Home

Sorry, ook hier gaat de gemeenteraad niet over

Mijn grootste zorg bij de gemeenteraadsverkiezing volgende week is eigenlijk niet partijpolitiek, maar iets fundamentelers: hoeveel invloed raadsleden überhaupt nog hebben.

Beleid komt op steeds grotere afstand te staan van democratische controle. Ook in Den Haag zag je dat. De tegenmacht was daar nog aardig georganiseerd. Onderbemand en versplinterd over te veel partijen, maar Kamerleden zijn in ieder geval zichtbaar voor iedereen, bekend bij het publiek, omgeven door kritische pers. Dat levert veel theater op, maar als ze er een potje van maken valt het in ieder geval weleens op.

Die grote zichtbaarheid verhulde niet dat Kamerleden steeds minder te zeggen hebben. Er is sprake van een beleidslek. Wie over specifieke thema’s als thuiszorg, wonen, jeugdzorg, lerarentekort, openbaar vervoer, weerbaarheid of natuur begon, krijgt steeds vaker als antwoord van een bewindspersoon: ‘daarvoor moet je niet bij mij zijn’. Dan gaat Europa erover, of de provincie, of de gemeente. Allemaal plekken waar minder pers is en de tegenmacht minder tanden heeft. En, in het geval van de gemeente, het vaak weekend- of avondwerk is met minimale ondersteuning.

Ook gemeenteraadsleden horen op hun beurt steeds vaker dat een onderwerp elders belegd is. Niet bij de wethouders, maar in één van de regionale samenwerkingsverbanden waar gemeentes samen in optrekken.

Emeritus hoogleraar Ruud Koole noemde dat ook wel de ‘decentralisatieparadox’. Grote dossiers waarvoor veel mankracht, kennis en ervaring nodig is, zoals jeugdzorg, sociale werkplaatsen en ouderenzorg, belandden op het bordje van de gemeente, met het idee dat dichter bij de burger beter is. Maar qua inhoud en kosten groeit het de gemeentes boven het hoofd. De reactie is om juist weer te centraliseren, de schaal te vergroten door fusies of verregaande samenwerking met andere gemeentes.

Samenwerken, daar kan toch niemand tegen zijn? Samen kregen we de polders droog. Maar daar werd dan ook speciaal een apart toezichthoudend orgaan voor ingericht, met volksvertegenwoordigers, aangewezen in een aparte verkiezing: de waterschappen. En misschien was dat wat overdreven, maar bij het nieuwe type regionale samenwerking ontbreekt de tegenmacht vrijwel volledig.

De wethouder loopt van regionaal verband naar regionaal verband, in sommige gemeenten wel veertig verschillende, en belooft plechtig aan de raadsleden om al hun wensen en dringende verzoeken in te brengen in die overleggen. Maar garanties tot aan de deur. Want die andere wethouders hebben immers ook belangen en opdrachten van hun raden.

Ondanks die minimale democratische controle maken nieuwe bestuurslagen soms behoorlijk ingrijpend beleid. Hét voorbeeld zijn de veiligheidsregio’s. Die kunnen in geval van crisis op aanwijzing van de minister tot noodverordeningen overgaan, deels naar eigen inzicht, zonder dat ze bekrachtigd hoeven te worden door een verkozen volksvertegenwoordiger. In de beginfase van de corona-uitbraak werd in dit land diep ingegrepen op grondrechten met vijfentwintig zo goed als onaantastbare noodverordeningen in alle veiligheidsregio’s tegelijk en democratische controle op schrikbarend grote afstand.

Maar de regionalisering zet door, het is dé nieuwe Haagse beleidsmode. Ook op andere beleidsterreinen ontstaan nieuwe bestuurslagen tussen rijk en gemeente in. Naast veiligheidsregio’s zijn er onderwijsregio’s gekomen, met hoogst twijfelachtig nut. De zorgregio’s waren er al voor acute zorg maar worden met elk akkoord verder uitgebreid. Kwartetten met zorg, patiënten en medewerkers is gewoon een stuk makkelijker zonder dat ondernemingsraden aan tafel zitten, of bonden, of pers, of -God verhoedde – er door democratisch verkozen volksvertegenwoordigers wordt meegekeken.

Het jongste initiatief is de ‘jeugdregio’. Het jeugdzorgbeleid is mogelijk ’s lands grootste decentralisatieramp met ernstige gevolgen voor kinderen die hulp het hardste nodig hebben. Het verkaste naar de gemeenten, maar eindigt nu voor een deel ergens in de geregionaliseerde twilight zone waar niemand er meer zicht op heeft.

Verdeel en heers. Kamerleden en raadsleden leveren in debatten nog hun inbreng als vanouds, maar de beleidsbeslissingen lekken weg naar elders, waar er minder politiek gedoe is. Het is een uitputtingsslag voor de tegenmacht, niet alleen voor volksvertegenwoordigers maar ook lastig bij te benen voor bonden, ondernemingsraden en verslaggevers. En de verdere uitdijing van de taakopvatting van al die nieuw opgetuigde samenwerkingsverbanden zie je van heinde en verre aankomen.

De belangrijkste opdracht voor alle nieuwe raadsleden is om dat te voorkomen. Er moet een spoedig einde komen aan deze democratische erosie.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Verkiezingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next