Home

‘Ik ben vaak met meer dan één generatie in gesprek’

Galit Atlas De New Yorkse psychoanalyticus schreef de bestseller Emotionele erfenis over de emotionele afdruk die trauma achterlaat op de volgende generaties. ,,Als therapeut help ik de patiënt de verbanden te leggen tussen hun eigen worstelingen en hun familiegeschiedenis.”

Hoe worden generaties gevormd? En bij welke generatie voel je je het meest thuis? Die vragen worden opgeroepen door het Boekenweekthema van dit jaar, ‘Mijn generatie’. Maar hoe zit het met intergenerationeel trauma? Wat als je al je hele leven voelt dat er iets aan de hand is, maar je kunt je vinger er niet op leggen? In haar boek Emotionele erfenis (2023) schrijft de psychoanalyticus Galit Atlas (54) hoe een van haar patiënten – met de fictieve naam Rachel – worstelde met een kinderwens. De vrouw zag de wereld als een „afschuwelijke plek voor baby’s”, maar haar partner wilde graag kinderen. Ook had Rachel last van angstaanvallen. Van jongs af aan droomde ze dat ze werd achtervolgd, met een baby in haar armen, iets wat haar zo raakte dat ze als zesjarige al stiekem een mes onder haar kussen verstopte.

Opvallend, vond Atlas, en dus vroeg ze tijdens de sessies naar het familieverleden van de vrouw. Rachel vertelde dat haar grootvader, geboren in Boedapest, als enige van zijn familie Auschwitz had overleefd. Na de Tweede Wereldoorlog emigreerde hij naar de VS waar hij zijn vrouw ontmoette en een dochter kreeg, Rachels moeder.

Galit Atlas: Emotionele erfenis. Een therapeut, haar patiënten en het doorwerken van trauma. (Emotional Inheritance: A Therapist, Her Patients and the Legacy of Trauma) Vert. Maya Denneman. Brandt, 287 blz. €22,50

Ook vertelde Rachel dat ze altijd het gevoel had dat haar grootvader een geheim bij zich droeg. Wat dat geheim was, werd pas later op een wonderbaarlijke manier duidelijk. „Praten over haar angsten deed Rachel goed, ze werd na een tijdje zwanger en kreeg een dochter, ze noemde haar Ruth”, vertelt Atlas via een Zoom-verbinding vanuit haar huis in New York. „Met haar man en dochter bracht ze niet lang daarna een bezoek aan de familie van haar grootvaders vriend uit Auschwitz. De dochter van deze man raakte geëmotioneerd toen Rachel haar de naam van haar dochter vertelde. Wat bleek? Bij het uitbreken van de oorlog was haar opa al getrouwd en had een dochtertje. Zijn vrouw en dochter werden kort daarna in Auschwitz vermoord. Zijn dochtertje heette Ruth.” 

Hoeveel van het verleden van onze voorouders dragen we met ons mee? Het verhaal van Rachel klinkt uitzonderlijk, maar in haar internationale bestseller Emotionele erfenis, inmiddels verschenen in 28 talen, beschrijft Atlas nog meer van dit soort uitzonderlijke verhalen waarbij patiënten traumatische gebeurtenissen van hun voorouders – waaronder seksueel misbruik of verlies van een familielid – aanvoelen zonder dat hen er ooit iets expliciet over is verteld. Om dit te verklaren verbindt ze in haar boek dit soort ervaringen aan recent psychologisch onderzoek en laat ze zien hoe trauma van de ene op de andere generatie kan worden overgedragen.

Iedere familie draagt wel enig trauma in zich, zegt Atlas, maar in sommige gevallen wordt dit op een unieke manier binnen de familie vastgehouden en laat het een emotionele afdruk achter op de volgende generaties. „Rachel wist niets over het verleden van haar grootvader, omdat de familie er nooit over sprak, ze had werkelijk geen idee.” Maar traumatische ervaringen dringen de psyche van de volgende generatie vaak op onverwachte manieren binnen. „De mensen die ons hebben grootgebracht en van wie we houden leven in ons, we ervaren hun emotionele pijn of dromen hun herinneringen. Wat ons niet expliciet wordt verteld geeft toch vorm aan ons leven.”

Deze intergenerationele overdracht van gewelddadig trauma wordt vaak al op jonge leeftijd overgebracht, legt Atlas uit. Zo onderzocht de Amerikaans-Zwitserse psychiater Daniel Schechter hoe via non-verbale communicatie ouders hun trauma doorgeven aan de volgende generatie. In zulke gevallen kunnen de kinderen symptomen ontwikkelen die lijken op PTSS, zonder dat er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die duidelijk voldoet aan de DSM-diagnose van PTSS. „Kinderen, zelfs de allerkleinsten, merken alles op bij een ouder: ze zien hun uitingen van angst, spanning en hyperwaakzaamheid. In de psychoanalyse noemden we dat ‘onbewuste communicatie’, die term wordt ook nu nog gebruikt. Als kind voelen we de dingen aan, vooral van de mensen met wie we een hechte band hebben. We kennen hun gedachten en reacties.”

CV Galit Atlas

Galit Atlas (Tel Aviv, 1971) is psychoanalytica, werkzaam in Manhattan. Ze is verbonden aan het postdoctorale programma Psychotherapie & Psychoanalyse van de New York University en doceert aan het Columbia University Center for Psychoanalytic Training and Research. Naast de bestseller Emotional Inheritance, vertaald als Emotionele erfenis (2023), schreef ze meerdere boeken waaronder The Enigma of Desire (2015) en Dramatic Dialogue (2017). In haar artikelen schrijft Atlas vaak over gender en seksualiteit. Haar artikel A Tale of Two Twins, dat in 2016 verscheen in The New York Times, werd bekroond met de Gradiva Award. Atlas woont in New York en heeft drie kinderen.

Het onderzoek naar intergenerationeel trauma begon na de Tweede Wereldoorlog. In die periode onderzochten psychoanalytici voor het eerst de impact van trauma op een volgende generatie. Deze analytici, vaak uit Europa gevluchte Joden, behandelden Holocaust-overlevenden of de kinderen van deze trauma-overlevenden. „Maria Torok en Nicholas Abraham behoorden tot de pioniers op dat gebied. Tijdens hun werk met Holocaust-overlevenden gebruikten zij het woord ‘fantoom’ om te beschrijven hoe de tweede generatie het verdriet oppikte. Deze kinderen erfden als het ware de geesten van het ongezegde van hun ouders. Een mooie uitspraak van hen is: ‘Wat ons kwelt zijn niet de doden, maar de leemtes die de geheimen van anderen in ons hebben achtergelaten.’”

Dat mensen zwijgen over trauma, heeft volgens haar te maken met zelfregulatie en schaamte. „Getraumatiseerde mensen schamen zich vaak over het feit dat ze slachtoffer zijn. En als jou iets ergs is overkomen, wil je dat niet opnieuw voelen. Trauma-overlevenden worstelen altijd met de kans om opnieuw te worden overspoeld met traumatische herinneringen. Bovendien kan praten over traumatische gebeurtenissen ook weer traumatisch zijn voor degene die luistert. Ouders kiezen er dan ook bewust voor om hun kinderen te beschermen tegen pijn en verdriet. Dus zwijgen ze. Dit brengt weer een eigen, uniek probleem met zich mee: het afwezige leeft voort in het onbewuste van het kind, maar net als Rachel weten deze kinderen niet wat hen achtervolgt. Ze dragen emotioneel materiaal met zich mee dat ze niet volledig begrijpen en niet kunnen verwerken of betekenis aan kunnen geven.”

Na die eerste naoorlogse psychoanalytische bevindingen breidde het onderzoek naar de invloed van trauma op generaties zich vanaf de jaren negentig verder uit. Vanaf die tijd richtten onderzoekers zich ook op epigenetica: de niet-genetische invloeden en modificaties van genen. „Ze bestuderen veranderingen in genexpressie bij de nakomelingen van trauma-overlevenden en de manier waarop de omgeving, en met name het trauma, een chemische afdruk op genen kan achterlaten die aan de volgende generatie wordt doorgegeven”, zegt Atlas. Vooral de rol die stresshormonen (cortisol en adrenaline) spelen in de ontwikkeling van het brein, en dus ook in het biologisch mechanisme waarmee trauma van generatie op generatie wordt doorgegeven, is hierbij belangrijk. „Vanuit evolutionair perspectief zou je kunnen zeggen dat het doel is om kinderen zo voor te bereiden op een gelijksoortige omgeving als de ouders en ze op die manier te helpen om te overleven. Maar wat gebeurt is dat kinderen gevoeliger worden voor symptomen van trauma dat henzelf niet is overkomen.”

Rachel Yehuda, hoofd traumatische stressstudies aan de Icahn School of Medicine in het Mount Sinai Hospital in New York, was een van de eersten die uitgebreid onderzoek deed naar epigenetica. „Zij ontdekte dat de nakomelingen van Holocaust-overlevenden andere stresshormoonprofielen hebben dan hun generatiegenoten, dat maakte hun vatbaarder voor angststoornissen. Ook bij gezonde afstammelingen van bijvoorbeeld tot slaaf gemaakten of ouders die ernstig trauma hebben opgelopen, is de kans groter dat ze last krijgen van PTSS-symptomen na een traumatische gebeurtenis. Genen hebben, als het ware, een ‘geheugen’ dat kan worden doorgegeven van de ene generatie op de andere.”

Galit Atlas

U schrijft dat epigenetica een ander kader biedt om te begrijpen hoe nature en nurture zich vermengen en hoe we op moleculair niveau op onze omgeving reageren. Hoe zit dat?

„We zijn gewend dat genetische erfenis ons lot bepaalt en dat omgevingsfactoren weinig tot geen effect hebben op ons DNA. Maar we weten nu dat psychologische behandeling de biologische gevolgen van trauma kan veranderen. Therapie kan dus werken als een ‘epigenetisch medicijn’, je kunt daarmee de bedrading van het brein veranderen.”

Kan dat alleen via therapie of ook op andere manieren?

„Therapie is niet de enige manier. De focus ligt op de omgeving, dat kan bijvoorbeeld iemand zijn die je vertrouwt. In de psychoanalyse noemen we dit ‘de betrouwbare getuige’. Een persoon die bereid is te luisteren en de pijn kan verdragen. Ook een gemeenschap kan dienen als ‘betrouwbare getuige’. Dat gaat uiteraard niet op voor de kinderen van een getraumatiseerde ouder. Een kind moet die last niet dragen. Alleen misschien veel later in het leven kan een kind die rol voor een ouder vervullen.”

Rachel kwam bij u omdat ze worstelde met een kinderwens. Haar problemen waren volgens haar ook niet gerelateerd aan die van haar voorouders.

„Ik heb zelden een patiënt die bij mij komt praten over intergenerationeel trauma. Maar vaak blijkt een emotioneel probleem wortels in het verleden te hebben. Als therapeut help ik de patiënt de verbanden te leggen tussen hun eigen worstelingen en hun familiegeschiedenis. Wanneer ik met een patiënt praat, ben ik in feite met meer dan één generatie in gesprek. In de kamer bevindt zich dan niet alleen de persoon zelf, maar ook zijn of haar ouders en grootouders.”

Hoe kun je de pijn die je in je draagt van een voorouder doorbreken? Helpt het alleen om naar het verleden te gaan?

„In de therapie begint het meestal met een moment van helderheid, het ‘aha-moment’: wanneer alles ineens op zijn plek valt. Vaak bevindt iemand zich in een dissociatieve toestand: het brein vergeet of bagatelliseert herinneringen of stukken van het verleden die verbonden zijn met de vorige generatie, ondertussen dringen de traumatische ervaringen zich steeds op. Mijn werk is erop gericht mensen te helpen verbanden te leggen tussen verleden en heden, zodat ze hun toekomst kunnen bevrijden. Dat vereist dat ze de pijn onder ogen zien.”

Is het dan ook belangrijk om te rouwen?

„Ja. Het rouwproces zorgt ervoor dat de identificatie met degenen die hebben geleden wordt doorbroken. Rouw scheidt het verleden van het heden en het geeft je de kans om te accepteren wat oncontroleerbaar is. We rouwen daarmee om het feit dat we niet almachtig zijn. Die emotionele waarheid, het feit dat we sterfelijk en kwetsbaar zijn, maakt ons uiteindelijk nederig, minder rigide en defensief. Het stelt ons in staat om te verkennen wie we echt zijn en om vervolgens de volgende generatie met waardigheid te kunnen opvoeden.” 

Aan het einde van uw boek geeft u aan dat een emotionele erfenis niet alleen maar negatief hoeft te zijn.

„De volgende generaties dragen naast de wanhoop van het verleden vaak ook de hoop met zich mee. We nemen niet alleen de pijn van onze voorouders over, we erven vaak ook hun kracht en veerkracht. Dat voorouders een traumatische gebeurtenis hebben weten te doorstaan en het hebben overleefd, bewijst ook dat er een toekomst mogelijk is.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Psychologie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next