Wat zijn dit voor vragen? Zes dilemma’s voor Splinter Chabot (29), naar aanleiding van zijn nieuwste boek Twee prinsen. ‘Ik hoop dat ik kan bijdragen aan de grote stroom van vrijheid voor de mensen na mij.’
Autobiografisch of fictie?
‘Dat is voor mij een moeilijke. Ik schrijf eigenlijk altijd fictief en autobiografisch door elkaar. Mijn eerste boek Confettiregen is bij wijze van spreken een millimeter verwijderd van mij als persoon, maar door het boek fictief te schrijven creëer ik ruimte voor het veranderen van de werkelijkheid. Voor mij voelt fictie als een filter, gebeurtenissen kunnen kleurrijker worden of juist zwart en donker.
‘Een van de inspiratiebronnen voor Twee prinsen is een brief die ik zes jaar geleden kreeg van een lezer naar aanleiding van mijn boek Roze brieven, over Richard. Hij groeide op in een reformatorisch gezin, een mistige, grijze omgeving. Toen hij zijn ouders vertelde dat hij op jongens viel, sloeg zijn vader hem in elkaar. Kort daarna pleegde hij zelfmoord, zijn ouders zijn niet op de begrafenis geweest. Echt een gruwelijk verhaal. Ik hoop dat Richard, samen met vele anderen die een veel liefdevoller leven verdienden, voortleven door dit boek.
‘Voor Twee prinsen ben ik meerdere keren naar Rome gereisd, omdat ik die stad als decor voor het verhaal wilde gebruiken. Ik liep uren door de stad, op zoek naar ervaringen die ik zou kunnen verwerken in het boek. In Rome kan voor mijn gevoel veel meer, het is een ontzettend romantische stad.’
Den Haag of Rome?
‘Ik hou van Den Haag. Ik ben er geboren en getogen, en mijn ouders wonen er nog. Het is er prachtig, vooral in de zomer. Vroeger liet ik onze hond Bril uit in de duinen en op het strand, dat was heerlijk.
‘De eerste keer dat ik naar Rome reisde met vrienden, wilde ik er meteen wonen. De tweede keer, toen ik naar de stad ging om inspiratie op te doen voor Twee prinsen, nog steeds. Eigenlijk ben ik daar nu een beetje vanaf gestapt. Ik heb zo veel meegemaakt in Rome. Soms voelt die stad voor mij beladen, omdat er veel herinneringen en emoties liggen, zowel positieve als negatieve. Misschien moet ik eerst wat andere plekken in Italië bezoeken, zodat ik weer makkelijk terug kan gaan.
‘Als schrijver kies ik voor Rome, omdat daar voor mijn gevoel zo veel kan. Twee jongens die over daken rennen met luchtballonnen zie ik niet voor me in Den Haag. Maar in Den Haag kom ik thuis, zodra ik bij mijn ouders over de drempel stap. Dat voelt veilig, om in de grote, boze wereld weer even kind te kunnen zijn.’
Bril of lenzen?
‘Ik kies de hond Bril. Ik heb vroeger veel tijd met haar doorgebracht. Mijn eenzaamheid kon ik bij haar kwijt, al mijn geheimen bleven achter in haar zwart-witte vacht. Ik mis haar nog steeds. Soms droom ik over Bril, vooral als ik net bij mijn ouders ben geweest. Ik mis het aaien, het lieve hoofdje. Als we op vakantie gingen, sliep ik altijd met haar op de kamer. Soms werd ik wakker door een enorme lebber in mijn gezicht, dan stond ze zo enthousiast te hijgen.
‘Van mijn moeder mocht ik geen lenzen dragen. Ik raak snel dingen kwijt, en als zo’n lens geïnfecteerd raakt, heb je meteen een ontstoken oog. Zonder bril heb ik ook een beetje een blotebillengezicht. Wat ik leuk vind is dat ik de wereld nu op twee manieren kan zien. De wereld is best wel hoekig, dat ontdekte ik pas toen ik een bril ging dragen. Ik zie tot 40 centimeter van mijn gezicht scherp, daarna wordt het wazig. Dus als ik mijn bril afdoe, zijn grijze stoeptegels ineens een grijs tapijt.’
David Bowie of Prince?
‘Van David Bowie ben ik echt fan. Toen zijn laatste album Blackstar uitkwam, ben ik als een gek naar de cd-winkel gerend. Prince vind ik ook geweldig, maar ik ben van beiden niet naar een concert geweest. Mijn nieuwe obsessie op muzikaal gebied is Raye. Ik heb haar live zien optreden in de Ziggo Dome in Amsterdam, en vorige week ben ik tot 12 uur ’s nachts wakker gebleven om naar haar nieuwe nummer te luisteren. Ook Troye Sivan vind ik waanzinnig, de ‘queer Madonna’. In zijn shows spat de queer joy ervan af.
‘Ik ga niet kiezen, maar dit rijtje aanvullen. Als ik in de hemel kom, mocht ik welkom zijn, ga ik een festival organiseren met deze line-up. David Bowie, Prince, Raye én Troye Sivan. Ik denk dat God daar ook ontzettend veel zin in heeft.’
Pride Amsterdam of Pride Den Haag?
‘Pride Amsterdam. Ik mag dit jaar voor de vijfde keer op een rij de Canal Parade presenteren, een hele eer. Die dagen wordt de stad overgenomen door de queergemeenschap, en ben je in plaats van in de minderheid plotseling in de meerderheid. Dat is zo bevrijdend, om niet degene zijn die afwijkt of de uitzondering is.
‘Tijdens mijn eerste Pride in Amsterdam was ik ontzettend nerveus. Ik was 19 of 20 jaar oud en mocht meevaren op een boot. Het was weergaloos. Tijdens mijn middelbareschooltijd wilde ik het liefst verdwijnen in de muur of me verstoppen in een hoekje, maar daar werd ik gevierd als queer persoon. Het is het meest glitter- en confettiprotest van de wereld, die paar dagen voel je hoe het is als de wereld echt vrij zou zijn.
‘Mijn broers zijn drie witte heteroseksuele mannen, en ik praat vaak met hen over die vrijheid, die voor hen vanzelfsprekend is. Ze kochten voor de vorige Pride-editie een Protect the Dolls-shirt, een wereldwijde actie waarvan de opbrengst naar een organisatie voor rechten van transgender personen gaat. Het is heel fijn om die steun voor de gemeenschap te ervaren van mijn broers.
‘Na de kleurrijke dagen heb ik vaak een kleine kater. Ik denk altijd: laat die regenboogvlaggen gewoon hangen. Maar er wordt helaas van je verwacht dat je de glitters weer van je gezicht haalt en de verf uit je haar wast. Er is heel veel aandacht voor queerrechten tijdens Pride, maar volgens mij moet dat het hele jaar door zo zijn. Aandacht voor femicide, queerrechten, de Black Lives Matter-beweging: allemaal altijd belangrijk. Ik klink nu vast heel erg als een ‘deugneus’, maar voor mij is dit meer dan normaal. Ik hoop dat dat voor meer mensen gaat gelden.’
Sprint of marathon?
‘De marathon. Los van dat ik er zelf een heb gerend, heel leuk om te doen, denk ik dat dit dilemma voor mij vooral van toepassing is op vrijheid. Het motto van mijn nieuwe boek is: ‘Het leven is een sprint, de vrijheid een marathon.’ Die zin is voor mij een schild geworden.
‘Ik ben weleens bespuugd, uitgescholden en kreeg klappen op straat. Zeker als je je zichtbaar ‘gay’ gedraagt en als twee verliefde mannen over straat loopt, ben je een soort haat-magneet. Als queer persoon moet je dat soort momenten draagbaar maken voor jezelf. Als ik nu de klap of blik van een ander niet opvang, geef ik die voor mijn gevoel door aan de volgende persoon. Maar als ik die handelingen wel incasseer, zijn ze alvast ‘uitgegumd’.
‘Elke keer als ik een heftige reactie krijg op mijn queer-zijn denk ik aan het feit dat de vrijheid voor mij een marathon is. We zijn als gemeenschap onderdeel van een stroom van vrijheid, die veel groter is dan één leven. Ik kan zijn wie ik ben door generaties voor mij, en het is aan mij en ons om die vrijheid te bewaken en te vergroten voor de generaties die nog komen. Ik ben hier maar even, maar ik hoop dat ik kan bijdragen aan die grote stroom.’
Splinter Chabot: Twee prinsen. Hollands Diep; 384 pagina’s; € 26,99.
SPLINTER CHABOT
Splinter Chabot woont in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant