Paardensport Eric Berkhof is al decennia actief in de paardensport. Hij omarmde het talent Kim Emmen, die op de paarden van zijn Brabantse stoeterij Margaretha Hoeve rijdt en met „droompaard” Imagine de Olympische Spelen haalde. Wat is er nodig voor succes in deze wereld?
Kim Emmen op Imagine bij Jumping Amsterdam: "We proberen er het beste van te maken met nieuwe paarden uit eigen fokkerij."
Voor de vip-tribune is een speciaal bandje nodig, maar daar heeft Eric Berkhof er een bosje van op zak. Hij haalt er een tevoorschijn. Feloranje voor de vrijdag van Jumping Amsterdam, het eerste grote Nederlandse paardensportevenement van het jaar, eind januari.
Dan langs de beveiliging, de vitrines met glimmende Longines-horloges, het merk dat het toernooi sponsort, door naar de nu nog rustige tribune. Zijn vrouw en een bevriend echtpaar zitten al aan tafel. Straks, dan zit het hier vol, staat ceviche van Noordzeevis op het menu, gevolgd door entrecote. En wordt er gekeken naar het springen, natuurlijk.
Berkhof (62) is al decennia op verschillende manieren met de springsport verknoopt. Onderdeel daarvan is zijn ondersteuning van springamazone Kim Emmen (30), die de paarden zijn stal rijdt. Met zijn bedrijf, autodealer Van Mossel, is hij ook nog sponsor van alle grote concoursen in Nederland.
Waar sommige geldschieters in de paardensport liever op de achtergrond blijven, is Eric Berkhof een bekend gezicht. Misschien omdat hij er al op jonge leeftijd mee begon, zegt hij zelf. Op grote toernooien als dit wordt hij voortdurend aangesproken. Iedereen die deze wereld een beetje kent, kent hem. Bijna als een gastheer pakt Berkhof, in pak gestoken, zijn rol: hij heeft voor iedereen praatje, een handdruk.
Zoals de vrouw die Berkhof aan zijn vip-tafel in Amsterdam passeert. „Wacht even, voordat wij zomaar langs lopen”, begint ze de begroeting.
Hij draait zich meteen naar haar toe. „Alles wel?”
Ze vraagt of hij geniet van de sport, om daarna te constateren dat Kim weer mooi reed. „En ook gefeliciteerd met Bazel!”
„Ja, leuk, hè”, reageert Berkhof. „Echt blij mee.”
Emmen is bezig met het beste seizoen in haar carrière. In Bazel won ze begin januari met toppaard Imagine, voor de helft eigendom van Berkhof, haar eerste grand prix. Een dag later werd ze tweede bij de wereldbeker.
Anderhalf jaar eerder maakte ze haar opmerkelijke olympische debuut in Parijs. Emmen was met Imagine als reserve meegereisd, maar vanwege de late afmelding van Willem Greve startte ze toch en reed ze drie keer foutloos. Het Nederlandse team viel met een vierde plaats net naast het podium.
Zondag rijdt Emmen met Imagine bij Indoor Brabant, om te strijden om de prestigieuze Rolex Grand Prix, met een prijzenpot van een miljoen euro. Berkhof zal het gadeslaan vanuit zijn skybox, waarin hij tijdens het toernooi zo’n driehonderd zakelijke contacten ontvangt.
Een paar weken eerder, bij Jumping Amsterdam, sprak NRC met Berkhof en Emmen over hun samenwerking. Wat is er nodig voor succes in deze wereld?
Eric Berkhof kijkt naar het losrijden bij Jumping Amsterdam.
Kim Emmen komt aanlopen in een witte rijbroek, door het publiek heen, langs de stands met laarzen en wedstrijdjasjes. Op de vrijdagmiddag van Jumping Amsterdam in de RAI heeft ze er net een wedstrijd op zitten. Niet met Imagine, maar met 13-jarige ruin Hellix du Seigneur. Iets te langzaam om in de prijzen te vallen, maar foutloos. „Was super”, constateert ze. „Heel goed”, vindt ook Berkhof, die erbij staat. „Maar we hebben er pas eentje gehad”, zegt Emmen daarna.
Zoals altijd op concoursen rijdt ze meerdere paarden, op verschillende niveaus. Om te zien wat ze kunnen, de paarden op te leiden én om ze in de schijnwerpers te zetten: uiteindelijk draait het om de handel, al kan Emmen sommige paarden soms voor langere tijd rijden, om er sportief succes mee te boeken. Berkhof: „Wij moeten 25 tot dertig paarden per jaar verkopen om onze begroting goed sluitend te houden. En dat lukt ons ook.” Hij hoeft er niet van te leven, zegt Berkhof, maar hij wil ook geen geld verliezen. Dat gebeurde aanvankelijk wel: „vroeger moest ik elk jaar stevig investeren”. Wat ook helpt, zegt hij, is dat Emmen het bedrijf met haar prestaties extra „op de kaart heeft gezet.”
