Oscars 2026 Vorig jaar wekte het verbazing dat de Oscaruitreiking zo tam en apolitiek verliep, terwijl men in eerdere jaren ageerde tegen Donald Trump. De relatie tussen de Oscars en de Amerikaanse politiek blijkt ingewikkeld.
Bij de Academy Awards van 1973 weigert Sacheen Littlefeather namens Marlon Brando de Oscar voor Beste Acteur, die hij won voor zijn rol in 'The Godfather'.
De Oscarceremonie van afgelopen jaar deed denken aan die oude grap, over een journalist die first lady Mary Todd Lincoln aanspreekt bij het Ford’s Theater, in 1865. „Maar afgezien van de moord op uw man, mevrouw Lincoln, hoe vond u het theater vanavond?”
Oftewel: terwijl de vers herkozen president Donald Trump het meest controversiële beleid uit de recente Amerikaanse geschiedenis in gang zette, wilde The Academy of Motion Picture Arts and Sciences van de Oscaruitreiking er vooral een prettige avond van maken.
De ceremonie was inderdaad tam en gezellig. Er werd ‘Slava Ukraini‘ geroepen, de oorlog in Gaza werd benoemd. Maar de naam van de Amerikaanse president Donald Trump viel niet één keer. Het verbaasde menig commentator: het woord ‘apolitiek’ verscheen in elk verslag van de avond. Journalist Jenna Amatulli van The Guardian US noemde het „een scherpe breuk” met hoe Hollywoodsterren zich in het verleden uitspraken op het Oscarpodium.
Met ICE-razzia’s, de oorlog tussen de VS en Iran en nog veel meer in het achterhoofd staan filmmakers en organisatoren zondagnacht voor eenzelfde uitdaging als vorig jaar. Dat roept de vraag op: hoe politiek zijn de Oscars eigenlijk? En waarom lijkt Hollywood juist nu zo stil?
De Amerikaanse criticus Brian Lowry vatte de (toxische) relatie tussen de Oscars en politiek eens zo samen: „Damned if you do, damned if you don’t.”
Dat was niet altijd zo. De eerste decennia van de Oscars, na dat eerste dinertje in 1929 waarmee het begon, waren bijna volledig apolitiek. Het motto van het oude Hollywood getrouw: „If you have a message, call Western Union” (boodschappen doe je bij de supermarkt). Maar toen de Oscars vanaf 1953 live op televisie werden uitgezonden, veranderde de ceremonie in een podium waar filmmakers zichzelf profileerden en uitspraken.
De eerste roemruchte politieke toespraken kwamen in de jaren zeventig. Een nieuwe generatie filmmakers – Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, Brian De Palma – maakte baanbrekende en geëngageerde films, in een Amerika dat gedesillusioneerd was door de Vietnamoorlog. Dat engagement vond zijn weg, ook naar de Oscars. Regisseur Bert Schneider las na zijn winst voor de documentaire Hearts and Minds in 1975 een telegram van een Vietconggezant voor, die de Amerikaanse anti-oorlogsbeweging bedankte. Marlon Brando vroeg de inheems Amerikaanse activist Sacheen Littlefeather om in zijn plaats naar de Oscars te gaan, en zijn prijs voor beste acteur te weigeren, uit protest tegen de afbeelding van inheemse Amerikanen in film en tv.
Spike Lee riep in 2019 het publiek op ‘the right thing’ te doen.
In de decennia daarna werden dit soort politieke uitschieters gebruikelijker. Michael Moore werd, na zijn winst voor Bowling For Columbine in 2003, uitgejoeld toen hij uitriep: „Shame on you, Mr. Bush!” omwille van de oorlog in Irak. Leonardo DiCaprio sprak zich uit over klimaatverandering in 2016, Spike Lee gaf in 2019 stemadvies.
Dit zijn natuurlijk de uitschieters die men zich herinnert. Van de Oscars blijven meestal alleen de opmerkelijke of controversiële momenten bij. Niet de drieënhalf uur lange, goudomrande zelffelicitatie die de hoofdmoot is.
Maar uit cijfers blijkt dat de Oscars de afgelopen decennia politieker werden. Dataonderzoek van The New York Times toonde in 2019 dat ‘politieke films’ steeds vaker worden beloond bij de Oscars. In de eerste dertig jaar van de Oscars bevatte 34 procent van de genomineerde films een boodschap, commentaar of (historisch) politiek onderwerp. In de afgelopen dertig jaar was dat 41 procent. Dat is dit jaar ook te merken. Veel van de genomineerde films zijn politiek te noemen, met name de grote kanshebbers One Battle After Another en Sinners.
Ook de toespraken werden aantoonbaar politieker. Waar zo’n 9 procent van de acceptatiespeeches in de jaren vijftig ‘politieke woorden’ bevatten, constateerde databureau Morning Consult dat tussen 2010 en 2019 zo’n 36 procent van de speeches politiek was. Plus: 31 procent van de toespraken bevatten woorden over de vertegenwoordiging van vrouwen en mensen van kleur in Hollywood. Al ging het in de meeste gevallen om slechts enkele woorden.
Daarnaast legde de Academy de afgelopen jaren steeds vaker politiek-maatschappelijke accenten. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd ruimte gemaakt voor herdenking, met een speech van Tom Cruise en een New York-montage. In 2003, toen de ceremonie daags na de invasie van Irak plaatsvond, werden de Oscars bijna geannuleerd, onder druk van genomineerden, presentatoren en beroemdheden die in opstand kwamen tegen de oorlog. Uiteindelijk ging de ceremonie door – zonder rode loper, met ruimte voor reflectie.
Vanaf 2015 diversifieerde de Academy haar ledenbestand nadat de campagne #Oscarssowhite duidelijk gemaakt had hoe wit, mannelijk en senior de stemgerechtigde professionals uit de filmindustrie waren.
Maar terwijl presentator en komiek Jimmy Kimmel zich in 2017 nog vrolijk maakte over de nieuwe president Trump, lijkt het tij met diens herverkiezing in 2024 gekeerd.
Ook dit jaar lijken de Oscars weg te blijven van politiek, ondanks dat de genomineerde films politiek zijn. De ceremonie wordt wederom gepresenteerd door komiek Conan O’Brien, die deze week nog tegen The New Yorker zei wars te zijn van ‘Fuck Trump’-grappen en politieke humor over het algemeen. En ook de prijzenceremonies die de Oscars voorgaan in het awards season dit jaar waren tam. Dit gold zelfs voor The Golden Globes, die bekendstaan als het alcoholische broertje van de Oscars en in 2023 nog een videoboodschap van Volodymyr Zelensky vertoonden.
Hollywood houdt zijn mond.
Een anonieme studiobons legde in 2024 uit aan The New York Times waarom filmmakers zich niet meer uitspraken over de oorlog in Gaza. „Het is te beladen. Mensen zijn bang voor hun carrières.”
Hollywood is in essentie een conservatieve industrie, gericht op eigen behoud, zegt Maryn Wilkinson, universitair docent filmstudies aan de Universiteit van Amsterdam. Dat wil zeggen: de Oscars maken wel ruimte voor breed gedragen politieke bewegingen, maar klappen dicht als de politiek gepolariseerd is.
Wilkinson: „Activistische bewegingen als #MeToo, #Time’s Up en ook Black Lives Matter kregen de afgelopen 15 jaar veel aandacht bij de Oscars. Maar dat is ook omdat die bewegingen voor een groot deel over Hollywood gingen. Het was zelfreflectie. Wel politiek, maar niet risicovol.”
Nu binnen- en buitenlandse politiek gepolariseerd zijn, houden filmmakers zich bij de Oscars stil. Dat heeft ook te maken met een verandering in celebrity culture, volgens Wilkinson. „Voorheen moesten beroemdheden het van podia als de Oscars hebben om zich uit te spreken. Nu heeft elke ster op sociale media een eigen dagelijks podium. En dat wordt strak geregisseerd door het management; een ster moet zich uitspreken, mag niet medeplichtig lijken, maar ook niemand afstoten.”
Die scherpe regie zie je ook bij de organisatie achter de Oscars. De afgelopen jaren werd de lengte van speeches ingeperkt, gedragsregels aangescherpt. Na de omstreden speech van Michael Moore voerde ze bijvoorbeeld een ‘tape-delay‘ in; een vertraging van vijf tot tien seconden om ‘beledigende’ uitspraken te kunnen schrappen.
Belangrijker nog is de invloed die Donald Trump uitoefent op Hollywood. De Amerikaanse president bekritiseerde Hollywood en de Oscars tijdens zijn eerste termijn. Vorig jaar, één dag voor zijn inauguratie, stelde hij drie ‘ogen en oren’ aan in Hollywood: conservatieve brompotten Sylvester Stallone, Jon Voight en Mel Gibson.
En hoewel we van die „ambassadeurs” weinig meer hoorden, was de invloed van Trump in Hollywood dit jaar uitzonderlijk merkbaar. Voornamelijk in de biedingenstrijd tussen Hollywoodstudio’s Paramount Skydance en Netflix om Warner Bros. Discovery over te nemen – een strijd die uiteindelijk door Paramount werd gewonnen.
Trump zei zich persoonlijk met de overnamedeal te bemoeien. Dat kon omdat de Amerikaanse regering een eventuele overname moest goedkeuren. En in ruil voor die goedkeuring eiste Trump volgens ingewijden bepaalde gunsten. Zo werden onwelgevallige journalisten ontslagen bij CBS News (onderdeel van Paramount), terwijl Bari Weiss, een conservatieve columnist, als hoofdredacteur werd aangesteld. Nieuwszender CNN vreest een soortgelijk lot. Daarnaast werd talkshowpresentator Jimmy Kimmel (Oscarspresentator in 2016, 2017, 2022 en 2023) geschorst. En werd Netflix naar verluidt gesommeerd bestuurslid Susan Rice te ontslaan „or face the consequences”.
Als gevolg worden „alle risico’s in Hollywood afgekapt”, zegt Maryn Wilkinson. „Alle grote studio’s zijn onderdeel van grotere bedrijven, die bang zijn voor bemoeienis van Trump, of voor rechtszaken. Daardoor worden er veiligere keuzes gemaakt in alles, van de geproduceerde films tot publieke uitlatingen.” Dat bloedt door naar de sterren die afhankelijk zijn van filmstudio’s. En naar de Oscars, die uitgezonden worden door ABC, onderdeel van Disney. Voor Sinners en One Battle After Another geldt dat ze jaren geleden in productie gingen.
Teyana Taylor (links) en Sean Penn in een scène uit ‘One Battle After Another’.
Daarnaast schildert Trump Hollywood al meer dan een decennium af als fort van de liberal elite. Dat is onderdeel van zijn populistische verhaal, waarin Washington, mainstreammedia en Hollywood de ‘normale burger’ een linkse agenda opdringen. Dat plaatst geëngageerde, linkse filmmakers in een moeilijke positie: hoe spreek je je uit, zonder dat verhaal ’te bevestigen’?
Durft iemand dit jaar nog iets te zeggen? Wilkinson verwacht dat mensen zich wel zullen uitspreken voor vrede. „En er zullen wellicht uitspraken komen als: „Make sure you use your vote this midterm election!”
Maar meer dan dat? Er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Kijk je echt alleen voor de politiek, let dan op bij speeches van de winnaars van beste buitenlandse film en beste documentaire. Die zijn het minst afhankelijk van een angstig Hollywood.
De Oscarspeech is voor filmmakers de kroon op een maandenlang prijzenseizoen, dat begint in november, en eindigt met de Oscars. Daarom zijn toespraken op het Oscarpodium vaak authentieker en onvoorspelbaarder dan bij andere prijzenceremonies. Maar ook achter de trillende handen, ‘spontane anekdotes’ en dankwoorden bij de Oscars zit een maandenlange voorbereiding.
„Sommige genomineerden zullen hun speech helemaal niet met hun team of filmstudio overleggen”, zegt Natalie McCarty, een freelance publicist in Hollywood met een eigen mediaplatform dat de ceremonie dit weekend van binnenuit verslaat. Maar tegelijkertijd is hulp van professionele speechschrijvers geen uitzondering.
Insiders noemen het Hollywoods ‘slechtst bewaarde geheim’. Publicisten betalen professionals geregeld om een framework te maken of een tekst aan te scherpen. McCarty: „Wij zijn ook weleens benaderd als ghostwriter via het Oscarpersplatform. Niet per se omdat genomineerden het zelf niet kunnen, maar omdat ze te druk zijn met andere campagneactiviteiten.”
Een van de bekendste voorbeelden is Brad Pitt, die tijdens de Oscarceremonie in 2020 de award voor Beste Mannelijke Bijrol won in de film Once Upon a Time in Hollywood (2019). Zijn dankwoordjes op de Golden Globes, de SAG-Awards en BAFTA’s vielen op door goede timing, scherpe grapjes en een strakke opbouw. Of hij niet toch al maanden een speechschrijver in dienst had, en zich zo ook voorbereidde op de Oscars? Op de rode loper vóór de ceremonie in het Dolby Theater zei Pitt tegen Variety uiteindelijk dat hij geen schrijvers inhuurde, maar wel zijn grappige vrienden ingeschakeld had voor oneliners, zoals komiek Jeff Jefferies en Fight Club-regisseur David Fincher.
Marketing-evenement
„Omdat de campagnes inmiddels gevoerd zijn en er niet meer gestemd hoeft te worden, kunnen publicisten hun cliënten op het Oscarpodium meer speelruimte geven”, zegt McCarty. Toch staat er veel op het spel voor filmsterren.
De Oscars zijn een uitzonderlijk marketingevenement en de speeches zijn een waardevol stuk onroerend goed. Als winnaar wil je op het podium aan de ene kant de besluitvormers in de zaal overtuigen in de toekomst met je samen te werken en aan de andere kant het publiek thuis verleiden naar je volgende film te gaan. McCarty: „Het podium maakt of breekt een carrière.”
Een voorbeeld van hoe het niet moet is acteur Adrien Brody, die vorig jaar de Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol won in de film The Brutalist (2024). Nadat zijn naam werd genoemd, spuugde hij zijn kauwgom uit en gooide die naar zijn vriendin in het publiek. Op het podium volgde een onsamenhangende zelffelicitatie van vijf minuten en veertig seconden: de langste in de geschiedenis van de Oscars. „Geen enkele publicist zou dat vooraf hebben goedgekeurd”, zegt McCarty. „Inmiddels weten we dat hij sinds zijn rol in The Brutalist nog geen nieuw project boekte. Je wilt nooit dat een client als moeilijk of narcistisch wordt gezien.”
Daarom krijgen de persoonlijke bedankjes ook zoveel ruimte. Winnaars bedanken behalve familie de stemmers van de Academy, medegenomineerden en vooral de studio achter de film, hun team, publicist, agent of zelfs castingregisseur. McCarty: „Niemand schopt het in z’n eentje tot Oscarwinst. Ik ken publicisten en managers die niet meer met hun cliënt konden samenwerken omdat die, toevallig – of expres – vergat te erkennen dat zij net zo belangrijk waren voor hun succes als het acteertalent.”
Een exacte formule is er niet voor de Oscarspeech, maar volgens McCarty vallen ze in drie categorieën. Ten eerste: apolitiek, speeches die vooral draaien om persoonlijke triomf en soms het vak, zoals die van Adrien Brody. Ten tweede: diplomatiek, zoals ze van het team achter Sinners verwacht. Sprekers die via bredere, verbindende boodschappen naar de staat van de wereld verwijzen. En ten derde: expliciet politiek, wat vaker uit internationale hoek komt, waar makers minder afhankelijk zijn van het Amerikaanse publiek. „Maar de sterren en filmmakers doen op dit podium uiteindelijk precies wat ze zelf willen.” Na maanden van voorbereidingen, campagnevoeren en pogingen tot controle blijft de laatste akte onvoorspelbaar.
Loeke de Waal