Verzwakte instituties leggen de egopolitiek van een narcistische president niet aan banden.
Niet zo lang geleden vond de Amerikaanse president Donald Trump dat hij absoluut de Nobelprijs voor de Vrede verdiende. Inmiddels heeft hij de grootste Amerikaanse troepenmacht sinds de Irakoorlog gemobiliseerd en Iran aangevallen.
Waarschijnlijk ziet Trump er niets tegenstrijdigs in. De verbindende factor is zijn ego. Hij wilde de Nobelprijs omdat zijn voorganger Barack Obama die ook had gekregen. En hij wil de Iraanse ayatollahs verdrijven omdat zijn voorgangers dat in 47 jaar niet is gelukt.
Trump heeft altijd hoog spel gespeeld en is er altijd mee weggekomen. Nu is hij als president van de Verenigde Staten de machtigste man op aarde en gokt hij met de wereld. De enige die mij kan stoppen ben ik zelf, zei Trump tegen The New York Times.
De oorlog in Iran is een nieuwe episode in de Trump-show. Zoals altijd wil hij die winnend afsluiten, in elk geval in de beeldvorming voor zichzelf en zijn aanhangers.
Maar na bijna twee weken is duidelijk dat de oorlog geen gesmeerd lopende operatie is zoals de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. Het Iraanse regime is verzwakt, maar lijkt niet te wankelen. Onduidelijk is of Trump überhaupt nog geïnteresseerd is in regime change. Zijn verklaringen over zijn oorlogsdoelen wisselen met de dag.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Ondertussen heeft de oorlog enorme schade berokkend. Allereerst natuurlijk voor de slachtoffers buiten en binnen Iran, zoals de leerlingen van een meisjesschool die zeer waarschijnlijk door een Amerikaanse raket werd getroffen.
De Golfstaten zien hun imago van stabiele oase in een onrustige regio bedreigd. De energieprijzen stijgen razendsnel, waardoor de inflatie weer dreigt toe te nemen en de wereldeconomie onder druk komt te staan.
De oorlog kan zich ook tegen Trump zelf keren. Hoge benzineprijzen kunnen bijdragen aan verlies voor de Republikeinen bij de Congresverkiezingen van november.
Hoe groot de schade zal uitpakken, hangt uiteraard af van hoelang de oorlog duurt. Trump is de oorlog begonnen, maar zal hem waarschijnlijk niet zo gemakkelijk kunnen beëindigen. Natuurlijk heeft hij een bijzonder talent om weg te lopen en zichzelf tot winnaar uit te roepen. Maar wat doet hij als het Iraanse regime blijft zitten en verder radicaliseert? Of als Iran uit elkaar valt en een bron van instabiliteit vormt voor de regio, inclusief de Golfstaten waarmee Trump zulke warme banden koestert?
Deze vragen zijn uiteraard niet te beantwoorden, maar duidelijk is dat Trump geen strategie heeft om de oorlog snel tot een einde te brengen.
De oorlog is daarmee een verontrustend teken des tijds geworden. De constitutionele orde in de Verenigde Staten is zo zwak geworden dat Trump maar weinig in de weg wordt gelegd bij de uitoefening van zijn macht.
De internationale orde is nog zwakker. Omdat instituties de ongebreidelde uitoefening van de macht niet meer aan banden leggen, kan een narcistische president een egopolitiek voeren die de wereld in gevaar brengt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant