Daphne Stolwijk
redacteur Bureau Regio
Daphne Stolwijk
redacteur Bureau Regio
Iedere week ging de Brabantse Rien van Son naar de repetitie van zijn koor in Oudenbosch. Het mannenkoor werd opgericht in 1910, maar onlangs klonken de laatste noten. Bij gebrek aan nieuwe leden is het koor opgeheven.
"Ik kan wel huilen", zei het 81-jarige koorlid op de dag van het laatste concert tegen Omroep Brabant. Hij was het op een-na-oudste lid van het koor. De gemiddelde leeftijd was 79 jaar. Toen een tiental leden aankondigde te stoppen met zingen vanwege stemproblemen of leeftijd, was het mannenkoor niet meer toekomstbestendig.
Het verhaal van het koor in Oudenbosch staat niet op zichzelf. In heel Nederland hebben traditionele koren het moeilijk. "Het is deels een gevolg van vergrijzing", zegt Ruben Timmer van Koornetwerk Nederland, de landelijke vereniging van koororganisaties. Dat is vooral te merken bij religieuze, klassieke of mannenkoren. "Een jonge generatie laten aansluiten lukt daarbij vaak niet, het gat tussen leeftijden is te groot."
Dat het aantal koorleden stagneert vanwege vergrijzing, herkent ook Wietse Lap van de Bond van Koren in Drenthe. "Ik zit zelf ook bij een koor waar de gemiddelde leeftijd 72 is. Het is noodzakelijk om je repertoire aan te passen als je jonge leden wil trekken. En dat gaat moeizaam."
Hoewel de ledenaantallen bij christelijke en klassieke zangverenigingen teruglopen, is het niet zo dat mensen stoppen met zingen. Sterker nog: "We zien in heel Nederland een trend waarbij meer mensen lid worden van een popkoor of ander koor met moderne muziek", zegt Timmer van Koornetwerk Nederland. Bij dat soort koren stijgen de ledenaantallen juist wel. "Mensen willen echt graag samen zingen."
Tijdens de coronapandemie was er een flinke dip in het aantal koren. Niet onlogisch: samenzijn ging gepaard met risico's en was op sommige momenten zelfs verboden. Het gevolg was dat koren werden opgeheven.
Nu lijkt het weer de goede kant op te gaan. Vermoedelijk zingen in Nederland zo'n 1,7 miljoen mensen samen. Een zevende daarvan doet dat in een koor dat is aangesloten bij Koornetwerk Nederland. De meeste koren zijn te vinden in Zuid-Holland.
Behalve popkoren wint ook zingen op projectbasis aan populariteit. "We zien meer koren ontstaan met een moderner repertoire, bijvoorbeeld een Hazeskoor of een popkoor", zegt Koos Remmé van de Bond van Zangkoren in Noord-Holland. "Ze storten zich dan een paar weken op een genre, en na de uitvoering is het weer klaar."
Bij andere koren werkt het goed om repetities niet te verplichten. Een a-capellagroep in Amsterdam ondervindt dat aan levende lijve: afgelopen zomer begon een roep van zeven jonge vrouwen met zingen en inmiddels zitten er dertig dames in een groeps-chat. Daarvan komen wekelijks zo'n twintig mensen naar de repetitie, schreef AT5 eerder. Inschrijven is laagdrempelig en kan op de dag zelf.
In Limburg zijn zo'n zeshonderd koren, zegt voorzitter Tim Schulteis van VNK Limburg. "Onze provincie heeft traditioneel een sterke koorcultuur", zegt hij. "Koren waren sterk verankerd. We hadden er altijd heel veel, vooral vanuit traditionele setting. Kerkkoren, mannenkoren."
Maar juist die koren hebben het moeilijk. "Ze stoppen niet massaal, maar ze stoppen wel. Het sterft uit, een gemiddelde leeftijd van 70 plus is geen uitzondering. We zien echt vergrijzing."
Dat maakt dat in Limburg een dalende lijn is in het aantal koren, zegt Schulteis. "In tegenstelling tot het westen van het land waar popkoren erin slagen om jonge mensen aan zich te binden. Dat zien we hier minder." Waarom dat zo is, weet Schulteis niet. "Mensen willen wel zingen. Misschien ligt het aan imago, PR, een goede organisatie."
Projectkoren in andere delen van het land bruisen van energie, zegt hij. "Hier in Limburg is het meer een overlevingsstrategie. Misschien tegen wil en dank." Toch is Schulteis allesbehalve ontevreden over het koorlandschap in Limburg. "Er zijn ook koren die het wel lukt om te groeien, mensen aan zich te binden, te verjongen."
Regionaal nieuws
Binnenland
Source: NOS nieuws