Gemeenteraadsverkiezingen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Democratie begint bij het lokale, bij de gemeente als plek waar burgers samen komen om hun belangen te behartigen, zag de Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859). Des te zorgelijker dat de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen in Nederland al decennia daalt, tot slechts 50,9 procent van de kiezers in 2022.
Nog zorgelijker is dat die kiezer zijn gemeentebestuur weliswaar meer vertrouwt en aanzienlijk beter beoordeelt dan landelijke bestuurders en politici maar eigenlijk geen idee heeft wat de gemeente doet, zo bleek uit het recente Burgerperspectieven-onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Daar is iedereen debet aan. De gemeente is de afgelopen decennia letterlijk en figuurlijk meer op afstand komen te staan voor veel inwoners, door herindelingen, de bijbehorende schaalvergroting en vaak een fysieke afstand tot het gemeentehuis. Door bovenlokale samenwerkingsverbanden als de veiligheidsregio, waar slecht zicht op is – ook door volksvertegenwoordigers die de besluitvorming moeten kunnen controleren.
Tegelijk is de gemeente verantwoordelijk voor de nabije leefomgeving. Inwoners, en nu in de campagne ook partijen zelf, hebben het graag over het onderhoud van het zwembad, scheve stoeptegels, de vuilnisophaal en het parkeerbeleid. Dat is belangrijk maar verkleint ten onrechte de rol van de gemeente – en daarmee de gemeenteraad als hoogste orgaan – bij allerlei zaken die ingrijpen in het dagelijkse leven.
Van jeugdzorg tot ondersteuning voor ouderen, de gemeente gaat er over. Van veiligere straten met of zonder cameratoezicht en boa’s, tot het uitgaansbeleid en subsidies voor sportclubs en culturele instellingen. Van duurzaamheidsoplossingen als 30-kilometerzones en waterbuffers tot het bouwen van betaalbare woningen voor starters, senioren en statushouders, en de opvang van Oekraïners en asielzoekers. De gemeente gáát er over.
Dat mag door raadsleden veel meer van de daken worden geschreeuwd – en niet alleen eens in de vier jaar. Gemeenten zijn bovendien nodig om alle grote uitdagingen op te lossen. Het Rijk bepaalt dat er huizen moeten komen, de gemeente waar en hoe een groot deel van de ruimte wordt ingericht.
Het getuigt van dedain en onverschilligheid dat achtereenvolgende kabinetten lokale overheden te weinig geld geven voor die uitdijende taken. In 1985 bedroegen de uitgaven van gemeenten nog 21 procent van het bruto binnenlands product (bbp), berekende het vakblad Binnenlands Bestuur. In 2023 was het 7 procent. De rijksoverheidsuitgaven stegen in die periode percentueel licht.
Terwijl gemeenten steeds meer zogenoemde ‘medebewindstaken’ hebben, zaken die in opdracht van het Rijk worden uitgevoerd met nauwelijks beleidsvrijheid. Niemand weet precies hoeveel taken het inmiddels zijn, het kabinet-Schoof weigerde een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur op te volgen om dat in kaart te brengen. Maar zelfs de vorige minister van Binnenlandse Zaken, Frank Rijkaart (BBB), erkende dat sprake is van disbalans: „Op sommige taken hebben medeoverheden vandaag de dag zo weinig beleidsruimte, dat zij het karakter krijgen van een uitvoeringsloket van het Rijk”.
Dat tast de democratische legitimiteit aan van gemeenten. Waarom zou je woensdag gaan stemmen als raadsleden op sommige terreinen nauwelijks keuzes, politieke noch lokale, kunnen maken?
Ja, waarom zou je? Omdat de gemeenteraad nog altijd, rekening houdend met het dna van de lokale gemeenschap, zelfstandig bepaalt welke kant beleid opgaat. Neem woningbouw: de raad beslist hoeveel eengezinswoningen worden gebouwd en of schimmelwoningen worden aangepakt, of er extra asfalt komt of gelobbyd moet worden bij de provincie voor een frequentere bus. Neem de Spreidingswet, waarbij landelijk wordt bepaald hoeveel asielzoekers een gemeente moet opvangen. Maar de raad besluit over waar en hoe.
De gemeenteraad behartigt, zoals De Tocqueville al signaleerde, als geen ander lokale belangen. Je stem uitbrengen geeft raadsleden mandaat. Geeft hen, die naast hun baan en veelal in de avonduren, te vaak met te geringe ondersteuning en vergoeding, steun om de belangen van de inwoners te wegen. Waarbij helaas, zo bleek uit onderzoek van NRC, ook hun buren soms vergeten dat raadsleden dat doen omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor de gemeenschap. Niet uit politiek gewin, en ondanks „de boel shit” die ze over zich heen krijgen.
Van landelijke politici – van wie toch de premier, zes overige kabinetsleden en 26 Tweede Kamerleden als raadslid zijn begonnen – moet daar meer waardering voor zijn. Van de inwoner mag erkenning voor het werk van raadslid worden verwacht, en belangstelling voor wat er in de gemeente allemaal wordt geregeld. En van de kiezer de minimale inspanning om woensdag te gaan stemmen. Democratie van onderop is het sterkst als iedereen zich uitspreekt.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag