Mentale druk Het extreem competitieve onderwijs zet Chinese jongeren onder zware druk. Langzaamaan komt er een debat op gang over de mentale problemen die dat veroorzaakt. „Ik moest concurreren met mijn vrienden, mijn klasgenoten.”
Liu Yinuo in haar huis. Ze hield jarenlang last van haar middelbareschooltijd.
Als tiener op een van de meest competitieve scholen van China, waar alles draaide om wie de hoogste cijfers haalde, creëerde Liu Yinuo een veilige bubbel voor zichzelf. Ze werd fan van klassieke Chinese opera’s en luisterde voor ze naar bed ging naar beroemde aria’s, gezongen met hoge, van emotie trillende stemmen. Zoals een passage uit The Peony Pavilion, waarin het hoofdpersonage, ook een tienermeisje, ontdekt hoe mooi de wereld is buiten het paleis waarin ze vastzat. De ongebruikelijke hobby bood Liu een uitlaatklep. „Als kind dat elke dag vastzat in klaslokalen, herinnerde de schoonheid van die opera’s me eraan dat er meer was op de wereld.”
Toch liet haar schooltijd zware sporen na. Liu, nu 27, deed er naar eigen zeggen tien jaar over om haar ervaringen binnen het Chinese onderwijs mentaal te verwerken. Ze woont weer in het oosten van Beijing, waar ze vandaan komt, maar vanaf haar zesde tot haar achttiende was ze doordeweeks bij familie in het westen van de stad, in het district Haidian, waar de beste scholen van de stad zich bevinden.
Daar draait het onderwijs om competitie. Elke leerling heeft een rang op basis van zijn of haar studieresultaten, en als de resultaten een tijdje tegenvallen worden ze in een lagere groep geplaatst. „Het was als een bokswedstrijd. Ik moest concurreren met mijn vrienden, mijn klasgenoten. En als je verliest, en je komt niet op die goede universiteit, zo was de boodschap, dan staat je hele toekomst op het spel”, vertelt ze in een interview in haar oude buurt.
Steeds meer Chinese jongeren worstelen met mentale klachten. Die zijn vaak terug te voeren op de prestatiedruk binnen het onderwijssysteem. Tijdens hun middelbareschooltijd hebben Chinese leerlingen erg weinig tijd voor andere activiteiten. Alles is gericht op een centraal examen van twee dagen in het laatste jaar, waarbij meer dan tien miljoen leerlingen proberen een plekje te bemachtigen op een van de beste universiteiten, die een toelatingspercentage hebben van minder dan 5 procent. Na lange schooldagen – op een kwart van de scholen begint de dag voor 6 uur ’s ochtends – volgen bijles en huiswerk, met stress en chronisch slaapgebrek tot gevolg.
Na een licht tegenvallende score op het eindexamen heeft Liu nog jarenlang last van angst en depressie. Ze noemt de drang om het nóg beter te doen in de maatschappelijke wedloop een „monster” in haar hoofd waardoor ze geen plezier kan hebben in studeren.
Nu het na een paar jaar therapie beter met haar gaat, vertelt ze op sociale media graag over haar ervaringen, zodat ze anderen misschien kan helpen. Als organisator van evenementen is ze veel bezig met de kracht van sociaal contact. Aan haar voordeur hangen doorzichtige doosjes waarin ze kleine cadeautjes, een kaartje of een snoepje, achterlaat voor een groepje buurtkinderen („ik ben zo blij dat hun ouders ze na school laten buitenspelen”) of voor pakketbezorgers („ik wil ze wat liefde geven”). Er blijkt inderdaad meer te bestaan in het leven dan de rat race.
Liu Yinuo met haar konijn.
Liu Yinuo heeft bakjes met cadeautjes voor haar buurtkinderen en pakketbezorgers aan haar voordeur bevestigd.
Dat is ook de boodschap die socioloog Liang Hong, auteur van een recente bestseller over de mentale gezondheid van Chinese jongeren, probeert te verspreiden. In haar boek richt ze zich op de rol van de ouders, en de negatieve impact die ook hun vaak hoge verwachtingen kunnen hebben. In China’s grote steden zijn het de ouders die de dagen van hun vaak enige kind volstoppen met bijlessen. Op het platteland zijn de ouders juist vaak afwezig. Ze werken elders in het land om geld te verdienen met het oog op een beter leven voor hun kind.
Volgens een studie van het Beijing Anding ziekenhuis gebaseerd op data van de voorbije twee jaar loopt bijna 55 procent van Chinese jongeren het risico mentale problemen te ontwikkelen. Eerder nationaal onderzoek uit 2021 concludeerde dat 17,5 procent van de Chinese schoolkinderen en tieners een psychische aandoening heeft. Naast factoren die wereldwijd aandacht krijgen, zoals smartphones en de sociale omgeving, spelen volgens de onderzoekers in China de hoge academische eisen, en druk vanuit de familie een relatief grote rol. Wereldwijd heeft volgens de Wereldgezondheidsorganisatie één op de zeven tieners te maken met mentale problematiek, al krijgt een groot deel hiervan geen diagnose of behandeling.
Liang begon aan het boek, waarvoor ze uitgebreid met tieners en hulpverleners in verschillende delen van China sprak, nadat ze merkte dat ze de problemen van haar eigen tienerzoon onvoldoende serieus had genomen.
„Als ouder wil je het beste voor het kind, maar de manier waarop we van onze kinderen houden kan ook onderdeel zijn van het probleem”, vertelt ze in een interview na afloop van een gastlezing over het boek aan een topuniversiteit in Beijing. Liang sprak de afgelopen maanden door het hele land op conferenties, symposia en in livestreams. „Ik probeer een brug te slaan tussen de positie van de ouders en die van hun kinderen. Ik had niet verwacht dat er zó veel belangstelling zou zijn, maar het onderwerp blijkt aan een teer punt in onze samenleving te raken.”
Daarbij gaat het ook over China’s recente geschiedenis, en de generatiekloof die zich aftekent tussen de ouders van de huidige tieners, en hun kinderen. De ouders, geboren in de jaren zeventig of tachtig, hebben zich vaak tijdens China’s economische boom-jaren vanuit armoede omhooggewerkt in een hypercompetitieve samenleving. Dat deden ze meestal via het gecentraliseerde onderwijssysteem – goede examenresultaten vormden de beste kans op sociale mobiliteit. Nadat ze met veel moeite een huis kochten in de stad, is deze generatie onderdeel geworden van de groeiende middenklasse. „Daar halen ze ook veel voldoening uit”, aldus Liang. Zelf komt ze uit een dorp in de provincie Henan, waar ze eerder boeken over schreef.
„Maar onze kinderen hebben dat traject niet doorlopen. Ze vragen zich af waar al dit harde werken voor dient. ‘Waarom bestaat mijn leven volledig uit school? Waar doe ik dit voor?’”
Posters tonen de verschillende activiteiten die een basisschool in Beijing aanbiedt.
Ook de Chinese overheid is zich bewust van de crisis in wording. In verschillende actieplannen wordt meer voorlichting aangekondigd en maatregelen om de druk op scholen te verlagen. Voor elke duizend leerlingen moet een therapeut beschikbaar zijn, en er wordt geïnvesteerd in meer psychiatrische gezondheidszorg.
De urgentie groeit ook door de zichtbaarheid van het probleem. Steeds meer kinderen en jongeren verdwijnen van de ene op de andere dag voor langere tijd uit de klas. Liang: „Als hun problemen te ernstig worden, gaan kinderen niet meer naar school, en komen ze zelfs vaak langere tijd het huis niet meer uit. Omdat hun wereld grotendeels bestond uit school, hebben ze geen andere plek om naartoe te gaan.”
Ook student Xu Borui zit dit jaar thuis vanwege zijn depressie. In een telefoongesprek vertelt hij dat hij zich op school van jongs af aan ongemakkelijk voelde. Hij kon goed leren, en kwam uiteindelijk op een topuniversiteit terecht, maar was het niet eens met „de gehoorzaamheid” die van studenten werd verwacht. „Het is niet de bedoeling dat je je eigen mening uit, en je creativiteit wordt onderdrukt.”
Hij denkt dat zijn depressie te maken heeft met zijn afstand tot de ‘mainstream’, ook in politiek opzicht. „Ik was altijd al anders, en wil niet bezig zijn met of wat ik doe nuttig is voor het land of niet. Maar het systeem werkt wel zo.”
Hoewel er steeds meer stemmen opgaan om in het onderwijssysteem meer ruimte te bieden aan individuele zelfontplooiing, werd het onderwijs op Chinese scholen en universiteiten de laatste tien jaar juist meer rigide, en nam de vrijheid van meningsuiting af. Op dit moment voelt Xu zich pessimistisch over zijn kansen na zijn studie, waarmee hij vanaf de zomer hoopt verder te gaan. Wat hij graag zou willen worden weet hij wel: sportjournalist.
Liang hoopt dat een maatschappelijk gesprek over wat ‘succes’ is psychologische problemen bij jongeren kan voorkomen. Zonder die verandering in mentaliteit heeft beleid weinig zin. Een verbod op privéles uit 2021 – met als doel om de ongelijkheid in het onderwijs te verkleinen en de druk te verlagen – wordt als mislukt beschouwd, omdat ouders die dat konden betalen de regels omzeilden.
Voor Liu bood het boek van socioloog Liang Hong een nieuw perspectief op haar schooltijd in het beruchte Beijingse schooldistrict Haidian. Ze herkende zich in de verhalen, zoals dat van tiener Wu Yong, die van wiskunde houdt maar niet goed past in het stramien van zijn school in Haidian en ernstige mentale problemen ontwikkelt. Op een gegeven moment zegt die tegen zijn moeder, met wie hij een gespannen relatie heeft, dat zijn traumatische schoolervaringen symbool staan „voor de hele maatschappij, en de hele cultuur, niet alleen voor die van de jongeren in Haidian”.
Ook Liu had lang moeite om haar moeder uit te leggen wat ze had meegemaakt. Liangs boek, en een video erover op Yixi, een Chinese versie van een TEDtalk, hielpen daarbij. „Ik denk dat mijn moeder altijd wat aan mijn ervaringen twijfelde omdat ze denkt dat onze generatie niet weet wat hard werken is”, vertelt ze. „Maar dit boek is geschreven door een auteur van haar generatie, die ze bovendien al respecteerde. Ze omhelsde me nadat ze de video had bekeken.”
De toelatingskaart van Liu Yinuo voor haar universiteit in Beijing. De competitie voor toelating tot de topuniversiteiten van China is zwaar.
Zelf dacht Liu dat het boek nare herinneringen bij haar zou oproepen, maar er gebeurde ook iets anders. „Ik moest lachen tijdens het lezen”, vertelt ze wat verbaasd. „Na al die tijd zie ik beter hoe we die hele competitie zelf hebben verzonnen. Hij is niet echt.”
Tegelijk blijft de economische realiteit waarin Chinese jongeren terechtkomen wel degelijk hard. De jeugdwerkloosheid is met 17 procent hoog, nu de economie al jarenlang kwakkelt.
Maar in een samenleving waarin de mijlpalen – goede baan, huis kopen, trouwen en een kind krijgen – decennialang zó vaststonden, voelt een debat over de graadmeter van succes voor veel mensen als vooruitgang. Verschillende trends wijzen erop dat een deel van de Chinese jongeren steeds meer belang hecht aan persoonlijke voldoening in hun werk – en hun leven daarbuiten. Ze mijden fabrieksbanen, verhuizen terug naar hun plek van herkomst, en zijn minder gericht op carrière.
Daarbij biedt de lagere economische groei paradoxaal genoeg ruimte. Liu: „Nu niemand een goede baan kan vinden, kan ik me net zo goed richten op wat ik zelf wil.”
Liu Yinuo kijkt uit over een rivier in haar buurt in Beijing.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen