Het thema van de Boekenweek 2026, ‘Mijn generatie’, spoorde me aan om mijn halve leesverleden voorbij te laten komen. Wat las ik als kind, scholier of student? Welke schrijvers hebben mij gevormd?
Natuurlijk kan ik niet om Annie M.G. Schmidt heen, die me leerde om volwassenen niet al te serieus te nemen. Ook Jules Verne mag ik niet vergeten, die me tot ontdekkingsreizen aanzette. En dan is er nog Kapitein Rob, die me samen met Slauerhoff deed verlangen naar het ruime sop.
Toch is mijn wereldbeeld op de middelbare school het meest bepaald door het cynisme van W.F. Hermans, de kolderieke verbeelding van Gerard Reve en het oorlogsleed van Marga Minco. Van grote invloed was later ook Václav Havels Poging om in waarheid te leven, het essay uit 1986 waarin hij de inwoners van totalitaire staten oproept hun persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen en zich niet langer te voegen naar de leugens van het regime. Havels woorden dreven me naar de bestudering van het Oost-Europese totalitarisme.
En dan is er nog F. Springer, die me in zijn roman Teheran, een zwanenzang (1991) niet alleen liet zien hoe in 1979 het regime van de Sjah in een nacht tijd veranderde in dat van de ayatollahs, maar ook hoe mensen spoorslags van democraat revolutionaire moslims werden.
In de jaren tachtig maakte J.M.A. Biesheuvel me met zijn verhalenbundel In de bovenkooi aan het schaterlachen en huilen tegelijk, zo indrukwekkend vond ik zijn universum van de gekte. Aangemoedigd door hem smulde ik van Flauberts Madame Bovary, maar ook van Stendhals Le rouge et le noir. Dan was er ook nog de Poolse schrijver Bruno Schulz, die door Biesheuvel bewonderd werd. En hoe verliefd werd ik niet op de ongenaakbare vrouwen uit Evelyn Waughs societyromans Brideshead Revisited, A Handful of Dust en Vile Bodies?
Oostwaarts kijkend ontdekte ik Thomas Mann, Joseph Roth en Franz Kafka, wier werk ik kocht bij de legendarische Amsterdamse boekhandel Favié. Nu ik dit opschrijf, besef ik dat niet alleen die schrijvers mij hebben gevormd, maar ook de boekhandelaren.
Zo gaf een van hen me ooit Koos van Zomerens Een jaar in scherven, een dagboek over 1987, uitgegeven in Privé-domeinreeks. Ik verslond het in een avond. In 2006 volgde een tweede dagboek, Nog in morgens gemeten. En nu is er We gaan zo, Van Zomerens dagboek van 4 april 2023 tot en met 31 augustus 2024. Het gaat over wandeltochten, over zijn honden, over vogels en bloemen die hij op zijn route ontmoet, over zijn woede over de Israëlische bombardementen op Gaza en zijn toenemende respect voor Dries van Agt, over zijn onzekerheid als zwoegende schrijver, over zijn elektrische typemachine en de stapel papier op zijn bureau, over zijn tijd als verslaggever bij Nieuwe Revu, over zijn vrienden die met hun voortschrijdende leeftijd steeds rechtser worden, wat voor hem als linkse jongen onverteerbaar is. Dat alles giet hij in een heerlijke taal, die menigeen tot voorbeeld kan dienen. Dankzij We gaan zo is deze Boekenweek voor mij, geboren in 1961, nu al een succes.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews