Home

Dankzij een miljardair krijgt het Rijksmuseum een nieuw beeldenpark: een deal die veel vragen oproept

Het Rijksmuseum in Amsterdam opent een nieuw beeldenpark dankzij een schenking van een miljardair. Daarin zullen sculpturen worden tentoongesteld van internationale grootheden, óók uit de eigen collectie van de donateur. Hoe zit het met de mogelijke belangenverstrengeling in deze samenwerking?

In korte tijd 140 miljoen euro ophalen, dat mag een stunt worden genoemd. In december werd bekend dat het Rijksmuseum Amsterdam een tentoonstellingsruimte krijgt in Eindhoven en dat de Brabantse gemeente 80 miljoen euro uittrekt voor de bouw daarvan. Een maand later volgde het persbericht dat hetzelfde museum een gratis toegankelijk beeldenpark in Amsterdam opent, met sculpturen van grootheden als Louise Bourgeois, Alberto Giacometti en Henry Moore.

Deze kostbare collectie, vanaf dit najaar te zien in het Carel Willinkplantsoen (op een paar minuten lopen van het Rijksmuseumgebouw), behoort toe aan de ‘Don Quixote Foundation’. Die geeft niet alleen ‘een groot aantal’ beelden in langdurig bruikleen, maar stelt ook nog eens 60 miljoen euro beschikbaar voor de realisatie van de uitbreiding.

Taco Dibbits, sinds 2016 directeur van het Rijksmuseum, sprak van een ‘historische schenking’. Burgemeester Femke Halsema noemde het beeldenpark een ‘geweldig cadeau voor alle mensen in Amsterdam’.

Toch roept het in zee gaan met de Don Quixote Foundation vragen op. De constructie is opmerkelijk: een particuliere weldoener financiert een beeldenpark waarin, onder de vlag van het internationaal geroemde Rijksmuseum, zijn eigen collectie gaat schitteren. Is dit ethisch gezien aanvaardbaar? En wie is deze vrijgevige begunstiger?

Stichting DQ

Het is vruchteloos zoeken in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel naar de Don Quixote Foundation. De overeenkomst over het nieuwe beeldenpark blijkt te zijn gesloten met de Stichting DQ. Die wordt bestuurd door de 65-jarige investeerder Rolly van Rappard.

Het lijkt erop dat hij dol is op Don Quichot, de ronddolende ridder uit de 17de-eeuwse roman van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes. Meerdere stichtingen van Van Rappard zijn vernoemd naar dit personage (die in het Engels ‘Don Quixote’ heet). Vermoedelijk gaat het om een knipoog naar de adellijke titel die de Nederlander mag voeren: zijn volledige naam is Louis Rudolph Jules ridder van Rappard.

Op jonge leeftijd ging hij werken voor de Amerikaanse bank Citicorp. Daar kwam hij bij het fonds Citicorp Venture Capital (CVC) terecht, gespecialiseerd in private equity: het investeren in bedrijven met als doel een waardestijging, waarna wordt aangestuurd op een profijtelijke verkoop.

Van Rappard was een van de handvol werknemers die in 1993 dit investeringsfonds overnam van de bank. De nieuwe eigenaren wisten tal van bedrijven met winst te verhandelen, waaronder zelfs de Formule 1 (die in 2006 werd gekocht voor 2 miljard euro en tien jaar later voor 8 miljard van de hand werd gedaan).

Vandaag de dag beheert CVC – dat zijn hoofdvestiging heeft op het eiland Jersey, een belastingparadijs – volgens zijn website 205 miljard euro. De investeringsmaatschappij telt meer dan 1.300 werknemers, verspreid over dertig kantoren in de wereld.

Het succes heeft de eigenaren van CVC geen windeieren gelegd. Van Rappard stond vorig jaar in de Quote 500 op nummer 29 met een geschat vermogen van 1,9 miljard euro.

Hij staat bekend als een filantroop. Hij steunt een keur aan goede doelen, van de door David Attenborough gemaakte documentaire Ocean tot een opleidingsinstituut van het Concertgebouworkest.

Gulle gever

Vanaf 2013 werd Van Rappard een belangrijke begunstiger van het Rijksmuseum. Hij doneerde in elf jaar tijd volgens het Rijksmuseum 4,9 miljoen euro, onder meer aan een nieuwe reeks van jaarlijkse beeldententoonstellingen in de tuinen van het museum.

In 2023 maakte het museum bekend dat het de grootste particuliere gift tot dan toe had ontvangen: 12,5 miljoen euro voor de continuering van deze exposities. De naam van de gulle gever werd niet bekendgemaakt, maar dat was opnieuw Van Rappard (die nooit commentaar heeft gegeven over zijn betrokkenheid bij het Rijks en dat volgens het museum ook nu niet wil).

Ten behoeve van deze megaschenking en eventuele toekomstige steun aan het Rijksmuseum riep de zakenman in 2022 de Stichting DQ in het leven. Opvallend is dat in de oprichtingsakte een functie is gecreëerd voor de fungerend directeur van het Rijks. Hierdoor is Taco Dibbits al 3,5 jaar lid van een (tweekoppige) raad die het bestuur van de stichting – Van Rappard zelf – gevraagd en ongevraagd adviseert over giften ‘in de breedste zin van het woord’.

Het museum maakte deze rol pas eind 2025 bekend, nadat de stichting en het Rijks de overeenkomst hadden gesloten over het nieuwe beeldenpark in het Carel Willinkplantsoen. Toen werd de adviesfunctie toegevoegd aan de op internet gepubliceerde lijst van Dibbits’ nevenactiviteiten. In de jaarverslagen over 2022, 2023 en 2024 was die niet vermeld. Een ‘omissie’ , stelt Dibbits als hem daar nu naar wordt gevraagd.

Heeft een museumdirecteur die een begunstiger annex kunstverzamelaar adviseert niet twee petten op, terwijl hij uitsluitend de belangen van zijn instelling zou moeten dienen?

Dibbits stelt dat de adviesfunctie – de enige die hij bekleedt ten aanzien van particuliere begunstigers – op verzoek van zijn instelling is toegevoegd aan de oprichtingsakte van de Stichting DQ, met als doel ‘het belang van het Rijksmuseum ook op de lange termijn te bestendigen’.

De directeur vindt zijn unieke rol bij de Stichting DQ geen probleem. ‘Ik krijg een enorme kans om aan het publiek kunst te laten zien. Ik zie niet dat het Rijksmuseum er kwetsbaar door zou worden.’ De adviesfunctie is, zo stelt hij, vooraf goedgekeurd door de raad van toezicht.

Hij benadrukt dat zijn museum veel te danken heeft aan verzamelaars, bruikleengevers en begunstigers. Het is daarom belangrijk om een goed contact met hen op te bouwen. Dit gebeurt onder meer door hen bij potentiële aankopen te adviseren. Maar alleen over de artistieke merites, nooit over de financiële waarde, stelt hij. ‘Daar zijn we ook geen specialist in.’

Begunstiger én bruikleengever

De relatie tussen Van Rappard en het Rijksmuseum bevat nog een component die bezwaarlijk zou kunnen zijn. De zakenman is begunstiger en bruikleengever tegelijk. De miljardair geeft 60 miljoen euro voor het openen van een beeldenpark waarin zijn verzameling centraal staat. Zijn sculpturen kunnen meer waard worden doordat de internationaal gelauwerde kunstinstelling die gaat exposeren.

De Ethische Code voor Musea waarschuwt expliciet voor dit soort potentiële belangenconflicten. Als een bruikleengever tevens als sponsor optreedt of bestuurlijk betrokken is bij dat museum, is ‘speciale voorzorg’ vereist. ‘Er dient voor gewaakt te worden dat naar buiten toe zelfs de schijn ontstaat van een onbetamelijke belangenverstrengeling.’

Het jaarverslag van het Rijksmuseum over 2025, toen de schenking voor het nieuwe beeldenpark werd beklonken, is nog niet klaar, dus het is niet bekend wat de raad van toezicht hierover gaat rapporteren.

Dibbits stelt dat die vooraf heeft ingestemd met de gift voor het beeldenpark. In de contracten over de langdurige bruikleen en de schenking – die het museum niet wil openbaren ‘om redenen van privacy’ – is volgens hem een belangrijke clausule opgenomen. ‘Wij hebben als Rijksmuseum het veto over wat we in het park doen en hoe we het exploiteren. Het moet duidelijk zijn dat het museum de eindbeslissing neemt.’

Hij voegt daaraan toe dat ‘je ervoor moet zorgen dat je niet van één partij te afhankelijk wordt’. Hij roemt in dit verband het ‘goede evenwicht’ ten aanzien van de belangrijkste inkomstenbronnen van zijn museum: kaartverkoop, overheidssubsidie, sponsoren en particuliere begunstigers.

Mogelijke waardevermeerdering

De directeur betwijfelt of de beelden van Van Rappard, die in een aantal gevallen een geschatte marktprijs hebben van tientallen miljoenen, nog in waarde zullen stijgen doordat ze onder de banier van zijn museum worden getoond. ‘De meeste werken zijn in oplage gemaakt en worden al lang tentoongesteld in gerenommeerde musea.’

Mocht er toch een waardevermeerdering optreden, dan is het volgens hem uitgesloten dat de zakenman hiervan gaat profiteren. ‘Ik weet dat hij nooit verkoopt.’ Uit de statuten van de stichting waarin de kunstverzameling van Van Rappard is ondergebracht (Stichting DQ Art Foundation, een andere dan Stichting DQ) blijkt dat stukken wel van de hand kunnen worden gedaan.

Volgens het museum heeft Van Rappard schriftelijk aan het museum bevestigd dat de collectie bijeenblijft. Het gaat volgens het Rijks om een e-mail, verstuurd ‘in aanloop naar het nieuwe beeldenpark’. Een datum wordt niet gegeven en het bericht mag ‘vanuit privacyoverwegingen’ niet worden ingezien.

Of al eerder in de museumtuinen geëxposeerde beelden van Van Rappard op de markt zijn gekomen, valt moeilijk te controleren. In de twaalf tentoonstellingen die er tot nu toe waren, werden ruim 160 sculpturen getoond. Negentien daarvan komen uit zijn collectie, stelt het Rijks.

Het museum wil eerst niet zeggen om welke beelden het gaat: ‘Wij respecteren, volgens afspraak, altijd de anonimiteit van particuliere bruikleengevers.’ Kort voor publicatie geeft het, na een akkoord van Van Rappard, toch een overzicht. Dat komt te laat om te kunnen achterhalen of de beelden nog in eigendom zijn van de zakenman.

Recente jaarverslagen vermelden dat de toezichthouders en de directie ‘alert’ zijn op ‘mogelijke ongewenste belangenverstrengeling’. Maar er werd nooit concreet ingegaan op de rol van de zakenman als begunstiger – hij doneerde tussen 2013 en 2023 in totaal 17,4 miljoen euro – én bruikleengever van zijn beelden in de tuinen.

Hoe groot is de collectie van Van Rappard? Dibbits zegt dat het in totaal om ‘meer dan honderd beelden’ gaat. Hij heeft daarvan echter nooit een lijst ontvangen. ‘Sommige verzamelaars sturen die wel, andere niet. Een aantal beelden van Van Rappard ken ik van de tentoonstellingen in onze tuinen, maar ik kan niet zeggen wat er verder in zijn collectie zit.’

Internationale allure

Past de verzameling wel bij het Rijks? De sculpturen van Van Rappard zijn, aldus het uitgebrachte persbericht, ‘van internationale allure’. Daarin noemt het museum de namen van zes beroemde kunstenaars, die allemaal uit het buitenland komen. Hoe verhoudt zich dat met de missie dat het Rijks ‘het museum van Nederland’ is?

Dat was, aldus Dibbits, vooral de insteek van zijn voorganger, Wim Pijbes. ‘Toen ik directeur werd, heb ik gezegd: ik wil de Nederlandse collectie meer in internationale context laten zien. Ik heb daarop ingezet, zie tentoonstellingen als Caravaggio-Bernini, Rembrandt-Velázquez en nu Metamorfosen.’

Hij geeft bovendien aan dat zijn museum al veel buitenlandse beeldhouwwerken bezit. Daarnaast stelt hij dat de verzameling van Van Rappard ook Nederlandse sculpturen bevat. Hij weet echter niet hoeveel dat er zijn.

Opkoopfonds

Over het bedrijf van Van Rappard is door de pers geregeld kritisch geschreven. Zo noemde Peter de Waard, oud-economieredacteur van de Volkskrant, CVC in een column in 2024 ‘niet meer dan een sprinkhaan die bedrijven opkoopt, saneert en weer verkoopt’ (private-equityfondsen worden sprinkhanen genoemd omdat die insecten in korte tijd hele akkers kunnen kaalvreten). De Waard kwalificeerde het bedrijf als een ‘financieel vehikel dat weinig bijdraagt aan de maatschappij’.

Moet het Rijksmuseum, dat jaarlijks van de overheid 37 miljoen euro subsidie krijgt en een collectie van nationaal belang beheert, zich inlaten met een topman van zo’n opkoopfonds? Waarvan de hoofdvestiging zetelt in een belastingparadijs?

Volgens Dibbits vindt bij het aantreden van elke grote begunstiger een onderzoek naar diens achtergrond plaats. De directie en de raad van toezicht doen navraag bij hun contacten en het museum raadpleegt Lexis Diligence, een omvangrijke database met nieuwsartikelen en andere gegevens waarmee iemands reputatie kan worden beoordeeld. Ook Van Rappard heeft zo’n screening ondergaan. Over de uitkomst is de museumdirecteur kort. ‘Hij is partner van een bedrijf dat opereert op een manier waarvan het museum vindt dat die binnen de normen valt.’

De toekomst

Hoelang kan het Rijks op de gulheid van Van Rappard rekenen? Alle langdurige bruikleencontracten van het museum worden gesloten voor een periode van drie of vijf jaar, met stilzwijgende verlenging, legt Dibbits uit. Deze korte termijn hoeft volgens hem geen belemmering te zijn voor een bestendige relatie. Hij noemt als voorbeeld Rembrandts portret van Maria Trip, dat onder dezelfde voorwaarden werd uitgeleend: ‘Dit schilderij hangt al sinds 1897 in het museum.’

Dibbits wijst daarnaast op de opzet van de overeenkomst met Van Rappard. De investeerder schenkt 10 miljoen euro om het Carel Willinkplantsoen te transformeren tot een beeldenpark met expositiepaviljoens. Het meeste geld, 50 miljoen, trekt hij uit om de exploitatie daarvan in de toekomst te garanderen. ‘Het is de intentie van de bruikleengever’, concludeert de Rijksmuseumdirecteur, ‘dat het eeuwig duurt.’

De vrouw van Rolly van Rappard, Françoise Wanninkhof, heeft ook een relatie met het Rijksmuseum. Zij heeft een goededoelenorganisatie ten behoeve van het welzijn van kinderen, natuurbescherming en cultuur. Deze Stichting The Brook Foundation is donateur van een tentoonstelling in het Rijks over Fiep Westendorp, de illustrator die beroemd werd door haar tekeningen van Jip en Janneke.

Komt deze expositie, die gepland staat voor de zomer, er dankzij de vrijgevigheid van de echtgenoot van Wanninkhof? Volgens Taco Dibbits is er geen verband. ‘We hebben in 2015 al Dick Bruna (de bedenker van Nijntje, red.) tentoongesteld. Nu willen we aan Westendorp aandacht besteden om het belang van illustratie te tonen.’

Wanninkhof kan ook potentieel voordeel behalen met de tentoonstelling. Begin 2024 kocht Illustrated & Co, een besloten vennootschap van haar en twee anderen, de exploitatierechten van het oeuvre van Westendorp. Een van hun ambities, zo meldde een mede-eigenaar in Het Financieele Dagblad, is ‘zorgen dat Fiep ook de wereld gaat veroveren, buitenlandse rechten dus’.

Had het Rijks de bijdrage aan de expositie van de stichting van Wanninkhof wel moeten accepteren als een bedrijf van haar daarvan kan profiteren? Volgens het museum heeft Wanninkhof nog nooit inkomsten hieruit ontvangen. En eventuele toekomstige verdiensten worden, aldus het Rijks, gedoneerd aan de Fiep Westendorp Foundation, die onder meer culturele projecten voor kinderen ondersteunt en een tweejaarlijkse stimuleringsprijs voor jonge illustratoren.

Ook het Stedelijk Museum Amsterdam wordt financieel ondersteund door Rolly van Rappard. Bij deze instelling gaat dat via een Luxemburgse non-profitorganisatie van hem, Don Quixote ASBL. Dankzij deze steun kon het Stedelijk in 2024 in de entreehal de Don Quixote Sculpture Hall openen, waarin wisselende sculpturen zijn te zien.

Navraag leert dat het hier om een schenking ging van bijna 5 miljoen euro: 4,4 miljoen om de beeldenhal te realiseren en vijf jaar lang 100 duizend euro voor gerelateerde projecten en aankopen. Ook in dit geval is Van Rappard zowel begunstiger als bruikleengever: het Stedelijk exposeert uit diens collectie een sculptuur van Damien Hirst en een van Rebecca Warren.

Ten aanzien van het risico op belangenverstrengeling laat het museum weten dat het deze twee beelden ‘vanuit onze artistieke visie wil laten zien’. Bovendien staan de bruiklenen volgens het Stedelijk los van de financiering van de beeldenhal: ‘De schenkingsovereenkomst expliciteert artistieke vrijheid voor de inrichting.’

De gift is, aldus het museum, besproken in de raad van toezicht als ‘ethische kwestie’ in 2022. ‘Er is zowel door de raad van toezicht als door het bestuur vastgesteld dat er geen sprake was van ongeoorloofde belangenverstrengeling.’ In het jaarverslag staat dat er ‘twee dilemma’s en ethische kwesties’ waren, maar die zijn niet nader toegelicht.

Het nieuwe beeldenpark heet Don Quixote Pavilion and Garden at the Rijksmuseum. Het gaat het hele Carel Willinkplantsoen beslaan, een klein parkje dat vanaf het Rijks gezien aan de overkant van een drukke weg en een vaart ligt en via een brug is te bereiken. Een beeldenpark op het eigen terrein of op het aangrenzende Museumplein had meer voor de hand gelegen, maar is volgens Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum, niet mogelijk. ‘In de tuinen rond ons gebouw hebben we al de jaarlijkse beeldententoonstelling. En over het Museumplein gaan we niet.’

Een conceptversie van dit artikel is via het Rijksmuseum aan Rolly van Rappard en Françoise Wanninkhof voorgelegd. Het museum heeft bevestigd dat ze dit hebben gelezen en dat directeur Taco Dibbits namens hen het woord voert.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next