Bijna heel Nederland gaat op 18 maart weer naar de stembus. Dit keer voor de gemeenteraadsverkiezingen. Veel aandacht krijgt de campagne niet: de spanningen in de wereld voeren vooralsnog de boventoon.
De parallellen met vier jaar zijn eenvoudig te trekken. Ook toen werden de gemeenteraadsverkiezingen gehouden ten tijde van grote geopolitieke onrust. Rusland was drie weken eerder Oekraïne binnengevallen en de energieprijzen rezen de pan uit.
Natuurlijk is de situatie niet exact hetzelfde, maar nu trekt de oorlog in het Midden-Oosten de aandacht. Kranten en nieuwssites staan al twee weken bomvol met artikelen over de spanningen in de wereld. Ook aan de talkshowtafels was de afgelopen tijd nog weinig aandacht voor de lokale verkiezingen.
Driekwart van de Nederlanders maakt zich zorgen over de oorlog van de VS en Israël met Iran, bleek deze week uit een peiling van Ipsos I&O. Dat is veel, maar de zorgen over het gebrek aan woningen en digitale onveiligheid worden nog net wat breder gevoeld.
Partijen horen ook tijdens het flyeren dat mensen zich zorgen maken over de groeiende onrust in de wereld. "Het onderwerp komt ter sprake op straat. Mensen maken zich zorgen over waar het heengaat in de wereld", vertelt campagneleider en partijvoorzitter Lieke van Rossum van de SP.
Van Rossum flyert zelf ook actief. "Bij ons mag je nergens over meepraten als je niet zelf ook de straat op gaat", zegt ze grappend, maar gemeend.
Hoewel de oorlog speelt, gaan de gesprekken die Van Rossum voert toch vooral over de gevolgen voor de portemonnee van mensen. Ze maken zich bijvoorbeeld grote zorgen over de stijgende prijzen aan de pomp. Ook voert de SP veel gesprekken over betaalbare huur, kinderarmoede en de zorgbezuinigingen.
Bij het CDA herkennen ze dit beeld. De gesprekken die de partij op straat voert gaan vooral over lokale problemen, zoals bijbouwen, belastingen en voorzieningen. Het valt de campagnemanager op dat de aandacht dit jaar vlak voor de stembusgang nog niet groot is. "Je hebt vrij recent Tweede Kamerverkiezingen gehad en nu de oorlog in het Midden-Oosten, dus dat zorgt voor veel landelijk nieuws."
Zowel het CDA als de SP voert lokaal al weken campagne. De christendemocraten doen in liefst 334 gemeenten mee. De SP telt 105 afdelingen, ook flink meer dan de vorige keer. Maar grote aandacht voor de verkiezingen blijft dus nog uit. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het gebrek aan interesse, ook vanuit de burgers zelf, niet nieuw is.
De opkomstcijfers laten dat zien. In 2022 stemde een nipte meerderheid (51 procent) van de kiesgerechtigden. Dat was een negatief record. Ter vergelijking: bij de landelijke verkiezingen stemde zo'n 78 procent. Peilingbureau Ipsos I&O schat in dat de opkomst volgende week rond de 50 procent ligt op zelfs lager uitkomt.
Partijen doen wel hun best om mensen aan te spreken. Er wordt druk geflyerd, de verkiezingsposters zijn niet te missen en lokale politici gaan op sociale media ver met 'grappige' video's, in de hoop viral te gaan. We maakten daar onlangs deze explainer over:
Op en rond het Binnenhof wordt nog amper gesproken over de lokale verkiezingen. Maar politieke kopstukken als Jesse Klaver en Geert Wilders gaan wel de straat op of huren zaaltjes af.
Hoewel ze niet op de stembiljetten staan, is het gebruikelijk dat ze de lokale campagnes ondersteunen. Sommige partijen, zoals FVD, zetten hun fractievoorzitter ook pontificaal op de flyers en posters. D66 gebruikt de landelijke slogan van de Tweede Kamerverkiezingen ('Het kan wél').
Andere partijen, zoals het CDA, kiezen juist bewust voor de lokale lijsttrekkers. De SP combineert de twee smaken juist. Op de ene kant van de flyer staat Jimmy Dijk, de andere kant kan naar wens van een lokale afdeling worden ingevuld.
De campagne zal komende week pas écht losbarsten. De Kamer vergadert dinsdagavond en woensdag niet, zodat de Kamerleden de straat op kunnen. De NOS zendt dinsdagavond een televisiedebat uit waaraan lokale lijsttrekkers én de fractievoorzitters van de grote partijen uit de Tweede Kamer meedoen.
Source: Nu.nl algemeen