Home

Meer dan vijftig jaar in een strijkkwartet: ‘Je werkt, leeft en ademt samen’

Afscheid Cellist András Fejér stond in 1975 aan de wieg van het vermaarde Takács Quartet. Na ruim een halve eeuw aan de wereldtop houdt hij het voor gezien: „Conflicten hadden we vooral in de eerste vijfentwintig jaar.”

Andras Fejer with the other players of the Takacs Quartet at the University of Colorado Art Museum in Boulder, Colo., April 3, 2025. With only one of its original members in the group, this ensemble is still identifiably itself, and still going strong. (Chet Strange/The New York Times)

„Ik herinner me de allereerste keer dat we in Het Concertgebouw speelden, in 1984. Wauw, dachten we, een staande ovatie – dan zijn we kennelijk écht goed. Bleek achteraf de gewoonte te zijn in Nederland. Klein deukje in ons zelfvertrouwen.”

András Fejér herinnert het zich met een brede grijns. Dat was decennia geleden – er zouden nog tientallen Amsterdamse ovaties volgen. Al meer dan vijftig jaar is Fejér de cellist van het toonaangevende Takács Quartet. Aan het eind van dit seizoen neemt hij afscheid van het strijkkwartet dat hij zelf in 1975 oprichtte. Nog één keer doet hij Het Concertgebouw aan.

Fejér (Szeged, 1955) groeide op in Hongarije. Zijn ouders, beiden musici, organiseerden muziekavonden in de woonkamer. De jonge András vergaapte zich aan de strijkkwartetten die over de vloer kwamen. Op zijn zevende begon hij met cellolessen, met één doel helder voor ogen.

Kwartetspel was weliswaar een verplicht vak op de Franz Liszt Academie in Boedapest, „maar ik stond daar van meet af aan heel serieus in”. Dat gold evengoed voor de drie musici die hij om zich heen verzamelde: violisten Gábor Takács-Nagy en Károly Schranz, en altviolist Gábor Ormai. Het Takács Quartet was geboren, volgens goed gebruik vernoemd naar de eerste violist. Sinds 1993 werd de wacht een paar keer gewisseld, maar de cellostoel bleef als enige ongewijzigd.

Had Fejér als conservatoriumstudent durven dromen dat zijn kwartet een halve eeuw later nog springlevend aan de wereldtop zou staan? Nee, vertelt hij in een videogesprek: „Als 19-jarige denk je niet groots, je wilt gewoon aan de slag. Let’s get this thing moving. We werkten aan ons eerste stuk, het Kwartet in G van Mozart, en hoopten voornamelijk dat we de boel zuiver en op de rails konden houden.”

„We werden in die periode gecoacht door de leden van het Bartók Quartet. Kom op jongens, zei de primarius, je moet éven door de eerste tien rampzalige concerten heen. Daarna begint zo’n stuk vanzelf wel vorm te krijgen.” Grinnikend: „Dat is eigenlijk nog steeds zo wanneer we nieuw werk instuderen. Misschien geen tien, maar toch zeker vier of vijf niet-ideale concerten voordat je op het niveau komt dat je zoekt, voordat je kunt overwegen om toe te werken naar een cd-opname.”

‘Doceren is kijken in een lachspiegel’

Het niveau steeg snel, en de vele opnames van het Takács Quartet vielen in vruchtbare aarde. Een bejubelde cd-box met alle strijkkwartetten van Beethoven, tweemaal een Bartók-cyclus, die volgens velen nooit zijn overtroffen – om nog maar te zwijgen van de Janáceks, de Haydns, de Schuberts. Ook steeds vaker op de lessenaar staan componisten uit Amerika, de uitvalsbasis van het Takács Quartet.

Hongarije achter het IJzeren Gordijn gaf immers beperkte speelkansen. In 1983 verhuisde het kwartet met families en al naar de Verenigde Staten; de University of Colorado bood ze een permanente residentie. De vier kwartetleden doceren er aan het conservatorium.

„Dat doe ik heel graag”, zegt Fejér. „Doceren is geven en nemen. Ik draag iets aan vanuit mijn eigen ervaring, de student neemt dat over, en daarin zie ik dikwijls de fouten weerspiegeld die ik zelf ook maak. Lesgeven houdt je echt een spiegel voor. En niet zo’n fraaie Venetiaanse spiegel – eerder een lachspiegel.”

Naast de lespraktijk is er alle ruimte om te blijven schaven aan hun eigen kwartetklank. „Neem een stuk als het Kwartet in cis, op. 131 van Beethoven, dat we ook in Amsterdam weer spelen. Dat doen we nu anders dan op onze opname van twintig jaar geleden. Je speelt zo’n stuk een paar seizoenen, dan leg je het een paar jaar op de plank. Intussen blijven we lezen over Beethoven, zijn omstandigheden, wat hem fascineerde. We kunnen ons hier volledig verdiepen in de muziek, de intenties van een componist en hoe we die vertalen naar een concert.”

Huwelijk (zonder een aantal voordelen)

Het kwartet probeert de muziek bewust een beetje te isoleren van alle problemen in de wereld, vertelt Fejér. „Als we díé in onze muziek lieten doorsijpelen, dan zouden we allemaal in een diepe depressie schieten waar geen medicatie tegen opgewassen is. We hebben de luxe dat we kunnen werken in zo’n muzikale cocon.”

Vier neuzen dezelfde kant op krijgen, geeft weleens conflicten, geeft Fejér toe. „Vooral in het begin. De eerste vijfentwintig jaar of zo.” Hij schiet in de lach: „Dat is best lang natuurlijk. Maar zodra je je realiseert dat jouw waarheid niet de enige is, en dat verandering noodzakelijk is, gaat alles veel soepeler. Mijn ideeën zijn niet per se beter dan die van mijn collega’s, je moet elkaar iets gunnen.”

„Het heeft wel iets van een huwelijk hoor”, beaamt hij. Alsof je met drie partners getrouwd bent, zeggen kwartetspelers vaak. Knipogend: „Een huwelijk zonder een aantal van de voordelen dan. Maar het komt er in de buurt, zeker als je de dagen en uren optelt die we samen doorbrengen. Als iemand het kwartet verlaat, om wat voor reden dan ook, is dat ingrijpend – en vaak bitterzoet. Je werkt, leeft, en ademt samen.”

András Fejér op cello.

Zelf een ander pad inslaan, dat heeft Fejér in 51 jaar geen moment overwogen. „Het strijkkwartet is zo’n sublieme vorm van muziek maken. Ik kan me simpelweg niks beters voorstellen. De repetities geven zoveel energie om jezelf voortdurend te verbeteren. Ik had gemakkelijk nog een paar jaar kunnen doorgaan.” Maar, zegt hij ook: „ik ben nu zeventig en er vielen een aantal dingen samen. Dit voelt als het juiste moment om te stoppen.”

Daarmee is Fejér de laatste Hongaar die het Takács Quartet vaarwel zegt. Daarover zegt hij: „We hebben ons nooit willen profileren als een typisch ‘Hongaars’ kwartet. Ja, ons spel is expressief, gepassioneerd. En op het podium zijn we misschien niet het meest gedisciplineerde kwartet – dat vind ik wel een Hongaarse karaktertrek – maar ons leidend principe is altijd geweest om alles met overtuiging te doen. Dat overstijgt elk idee van nationale achtergrond.”

Het Takács Quartet speelt op 20 en 21 maart in Het Concertgebouw, Amsterdam. Info: concertgebouw.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Klassieke muziek

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next