Home

Wat doen we in vredesnaam met al die defensiemiljarden?

nieuwsbriefNRC Europa

NRC Europa Nederland en andere Europese landen zetten alles op alles om de NAVO-norm te halen. Gigantische defensie-uitgaven liggen in het verschiet. Maar aan het grootste defensieprobleem van Europa dreigt niets te veranderen.

Europese landen hebben twaalf verschillende tanktypes.

Zelfs in Washington kan Donald Trump na al zijn streken nog altijd choqueren. De aankondiging van de Amerikaanse president en zijn defensieminister Pete Hegseth om de defensiebegroting met 50 procent uit te breiden, blijkt al weken tot hoofdbrekens te leiden bij zijn eigen mensen.

„Het is zoveel geld dat ze niet weten hoe ze het uit moeten geven”, concludeerde The Washington Post vorige maand op basis van gesprekken met medewerkers van het Witte Huis. En inderdaad, ga er maar aan staan: het Amerikaanse defensiebudget, nu al het grootste ter wereld, in een klap uitbreiden van 1.000 miljard naar 1.500 miljard dollar per jaar. Only in America, denk je dan.

Maar wacht eens: verschilt deze monsteropgave fundamenteel van wat Europa op dit moment aan het doen is? De beoogde NAVO-doelstelling om binnen tien jaar 3,5 procent van het bbp uit te geven aan defensie betekent een stijging van 75 procent ten opzichte van afgelopen jaar. Afgezet tegen 2015 gaat het zelfs om 200 procent erbij. Dat is, ik zeg het er maar bij, écht veel.

Toegegeven, de Europeanen nemen meer tijd voor hun uitbreidingsopgave dan Hegseth en Trump. En Europa heeft op defensievlak veel in te halen. Het vredesdividend, waarbij we onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu konden vertoeven, is uitgekeerd. Nu moeten we onze eigen boontjes doppen. Maar dat neemt niet weg dat het financiële plaatje een rommeltje is.

Te beginnen met de inkomstenkant. Wie gaat dit betalen? Het nieuwe Nederlandse kabinet wil in de verzorgingsstaat snijden en een hogere inkomstenbelasting heffen om 19 miljard euro extra per jaar aan defensie te kunnen uitgeven. Daar is veel op aan te merken, en dat is ook gebeurd. Zo breed, dat onzeker is of het lukt de gezochte bezuinigingen door het parlement te loodsen.

Onderbelicht gebleven is dat Nederland het enige land in Europa is dat een serieus voorstel heeft om het defensiegeld volledig op de eigen begroting te vinden, door te schuiven met uitgaven en extra belastinginkomsten. Het meest sprekende contrast is met een land als Frankrijk, dat al krap bij kas zat. Parijs zegt dat het zijn doel alleen kan halen via eurobonds, leningen waarbij de hele EU garant staat.

Maar ook de regeringen in Noord-, Centraal- en Oost-Europa die al jaren de buidel trekken voor hogere defensie-uitgaven maken daarvoor vaak gebruik van geleend geld. Veel van die landen kunnen simpelweg makkelijker geld lenen, waardoor ze (nog) geen beroep op Brussel doen.

Dit blijft niet zonder gevolgen. Polen, met een van de best draaiende economieën van de hele EU (en dus een snel stijgend bbp), zag zijn staatsschuld desondanks door alle uitgaven stijgen van net onder de 50 procent van het Poolse bbp in 2023 naar 60 procent nu – en mogelijk 100 procent in 2035. Ook elders gaan de schulden gestaag door het dak.

Voorvechters van zuinig beleid in de unie, zoals Finland en Oostenrijk, zitten inmiddels op het financiële strafbankje van Brussel, omdat hun begrotingstekort boven de afgesproken 3 procent is opgelopen. Praktisch betekent dat niet zoveel. Die strafprocedure leverde nog nooit een boete op. Maar de vraag is hoe geloofwaardig de financiële huishouding van de EU zo onderhand is.

Het levert een dubbelzinnige realiteit op. De landen die de ene dag lof uit Brussel oogsten omdat ze hun defensie-uitgaven het hardst verhogen, zijn dezelfde landen die het volledig laten lopen op hun begroting en daarvoor de volgende dag een tik op de vingers krijgen van Brussel.

Nederland heeft drie wensen. Het wil dat de NAVO, en de EU, de defensie-uitgaven fors verhogen. Het wil geen gezamenlijke schulden, niet op grote schaal althans. En het wil dat landen hun begroting op orde houden. Deze drie wensen zijn steeds lastiger te combineren, maar een discussie waarin ze tegen elkaar worden afgewogen, blijft uit.

Meer uitgeven, of efficiënt uitgeven?

Die inkomsten zijn één vraagteken. Het andere vraagteken zit aan de uitgavenkant. Het grootste probleem van Europa op defensiegebied is namelijk niet zozeer dat het te weinig geld uitgeeft. Het grootste probleem is dat het geld nu extreem inefficiënt wordt uitgegeven.

Europa, schreef econoom Adam Tooze vorige zomer in de Financial Times, gaf de afgelopen tien jaar veel meer uit aan defensie dan Rusland. Het defensiebudget van alle Europese landen is in die jaren zelfs al verdubbeld. Europa heeft bovendien anderhalf miljoen militairen tot zijn beschikking, meer dan de VS.

Het schandaal is niet dat we meer zijn gaan uitgeven, aldus Tooze. Het echte schandaal is „dat Europa zoveel uitgeeft en er zo weinig voor terugkrijgt – geen effectieve afschrikkingsmacht, weinig inzetbare troepen, geen voorraden van wapens om naar Oekraïne te sturen”. Die wapens kochten onze regeringen immers meestal van Washington.

Efficiëntie vereist coördinatie. Maar nationale overheden in Europa shoppen liever bij hun eigen defensiebedrijven. Het gevolg: Europese landen hebben twaalf verschillende tanktypes. De VS? Eén type.

Samenwerken gebeurt mondjesmaat en loopt nog vaak stuk op botsende belangen, zoals onlangs nog met het in coma gesukkelde Frans-Duits-Spaanse gevechtsvliegtuig FCAS. Zelfs het geld uit SAFE, de pot voor defensieleningen die Brussel heeft opgetuigd met grensoverschrijdende projecten als expliciet doel, wordt in veel gevallen nationaal besteed.

Iedereen ontdekt nu dat het niet eenvoudig is defensie-uitgaven snel op te schalen, zeker als we dat met eigen Europese kampioenen en start-ups willen doen. Rheinmetall, dé grote belofte van de Europese defensie-industrie, maakte deze week bekend dat het een omzet van 9,9 miljard heeft geboekt in 2025. Dat is minder dan de Jumbo. In plaats van onderling samen te werken, wijken regeringen eerder uit naar Amerikaanse fabrikanten als ze haast hebben met hun megaorders.

Het Duitse defensiebedrijf Rheinmetal maakte deze week bekend dat het vorig jaar een omzet van 9,9 miljard euro heeft geboekt.

Toch hebben deze conclusies nog niet tot veel debat geleid. In Nederland hadden de meeste partijen, van links tot rechts, zich al voor de verkiezingen achter de 3,5 procent-norm geschaard. Het meest enthousiast was de VVD, een partij die in andere dossiers benadrukt dat geld eerst verdiend moet worden voordat het kan worden uitgegeven.

De rekenmeesters van het Centraal Planbureau (CPB) plaatsen wél kritische noten. De precieze bijdrage van het defensiegeld is lastig te kwantificeren, stellen zij, terwijl de extra uitgaven zeer waarschijnlijk zullen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt: de werkloosheid is laag, dus het benodigde personeel komt veelal uit andere sectoren.

Over de gedroomde innovatie die defensie in andere sectoren op gang kan brengen, is het CPB ook sceptisch. Verwacht hier geen Darpa, een innovatieprogramma voor defensie zoals in de VS, daarvoor is de schaal van de Nederlandse defensie-industrie te klein.

Toch krijgen deze kritische opmerkingen weinig bredere aandacht, misschien ook omdat het instituut direct zijn eigen kritiek nuanceert.

„Waar op andere beleidsterreinen (zorg, onderwijs, klimaat, infrastructuur) publieke debatten gevoerd kunnen worden over nut en noodzaak van hogere uitgaven, is dat bij defensie nauwelijks het geval”, schreef directeur Pieter Hasekamp onlangs. „We zullen daarom de 3,5 procent van het bbp voorlopig maar als politiek feit moeten accepteren.”

Je hoeft geen anti-oorlogsactivist te zijn om je af te vragen of dat niet anders kan. Europa moet juist flink aan de slag om zijn defensiecapaciteit te vergroten. Maar de discussie die daarbij hoort, draait om meer dan getallen en percentages. Een inefficiënt systeem wordt niet vanzelf efficiënt door er meer geld tegenaan te gooien.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next