Home

Patriarchale ideeën zijn in de wetenschap nooit werkelijk afgeschud

Wetenschap De deelname van vrouwen aan de academische wereld kan altijd weer ter discussie worden gesteld, zelfs als er eerder vooruitgang leek te zijn, constateert Margriet van der Heijden.

In de Sentaatskamer van de Universiteit Leiden worden nieuwe vrouwenportretten opgehangen. FREEK VAN DEN BERGH

De Epstein-files geven een inkijkje in hoe mannen die zich onbespied wanen, over vrouwen praten. En ze laten zien hoe minachtend deze mannen vrouwen dan behandelen of denken dat te kunnen doen. Sommige mannen, moet je er dan meteen bij zeggen. In dit specifieke geval: mannen met macht, status en invloed op alle gebieden van de maatschappij. 

Margriet van der Heijden is hoogleraar wetenschapscommunicatiein de natuurkunde aan de TU Eindhoven. Recent publiceerde zij bij Oxford en Cambridge University Press twee boeken op het terrein van gender en de geschiedenis van natuurwetenschap.

Onder hen dus ook wetenschappers. De geleerden van wie de namen als eerste naar buiten kwamen, vormen zelfs een kwartet dat de wetenschap over zo’n beetje de hele breedte bestrijkt. Mathematisch bioloog Martin Nowak staat voor de biologie en ‘life sciences’; theoretisch fysicus en kosmoloog Lawrence Krauss vertegenwoordigt de abstracte, harde natuurwetenschappen; Noam Chomsky de geesteswetenschappen, en econoom en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers de economische wetenschap. Alle vier zijn zij verbonden aan prestigieuze instituten als Harvard, MIT, en Yale, en dankzij non-fictieboeken, opiniestukken en televisie-optredens zijn zij ook alle vier wetenschappelijke supersterren.

Juist dat maakte hen natuurlijk aantrekkelijk voor Epstein. Zij brachten voor hem hun wetenschappelijke prestige, maatschappelijke aanzien en naamsbekendheid mee. Met een vleugje van hun intellectuele aura poetste Epstein zijn reputatie op. Je zou het ‘science washing’ kunnen noemen.

Zo universeel buitensluit

Toch denk ik dat ik niet de enige was, en zeker niet de enige vrouw, die zich bij zulke onthullingen ook een beetje vermoeid voelde. Want al vertoont de minachting van mannen voor vrouwen zich zelden zo open en bloot als in de Epstein-files, enorm verrassend is die toch niet. De patriarchale structuren en ideeën die zulke minachting in de hand werken, hebben van meet af aan ook het wetenschappelijk bedrijf bepaald.

De Franse natuurfilosoof Émilie du Châtelet schreef daar in 1735 al over. Zijzelf had een voor haar tijd uitzonderlijk goede privéscholing gehad en telde als een van de zeer weinige vrouwen mee in de natuurwetenschap. Maar zelfs du Châtelet voelde steeds „het volle gewicht van het vooroordeel dat ons” – vrouwen – „zo universeel buitensluit van de wetenschappen.”

Daarmee benoemde zij het verschijnsel dat nu ‘stereotype threat‘ heet: de (ondermijnende) angst dat je werk ondermaats zal zijn en daarmee het negatieve stereotype zal bevestigen over de groep waartoe je behoort. Het is de tegenhanger van wat wel ‘the silent standpoint’ wordt genoemd: de stilzwijgende veronderstelling dat vrouwen minder geschikt zijn voor een wetenschappelijke loopbaan dan mannen. En die veronderstelling is trouwens onder veel mannelijke wetenschappers nog springlevend, laat onderzoek zien.

Het toont hoe hardnekkig patriarchale vooroordelen en stereotypen zijn. Maar du Châtelet’s leven illustreert nog iets: dat deelname van vrouwen aan de academische wereld altijd weer ter discussie kan worden gesteld, zelfs als er eerder vooruitgang leek te zijn. Zijzelf had het geluk een paar mannen te ontmoeten die genoeg zelfvertrouwen hadden om het werk van een vrouw te durven waarderen. Daardoor werd zij in 1746 zelfs tot lid van de Academie van Wetenschappen in Bologna benoemd – net zoals, rond diezelfde tijd, de natuurkundige Laura Bassi en de wiskundige Maria Gaetana Agnesi, die bovendien allebei als hoogleraar aan de Universiteit van Bologna werden geïnstalleerd. Maar krap een halve eeuw later hing de vlag er al heel anders bij.

Toen werden, tijdens de Franse Revolutie, de Rechten van de Mens en de Burger geproclameerd. En het was al snel duidelijk dat met ‘Mens’ enkel ‘man’ werd bedoeld. Bezwaren van feministen zoals Mary Wollstonecraft haalden niets uit. Haar pleidooi om vrouwen breed toegang te geven tot onderwijs werd genegeerd en Napoleon ontzegde vrouwen opnieuw de toegang tot universiteiten. Het was het tegenovergestelde van wat du Châtelet in haar essay had bepleit: gelijke rechten voor mannen en vrouwen, en zeker als die rechten ‘de geest’ betroffen.

Hoe ironisch is het dus dat ruim tweehonderd jaar later de oud-secretaris-generaal van de Raad van Europa die mensenrechten, democratie en de beginselen van de rechtstaat moet beschermen, in de Epstein-files opdook. Het maakt eens te meer duidelijk dat oude patriarchale ideeën nooit werkelijk zijn afgeschud. Ook niet in de wetenschap.

Jongensnatuurkunde

In de wetenschap werden in de negentiende en twintigste eeuw gespecialiseerde laboratoria die vooral de natuurwetenschappen een boost gaven de „nieuwe mannelijke reservaten” waar „vrouwen alleen met speciale toestemming toegang toe kregen”, constateerde wetenschapshistoricus Margaret Rossiter. En daar vatte halverwege de twintigste eeuw de term ‘Knabenphysik‘, jongensnatuurkunde, het idee samen dat wetenschap vooruit gedreven werd door jonge mannen met een aangeboren talent en een rebelse geest, die een netwerk vormden én tegelijk als losse individuen voortdurend in competitie met elkaar waren.

Nuanceringen die wetenschapshistorici en sociale wetenschappers vooral vanaf het einde van de twintigste eeuw steeds vaker maakten, werden maar beperkt opgepikt. Zij wezen op de brede samenwerking die wetenschap juist laat bloeien. Op sociale, economische en politieke omstandigheden die meespelen. En op mannennetwerken waarin leden kennis uitwisselen of elkaar voor prijzen nomineren. Maar in non-fictieboeken, televisieprogramma’s én de hoofden van veel mensen bleef het idee huizen dat wetenschappelijke kennis ontspruit aan het brein van solistische – mannelijke – grote geesten die door de tijd heen op elkaars schouders staan. .

De wetenschappers in de Epstein-files profileerden zich als zulke grote geesten. En de documenten laten zien hoe dat bij hen samenging met regelrechte misogynie. Neem Larry Summers, die met Epstein grapte dat het IQ van vrouwen lager is dan dat van mannen. Toen hij tussen 2001 en 2006 president was van Harvard, daalde het aantal vaste aanstellingen voor vrouwen aan die prestigieuze universiteit van 36 naar 13 procent.

En intussen gaf Epstein miljoenen aan wetenschappers zoals Nowak, hielpen zijn stichtingen Krauss om conferenties te organiseren op één van de Virgin-eilanden, bracht hij andere – overwegend mannelijke – wetenschappers in contact met sponsoren en uitgevers, of gaf hij hen een vleugje mee van zijn extravagante jetset-wereld. Dat in die wereld meisjes en jonge vrouwen werden misbruikt, daarvan keken zulke wetenschappers, en hun instituten, zelfs na Epsteins veroordeling liever weg. Het is corrupt en kan alleen als het systeem vrouwen op brede schaal miskent, iets wat recente studies naar stereotypering, vooroordelen en dubbele standaarden ook steevast uitwijzen.

Steeds luider verkondigd

Het geeft veel stof tot nadenken. Over hoe de wetenschap autoriteit, geloofwaardigheid en kennisverwerving organiseert en waardeert. Over wat wetenschappelijke integriteit behelst. En over hoe de wetenschap in een democratie kennis wil delen. Want hoe kun je een gesprek met de samenleving voeren over de toekomst die in hoge mate door innovaties zal worden bepaald, als je tegelijk op het silent standpoint staat dat minstens de helft van de samenleving minder meetelt?

Zulke vragen zijn des te actueler in het Trump-tijdperk waarin het silent standpoint steeds luider klinkt. Waarin discussies rond ‘woke’ van gender een ideologie maken in plaats van een onderwerp dat je kunt onderzoeken. Waarin de regering Trump onderzoek naar gender of specifiek vrouwen stopzet. En waarin algoritmes en AI oude stereotypes nieuw leven inblazen en stemmen van vrouwen wegdrukken. Het is vast wensdenken, maar het zou mooi zijn als de Epstein-files dan tenminste Europese wetenschappers en beleidsmakers zouden aansporen om die toxische cyclus van vooruitgang en backlash echt te doorbreken – en ja, vooral ook de mannen onder hen.

Gender

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next