Home

Half man, half torpedo: Jeroen Kampschreur is oneindig cool

„Welkom bij de cursus skiën zonder knieën!” Daarmee heb je me hoor, als je als paralympisch atleet met zulke binnenkomers strooit. Galgenhumor, zelfspot: ik ben er gek op. En hoe meer ik me verdiep in Jeroen Kampschreur, hoe gekker ik op hem word. De zitskiër won afgelopen week twee gouden medailles op de Paralympics.

Met open mond keek ik naar zijn runs. In zijn nieuwe kuipje ziet hij er precies uit als een transformer, weggelopen uit een tekenfilm waar mijn kinderen graag naar kijken. De commentatoren gingen helemaal uit hun dak bij de gigantische sprongen die de skiër maakte, zwevend op het randje van in of uit balans – en ik bleef maar gebiologeerd staren naar hoe dat nu precies zat. Of beter: naar hoe hij precies zit. Staren naar iemand met een beperking mag niet, leer ik mijn kinderen. Maar de fascinatie is totaal als iemand zo één is met zijn materiaal.

Waar begint de zitski, en waar houdt Jeroen op? Ik heb tientallen fragmenten bestudeerd, maar ik weet het nog steeds niet. Het is ook niet te zien, juist omdat het kuipje waaraan de ski vastzit zo naadloos om zijn lichaam is gegoten. Hoera voor Jeroen in 3d-print, windtunnels en supersonische technologie.

Op zijn Instagram staan filmpjes vanuit zijn point of view als hij de piste af gaat. Jeroen zit laag, griezelig dicht op de sneeuw, maar gaat makkelijk richting de 100 kilometer per uur terwijl hij doodleuk een liedje zingt. Ik ben natuurlijk super late to the party als ik me afvraag wie deze vrolijke gast nu eigenlijk is, want in deze krant stond een week geleden al een groot portret van hem.

Tijdens het lezen proest ik een slok koffie over mijn beeldscherm als ik lees wat Jeroens WhatsApp-status is: „Heeft niets onder de knie”. Zijn onderbenen zijn al geamputeerd toen hij 1 jaar was, en hoewel hij met twee protheses loopt, staat op zijn Wikipedia dat hij 1 meter 20 lang is. Ook dat vind ik erg grappig, al vraag ik me af of ik dat grappig mag vinden.

In een video vertelt hij over tintelingen in zijn vingers. Die heeft hij alleen bij paralympische wedstrijden, voor zitskiërs met een lichtjaar voorsprong de belangrijkste wedstrijden ter wereld. Ter vergelijking: hij is ook negenvoudig wereldkampioen, maar zo’n titel haalt vaak niet eens de krant. In Beijing, vier jaar geleden, wilde hij zo graag goud halen, zo vreselijk graag, dat hij met die tintelende handen aan de start alleen maar daaraan dacht.

Ik moet en ik zal goud winnen. Ik moet. En ik zal. En toen mislukte het, hij werd tweede. Nu weet hij dat de tintelingen een waarschuwing zijn: focus op je taak. Niet op de uitkomst. Dan komt het goed. En dat blijkt. Zijn twee gouden medailles van afgelopen week voegt hij bij het zilver en goud dat hij op de afgelopen twee edities van de Paralympics al won, en nu is hij de meest succesvolle Nederlandse paralympiër ooit.

Op de wijs van ‘Ik ga zwemmen in Bacardi lemon’ hoor ik hem in een filmpje zingen: „Ik ga skiën, maar ik heb geen knieën”. Nog eens kijk ik naar de gouden runs van deze half man, half torpedo. Wat geniet ik toch van lichtvoetigheid gecombineerd met wereldprestaties, en wat is technologie soms toch oneindig cool.

Sport

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next