
Hoe hun eigen kansen zijn, zo vlak na de Winterspelen en de talloze huldigingen en plichtplegingen die daarop volgden? Daarover tasten de broers nog in het duister. Jens was nog een paar dagen ziek, heeft pas weer een paar keer kunnen trainen. Hij haalt zijn schouders op. Verwachtingen, daar heeft hij niets mee. ‘Als je dingen gaat verwachten, ben je niet goed bezig met shorttrack. Dus verwacht ik niks.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant