Home

Net als in 2022 schieten de energieprijzen omhoog. Is Europa nog net zo kwetsbaar?

Vier jaar na de energiecrisis van 2022 kampt Europa weer met torenhoge prijzen. Zijn de lessen van toen niet geleerd?

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Toen maandagochtend duidelijk werd dat de oorlog in het Midden-Oosten niet in een vloek en een zucht voorbij zou zijn, en het vervoer van olie en gas door de nauwe Straat van Hormuz voorlopig niet op gang zou komen, schoten de prijzen voor olie en gas naar niveaus die de wereld enkele jaren niet had gezien.

In Europa, amper hersteld van de vorige energiecrisis, rees direct de vraag of het weer augustus 2022 zou worden. Toen tikte de gasprijs 345 euro aan, nadat Rusland de gaskraan naar Europa had dichtgedraaid. Maandag steeg de gasprijs richting de 60 euro. Dat is weliswaar een verdubbeling ten opzichte van een paar weken geleden, maar vergelijkbaar met 2022 is die prijs nog lang niet.

Toch hapten industrie (nog altijd zuchtend onder hoge Europese energieprijzen), transporteurs (dinsdag bereikte de dieselprijs een record) en de luchtvaartsector (kerosine ook) opnieuw naar adem. De vraag klonk hoe het kan dat Europa nu alweer tegen een energiecrisis aankijkt.

Energie van anderen

Op het eerste gezicht lijken de lessen niet geleerd. Nog altijd leunt de EU grotendeels op anderen voor zijn fossiele energie. Olie en gas komen vooral uit Noorwegen en de Verenigde Staten.

Europa is hierdoor afhankelijk van andere landen en dat maakt kwetsbaar, bleek deze week weer. Zo moesten halsoverkop de noodvoorraden olie worden aangesproken in een (mislukte) poging de prijzen te bedwingen. In Brussel wordt opnieuw gesproken over een prijsplafond voor energie om bedrijven en consumenten te beschermen. Inderdaad net als vier jaar geleden.

Hoewel de leveringen niet direct in gevaar zijn, betaalt Europa weer een hoge prijs: zelfs de relatief beperkte prijsschok levert nu al een hogere energierekening van 1,3 miljard op, berekende persbureau Bloomberg. Daarnaast brandt wederom een strijd los om lng. De eerste lng-tankers die onderweg waren naar Europa wendden deze week de steven richting Azië, omdat daar een hogere prijs wordt betaald.

Roep om fossiel

Investeren in groene energie moet Europa onafhankelijker maken van ontwikkelingen in het Midden-Oosten en elders. Maar de energietransitie loopt juist nu averij op. Zo zijn de ambities voor windenergie op zee flink verlaagd en zuchten veel Europese landen onder files op het stroomnet: met Nederland als koploper. Tot overmaat van ramp loopt de ontwikkeling van groene waterstof – lange tijd beschouwd als het duizenddingendoekje van de energietransitie –moeizaam.

Telkens als de energievoorziening in zwaar weer raakt, lijkt Den Haag in een kramp te schieten en klinkt in het parlement de roep om meer fossiele energie. Ook nu weer: diverse parlementariërs eisten deze week de heropening (of niet volledige afsluiting) van het Groningse gasveld.

Duurzaam is beter

Maar meer fossiel is niet per se de oplossing. Toen Pakistan in 2022 kampte met ernstige lng-tekorten, omdat Europa alles wegkaapte, investeerde de overheid fors in kolenstroom. Alleen hadden Pakistaanse bedrijven en burgers hun eigen plan. Zij kochten massaal goedkope zonnepanelen uit China om zo hun eigen elektriciteit op te wekken en onafhankelijk te worden van onbetrouwbare fossiele energie. Gevolg: de vraag naar kolenstroom viel tegen, waardoor sommige centrales in financiële problemen raakten.

Ook in Nederland wordt snel teruggegrepen op fossiele maatregelen. Zo barstte deze week de rituele discussie los over een lagere accijns op diesel en benzine. Maar het geld dat hiermee gemoeid is, kan beter worden gebruikt voor de terugkeer van de koopsubsidie voor elektrische auto’s. Als consumenten e-auto’s kopen, verstomt de discussie aan de pomp vanzelf. De energiekosten van een e-auto zijn zo de helft van een vergelijkbare benzinewagen.

Groene elektriciteit

Dat zou ervoor pleiten meer geld te steken in e-auto’s, in aardwarmte en in isolatie. Dat gebeurt onvoldoende, constateerde Volkskrant-columnist Diederik Samson, mede-architect van de Europese Green Deal, deze week knorrig. Europa is een ezel die zich telkens aan dezelfde steen stoot.

Gaat het echt zo slecht? Nee hoor, zegt Marieke Blom, hoofdeconoom van ING. ‘Europa en Nederland staan er in 2026 fundamenteel beter voor dan vier jaar geleden’, stelt ze. Zo komt er de komende jaren enorm veel capaciteit voor lng bij in de Verenigde Staten en Qatar. Fossiele energie dus, dat wel; gas blijft nu eenmaal voorlopig nodig. Alleen wel steeds minder: Europa verbruikt nu 16 procent minder aardgas dan in 2022, dankzij energiebesparing en de sterke groei van hernieuwbare energie.

Dankzij wind- en zonne-energie gaat de stroomprijs geregeld richting de 0 cent, zelfs in deze dure tijden. Groene elektriciteit is niet alleen klimaatvriendelijk, ze is ook goedkoop. Europa doet er daarmee verstandig aan zich volop te richten op verduurzaming van de energiesector. Niet alleen maakt dat ons minder afhankelijk, uiteindelijk zijn we ook minder geld kwijt. Dat weten ze zelfs in de Amerikaanse petrostaat Texas, waar enorm wordt geïnvesteerd in groene energie – ook in het tijdperk-Trump.

Afhankelijkheid van China

Het is niet louter hosanna, want de energietransitie kent haar eigen Straat van Hormuz: die heet China. Dit land heeft een groot deel van de groene waardeketen in handen, zoals zonnepanelen, elektrische auto’s, batterijen en windturbines. Dat maakt Europa opnieuw kwetsbaar. Beijing heeft al laten zien dat het er niet voor terugschrikt de export te blokkeren van kritieke grondstoffen voor de groene transitie.

Hoe dan ook valt er voor Europa genoeg te doen om de energie-afhankelijkheid terug te dringen. Het is vier jaar verder dan 2022.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next