Literatuur De Boekenweek is goed voor de verkoop van literaire romans en voor het boekenvak. Maar we lezen in de krant altijd alleen maar dat het boekenweekgeschenk niet deugt, ziet Eveline Aendekerk. En dat is een gemiste kans.
Eveline Aendekerk (links in beeld) met Peter de Smet en Doortje Smitshuijsen tijdens de onthulling van de auteurs van het boekenweekgeschenk.
Nederland is het enige land ter wereld met een Boekenweek. De leukste week van het jaar. Een week waarin lezers, schrijvers, boekverkopers, bibliotheken en iedereen die van boeken houdt even in de spotlights staan.
Dit jaar is mijn laatste als directeur van de CPNB. Ik neem met trots en ook met enige weemoed afscheid. En nu ik binnenkort vertrek, moet mij in deze krant nog één ding van het hart.
Eveline Aendekerk is directeur-bestuurder van de CPNB en vertrekt binnenkort bij de organisatie.
Waarom verschijnt er toch met regelmaat weer zo’n knorrig commentaar dat voorbijgaat aan de rijkdom die de Boekenweek biedt? Want naast het Boekenweekgeschenk en het Boekenweekessay is er zoveel meer.
De CPNB is geen literaire jury en ook geen culturele smaakpolitie. Wij werken voor uitgevers, boekhandels en bibliotheken. Onze opdracht is helder: het boek onder de aandacht brengen van een groot publiek en de boekverkoop een impuls geven. In een tijd waarin boeken concurreren met talloze andere vormen van entertainment betekent dat dat de Boekenweek nieuwsgierig moet maken, zodat mensen zin krijgen om naar de boekhandel of de bibliotheek te gaan.
De Boekenweek is dus geen project rond één titel, één auteur of één literair ideaal. Het is een nationale campagne, uniek voor ons land en eigenlijk ook voor de wereld.
Toch richt de kritiek zich regelmatig, bijna als in de film Groundhog Day, op één element van die campagne: het Boekenweekgeschenk. En dat deugt eigenlijk nooit. Dat staat critici uiteraard vrij. Maar waarom met zoveel dédain spreken over het boekenweekgeschenk, en vaak ook het essay, dat zoveel mensen met plezier lezen? Dat tot nadenken stemt en gesprekken tussen lezers op gang brengt? En waarom met die kritiek alle feestelijkheden en opbrengsten van de Boekenweek terzijde schuiven?
Daarom eens de belangrijkste cijfers op een rij. Neem de categorie literaire romans en novelles. Tijdens de Boekenweek zien we daar jaar na jaar een sterke groei. In 2023 steeg de verkoop met 27 procent. In 2024 was dat 52 procent. In 2025 liep die stijging zelfs op tot 100 procent. Dat zijn stevige impulsen voor precies de categorie die volgens critici bescherming verdient. Rond de Boekenweek worden aantoonbaar méér literaire romans verkocht.
Het zou de krant dus sieren om zich eens wat grondiger te verdiepen in de campagne die met de Boekenweek wordt gevoerd. Al 91 edities is het een nationaal fenomeen dat jaarlijks honderdduizenden mensen de boekhandel in krijgt en zo het boekenvak een enorme impuls geeft. Wie werkelijk geeft om literatuur, zou zich ook moeten interesseren voor hoe zo’n campagne werkt en wat die oplevert. Voor het boekenvak, maar ook voor lezers én schrijvers. Onze opdracht is helder: zorgen dat boeken een zo groot mogelijk publiek bereiken. En dat al die mensen met plezier lezen.
Dat laatste wens ik deze krant ook toe: leesplezier.