Lucky Fonz III, singer-songwriter Dertien maart verschijnt ‘De Zachte Krachten’, het nieuwe album van Lucky Fonz III. Een verhalend album in verschillende muzikale stijlen. „Wat de fans van mij verwachten is dat ik juist niet bezig ben met wat de fans van mij verwachten.”
Rotterdam, 19.02.26, Lucky Fonz III / Foto Zara Nor
Op een bank in een koffiebar in het centrum van Rotterdam ligt een zwart bomberjack. Een bebaard mannetje met twee gebalde vuisten dat op de achterkant is geborduurd, lijkt er vlammend uit tevoorschijn te schieten. Het is het logo van hardcore muziekevenement Thunderdome. „Waar ter wereld je met deze jas ook komt, er is altijd wel iemand die naar je toe komt. Dan ben je gelijk vrienden”, vertelt de eigenaar van het bomberjack, Otto Wichers, beter bekend als singer-songwriter Lucky Fonz III.
Na zijn vorige album Hemellichamen, dat in 2022 door NRC tot album van het jaar werd uitgeroepen, is er nu nieuw werk: De Zachte Krachten. Een verhalend album in verschillende muzikale stijlen, over zijn leven dat hij opnieuw moest beginnen na onder andere het einde van een lange relatie, maar dat ook door de liefde weer op zijn pootjes terecht kwam. Inmiddels woont hij voor die nieuwe liefde in Rotterdam en is hij ervan overtuigd dat het leven draait om vriendschap, familie, gemeenschap, gezelligheid, liefde. Opvallend genoeg is de muziek op single ‘Intergeneratie’ onvervalste gabbermuziek, hardcore house.
„Voor mij is hardcore echt heel emotioneel. Het is werkelijk gevoelig. Tuurlijk, als ik op een gitaar iets persoonlijks zing, begrijpt iedereen dat meteen. Maar je kunt ook iets heel diepzinnigs zeggen op een hardcorebeat, ook zonder dat het ‘gimmicky’ wordt. Gabber had lang een slechte naam. In de jaren negentig werd gabber echt gezien als trash, zowel de muziek als de cultuur. Bombers, Nike Air Max, weet je wel. Voor mij is dat heel anders. Het is mijn cultuur, ik ben een gabber. Dit nummer ‘Intergeneratie’ is denk ik een soort reactie op dat stigma.
„Gabbercultuur, en dat zie je vaker bij extreme muziek, ook bij metal bijvoorbeeld, is eigenlijk een heel zachte gemeenschap. De scene is heel toegankelijk, ontzettend gezellig en gelijkwaardig: gabberinnen zien er goeddeels hetzelfde uit als mannelijke gabbers. Die gelijkheid tussen mannen en vrouwen vond ik als tiener heel radicaal.”
„Toen ik een jaar of vijftien was, werd gabber groot: de grootste jeugdbeweging die we hier ooit hebben gehad, er waren volgens mij een kwart miljoen gabbers. Ik vond die muziek meteen geweldig. Maar je werd toen wel met de nek aangekeken. Mensen waren soms zelfs een beetje bang voor me in de trein of bus. Dat vond ik interessant, omdat ik helemaal geen gevaarlijke guy ben. Eerder het tegenovergestelde, het was een soort tegenhanger van wie ik was. Ik ga nog steeds naar hardcorefeesten, daar ben ik nooit mee gestopt, maar als ik tien jaar geleden tegen een muziekjournalist zei dat ik hardcore maakte, lagen ze onder de tafel van het lachen. Gelukkig wordt het tegenwoordig juist interessant gevonden. De jongere generatie denkt veel minder in hokjes. Daar kan ik heel goed mee overweg. Ik ben denk ik de oudste Gen-Z’er van Nederland.”
„Ik heb wel altijd hardcore gedraaid, als dj Otto. Maar inderdaad, toen ik in Schotland literatuur ging studeren kreeg ik steeds meer interesse in teksten. Bob Dylan werd voor mij een soort gateway naar de hele Anglo-Amerikaanse traditie van folk en blues. In Edinburgh raakte ik betrokken bij de traditionele Schotse volksmuziek, viooltjes in cafés, dat soort dingen. Dat was het moment dat ik begon met zingen. In die folktraditie vallen songteksten en poëzie samen. Robert Burns [18de-eeuwse Schotse dichter en liedschrijver], weet je wel, iedereen kent die liederen. Folk is een collectieve cultuur, toegankelijke muziek die van onderop komt, uit het volk.”
„Ja, precies. Hardcore is óók mijn dna. Als je muziek puur benadert vanuit de structuur, dus niet alleen hoe het klinkt, maar hoe het is opgebouwd – hoe gaat de melodie van begin naar eind? Wat voor harmonieën en tempi hoor je? – dan hoor je dat die vroege folkmuziek en hardcore eigenlijk dezelfde muziek is. Want wat de viooltjes doen, tititititi [hij doet driftig een vioolspeler na], doen synthesizers in hardcore. En dat ritme van de bodhrán, dat is de kickdrum. Zelfs de dansstijlen lijken op elkaar: reels en jigs, dat is gewoon bijna hakken.
„Kijk, ik ben nu zo’n twintig jaar professioneel muzikant, en vind het bevrijdend om op een punt te zijn waar ik het me kan veroorloven een plaat rondom heel specifieke thema’s en sounds te bouwen, in plaats van me aan een muzikaal keurslijf te moeten houden. Wat de fans van mij verwachten is dat ik juist niet bezig ben met wat de fans van mij verwachten, weet je wel? Daar heb ik nu rust in gevonden.”
„Het is een lopend verhaal, verteld vanuit allerlei muzikale perspectieven en stijlen. Het begint met ‘Iedereen’, heel algemeen, bij iemand in een existentiële crisis, een soort nulpunt: iedereen wil liefde, maar er is ook leegte. Zo voelde ik me de afgelopen jaren. Ik had het idee dat ik mijn leven opnieuw moest beginnen. Hoe doe je dat, weet je wel? Gaandeweg ontstaat het besef dat je weer de echte wereld in moet trekken, dat je iets moet dóén.
„Halverwege verschijnt de liefde, in ‘Toen kwam jij’, en vanaf daar kantelt het verhaal, wordt de toon energieker. Het eindigt met verzoening, met rust: ‘In bed met jou’. Eindelijk. Ik heb lang zo erg geleefd vanuit en voor de muziek en het idee van mezelf als artiest, dat ik het echte leven soms verwaarloosde. Nu heb ik het gevoel dat ik er weer echt in sta. Ik zie duidelijker wat belangrijk is. Ik ben minder bezig met erkenning, meer met wat je voor elkaar betekent, met dienstbaar zijn. Gabber betekent trouwens gewoon vriend, hè.”
De zachte krachten verschijnt op 13 maart. Vanaf 20 maart gaat Lucky Fonz III op tournee langs poppodia en festivals.
Lucky Fonz III.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden