Zap De docuserie Klinkt als een sekte van Ruinerwold-kind Israel van Dorsten heeft de juiste persoon als maker, ziet onze recensent. Die gunde zichzelf daarna wel even het opbeurende karakter van ‘Andrea Hazes’ in 010: de mensen die Rotterdam kleur geven.
Israel van Dorsten (rechts) in gesprek met oud-lid Prisca en haar vriend Jaap.
„Is het niet bizar”, zegt Israel van Dorsten tegen het einde van de eerste aflevering van docuserie Klinkt als een sekte (EO), „dat dit nu nog kan bestaan?” Een terechte vraag, zoals Van Dorsten wel meer vragen stelde die ikzelf al naar mijn televisie schreeuwde. Van Dorsten, gevlucht kind van Ruinerwold, onderzoekt zelf andere ‘gesloten gemeenschappen’ en spreekt lotgenoten. Gemeenschappen dus, waarvan in tegenstelling tot de Bhagwan-sekte uit Generatie Bhagwan eerder deze week de leider nog leeft, en die wel degelijk nog actief zijn.
Om even bij de term te blijven die van een Iran-debat in de Tweede Kamer en de talkshows in de avond een taalballet had gemaakt: het ontbrak bij mij volledig aan ‘begrip’. Niet omdat ik niet kon zien hoe sektes kunnen ontstaan. Hoe deze mensen slachtoffer werden van een omgeving waarin ze werden geboren. Hoe de dynamiek werkte: liefhebben, afstoten, macht, controle, manipulatie. Maar omdat ik er – misschien naïef – met mijn hoofd niet bij kwam hoe zo’n beweging, in dit geval ‘De Samenkomst’ geleid tot ‘de Geest’ in ‘het vlees’ Wim, nog steeds bestaat.
Want we zien beelden uit de jaren 90, toen de beweging al in opspraak was. Beelden van toen de meeste oud-leden die Van Dorsten spreekt nog niet eens geboren waren. Beelden ook die sommigen van hen voor het eerst zien in deze aflevering, een van de indrukwekkendste momenten. „Waar ben ik in geboren?”, vraagt Bernice, een van hen, zich af.
Alle lof voor Israel van Dorsten. Overduidelijk geen tv-maker, licht ongemakkelijk voor de camera’s, maar door zijn geleefde ervaring de beste persoon om zo’n serie te maken. Innemend, zachtaardig, open. In Klinkt als een sekte krijg je ook mee hoe het nu met zíjn leven gaat. Zo zien we hem in deze eerste aflevering op kraambezoek gaan bij zijn broer, die al jaren eerder uit Ruinerwold gevlucht was. „Grappig, zo’n baby”, zegt hij als het meisje op zijn borst wordt gelegd.
Hij eindigt de aflevering met de vraag of alle oud-leden nu kunnen zeggen dat ze deel uitmaakten van een sekte. De enige die daar moeite mee heeft, is Bernice, pas tweeënhalf jaar weg: „Het voelde zo echt.” Ze had daarvoor al mijn hart gebroken toen ze verkondigde: „Ik wilde geen voorganger, ik wilde gewoon een knuffel van mijn moeder soms.”
Ik kon ook wel even een knuffel gebruiken hierna en kreeg die van Caroline in 010: de mensen die Rotterdam kleur geven (RTL 5). De makers van de serie waarin markante Rotterdammers gevolgd worden, hebben in dit tweede seizoen weer een absolute parel gevonden. Caroline verdient haar geld als Andrea Hazes en is ongetwijfeld de enige vrouw in Nederland die het niet als belediging zal zien als je zegt dat ze best wel lijkt op André Hazes. Ik werd daarin bevestigd toen haar transformatie bleek te bestaan uit twee opgeplakte bakkebaarden, een zwarte zonnebril en zwarte hoed. Niets meer aan doen.
Ze zit vol heerlijk platte oneliners – „Ik ken niet zingen, pleuren alle ruiten eruit.” Maar vooral de dynamiek met haar man Ronald, die geheel in dienst staat van haar carrière, is prachtig. Ronald is overduidelijk gek op Caroline en doet haar make-up, het geluid, begeleidt het publiek. „Ik zeg, je bent eigenlijk verwarmingsmonteur, maar of je nou een pijpleiding lijmt of mijn bek…” Maar Ronald, zegt Caroline, wist waar hij aan begon. Ze vertelde hem op hun eerste date al dat ze „business woman” was. „Ik ben en blijf de kapitein.”
Wat moet je deze week kijken? Tips en achtergronden over boeiende films, series en tv-programma’s