Emmen is opgegroeid tussen de paarden en pony’s, maar meer dan een hobby was rijden thuis niet. Haar moeder probeerde haar aanvankelijk te ontmoedigen om van het springen haar werk te maken, zegt ze. „Mama zei dat ik maar een normale job moest zoeken en de paarden ernaast moest doen. Maar dat wilde ik niet.”
Op haar negentiende kwam ze bij Berkhof rijden. Emmen kende hem al van naam: Berkhof zit sinds de jaren tachtig in de springsport, vrij kort nadat hij Van Mossel had overgenomen – inmiddels een van de grootste autobedrijven van Europa. Zoals hij het zelf vertelt was Berkhof altijd „waanzinnig serieus” in het springen, maar had hij „geen talent”. „Dus toen had ik een ingeving: waarom kan ik het niet op andere manier betrokken blijven bij de sport? En zo heb ik het uitgebouwd.” Hij ging springpaarden fokken en trok ruiters aan om ze te rijden.
Inmiddels is Emmen in de woorden van Berkhof „de leading lady” van zijn stal, de Margaretha Hoeve in het Brabantse Dinteloord. In het begin werkte Emmen juist in de luwte. Ze ging niet naar de grote concoursen, maar was de ‘derde ruiter’ die de jonge paarden reed. „Het is stap voor stap op zijn plek gevallen”, zegt ze.
„Ja, maar ook door haar talent natuurlijk”, reageert Berkhof. „Daar kun je niet omheen. De werklust, de drang om het elke dag beter te doen.” Berkhof zegt dat het „bijna onmenselijk” is hoeveel uren Emmen maakt, terwijl lange dagen toch al de norm zijn in de paardensport.
Kim Emmen gaat op de foto met een fan.
„Daarbij”, vervolgt hij, „kwam er een paard om de hoek kijken, Delvaux, daar had ik het geloof al niet meer in, maar Kim wel. Dat liet ook het doorzettingsvermogen zien.” Delvaux, door Berkhof gefokt, stond bekend als moeilijk. Toch klikte Emmen met de hengst, zegt ze. Ze nam hem „een soort van stiekem” mee naar een wedstrijd. Daar was Delvaux zo rustig dat Berkhof bij het zien van de videobeelden vroeg: welk paard is dit eigenlijk? Uiteindelijk behaalden de twee een aantal internationale successen.
Of het een omslagpunt was in haar carrière? „Ik sta daar niet bij stil,” zegt Emmen. „Ik ben vrij nuchter en probeer gewoon met alle paarden het beste te doen wat ik kan.” Net voor Jumping was ze nog met een hele rits paarden op concours in Deurne. „En dan rij ik ook vijf- en zesjarigen die niet op mijn lijst staan, want ja, uiteindelijk proberen we er het beste van te maken met nieuwe paarden uit eigen fokkerij.”
De grote concoursen – zoals in Nederland Jumping Amsterdam, Indoor Brabant of Valkenswaard – zijn de plaatsen om je als ruiter te laten zien. „Hier kun je je bewijzen, niet op een boerenwedstrijd ergens achterop”, zegt Berkhof.
Maar je komt er niet zomaar binnen. „Toen Kim een jaar of 23 was en wij op het hoogste niveau mee wilden doen, moesten wij vechten voor een plaatsje.” Soms betekent dat lobbyen bij de organisatie voor een plek op de startlijst, soms is het gewoon een kwestie van geld. Neem de Global Champions Tour, opgericht door oud-springruiter Jan Tops. „Dat is een heel bijzonder concours, maar de inleg is best hoog.” Hoe hoog mag Berkhof niet zeggen. „Dus Kim moet heel wat prijzengeld binnenhalen om budgetneutraal te zijn. Dat gaat nu natuurlijk heel goed, maar zeven jaar geleden minder.” Hij vervolgt dat zoiets niet los te zien is van de paarden die je ter beschikking hebt. „En Imagine is natuurlijk een droompaard.”
Want als talentvolle ruiter kun je een verdienstelijke carrière hebben, maar pas met een toppaard komen serieuze prijzen binnen handbereik. Berkhof weet hoe uitzonderlijk de prestaties van het duo Emmen-Imagine zijn. „We moeten ons realiseren,” zegt hij, „dat dit misschien wel nooit meer lukt.” Hij heeft het ook niet eerder meegemaakt, niet in deze mate. „Bazel, dat was voor mij ook de eerste keer dat ik de Grote Prijs won. Dus je ziet hoe moeilijk dit is.” Berkhof probeert ervan te genieten. „Ik heb zoveel moeten incasseren met de paarden. Want ze laten je vaak in de steek, hè. Onbewust natuurlijk.”
In een volle RAI worden Imagine en Kim Emmen op zondagmiddag door de stadionspeaker aangekondigd als „de combinatie in vorm” en „de meest betrouwbare combinatie van het deelnemersveld”. Ze rijden opmerkelijk vaak foutloos, ook deze keer, tot blijdschap van het thuispubliek.
Emmen prijst Imagine als een stabiel paard, dat altijd bij de les is. De 13-jarige ruin – een KWPN’er, Koninklijk Warmbloed Paard Nederland – is ook sterk, met „veel vermogen, veel macht”, zegt Berkhof, die even is weggegaan bij zijn volle tafel met zakelijke contacten. Nu staat hij te kijken bij de bak waar de ruiters losrijden en uitstappen.
Hij schiet vol als hij vertelt over zijn goede vriend René Viscaal, de fokker van Imagine die in 2023 overleed aan alvleesklierkanker. „Het is nu drie jaar geleden”, zegt Berkhof. „Maar het blijft moeilijk. Gewoon omdat ik vind dat hij dit had moeten meemaken.” Vlak voor zijn overlijden adviseerde René aan zijn vrouw Conny, die vandaag ook aan tafel zit, dat ze bij Berkhof moest zijn als ze hulp nodig had met de paarden. Niet veel later ging Emmen Imagine rijden en kocht Berkhof zich voor de helft in bij het paard. Ook Emmen, normaal zo koel, had tranen in haar ogen toen ze hierover met de pers sprak in Parijs.
Kim Emmen met haar coach Sören Kühl.
Door de Spelen is ook Imagine een grote naam geworden. Berkhof: „Je wordt helemaal gek gebeld, ook na ‘Bazel’ trouwens.” Van over de hele wereld krijgt hij biedingen, zegt hij. „Ik ga echt niet zeggen voor hoeveel, maar het zijn extreme bedragen.” Niemand praat graag over prijzen, maar voor een goed paard kunnen miljoenen betaald worden. Tegenwoordig gaat er in de paardensport nog meer geld rond dan vroeger, zegt hij. „Er zijn zoveel kopers bijgekomen. Qatar, Dubai, heel rijke Amerikanen, Hongaren, Polen.” Het is lastig voor Nederlandse ruiters, zegt hij. „Goede paarden verdwijnen soms met zes, zeven jaar al naar het buitenland.”
En Imagine? Berkhof: „Die gaat vandaag niet verkocht worden, maar misschien later in het jaar wel.” Want, zoals gezegd, het is handel. „Uiteindelijk worden alle paarden verkocht.” Voor die tijd is het nog wel de planning dat Emmen deze zomer met Imagine naar de WK in Aken gaat, waar ook de eerste startbewijzen voor de Zomerspelen van Los Angeles (2028) te verdienen zijn.
Net voor Berkhof terug gaat naar zijn tafel voor de barrage, loopt Emmen langs. Ze steekt alleen een duim omhoog. „We hebben niet veel nodig”, zegt Berkhof, „na zoveel jaren is een blik genoeg”.
Een klein uurtje later krijgt Imagine een rozet opgespeld. De twee zijn zevende geworden, de beste Nederlandse combinatie vandaag. In de barrage ging er ditmaal één balk af. „Daar heb je Kim”, wordt gefluisterd door het troepje fans dat alleen voor haar langs de bak staat. Het meisje dat een handtekening krijgt, mag een tijdlang Imagines roze neus kriebelen.
En daarna gaan ze weer terug de ring in, voor een ereronde.
Kim Emmen (Oosterhout, 1995) is springamazone. Met toppaard Imagine won ze in januari de Grand Prix van Bazel. Ook kwam ze meermaals uit voor TeamNL, voor het eerst bij de EK in 2023. Bij de Olympische Spelen van Parijs (2024) ging Emmen mee als reserve, maar kwam toch in actie en reed driemaal foutloos. Het Nederlandse team werd vierde. Emmen was de tweede Nederlandse vrouw ooit die in de springsport voor de Spelen werd geselecteerd.
Eric Berkhof (Tilburg, 1963) begon in de jaren tachtig als stagiair bij Van Mossel, zes jaar later nam hij het bedrijf over. Van Mossel Group is inmiddels het grootste automotivebedrijf van de Benelux (omzet 6,2 miljard euro in 2024, brutowinst (ebitda) 210 miljoen). Berkhof is ook eigenaar van stoeterij de Margaretha Hoeve in Dinteloord. Van Mossel is sponsor van alle grote Nederlandse paardensportevenementen.