Home

Voor mijn optreden in Venlo ging ik even kotsen

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Ik moest naar Venlo, optreden. Ben ik een artiest? Nee. Maar iedere schrijver, kwam ik te laat achter, wordt geacht een halve artiest te zijn. Zodra een boek af is, wachten de zaaltjes. Wist ik niet. Ik was juist schrijver geworden om met rust te worden gelaten, een der niet opgegane vliegers in mijn leven. Best vreemd, toch. Je zou het eens moeten omdraaien, een artiest die erachter komt heel vaak een boek te moeten schrijven.

Ach, het gaat prima. Zelf Fidel Castro worden, daar komt op neer.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Wat helpt, is geen bekenden uitnodigen. Zodra er bekenden in het zaaltje zitten, vrienden, familie, tandartsen, krijg ik toch nog plankenkoorts.

Nu is het zo dat ik nergens vandaan kom, uit geen stad of streek, bedoel ik, daarvoor ben ik te vaak verhuisd – maar ik moet toegeven dat ik uit Venlo het minst niet kom.

‘Je komt dus uit Venlo?’

‘Enigszins wel.’

Daar optreden in een zaaltje, benadert de thuiswedstrijd het dichtst. Mijn broers wonen er, wat vrienden van vroeger, mijn ouders in een dorp vlakbij.

Dus zeg ik niks. Mochten ze toch erachter komen, bijvoorbeeld op internet, of iemand verraadt me, dan staat het ze vrij om een kaartje te kopen, actief zal ik ze niet tegenwerken, dat voert te ver. Ik ga geen zware jongens inhuren om familie en vrienden uit zaaltjes te laten verwijderen. Als ze het wagen te komen, maken we er een leuke avond van!

Toen ik het station uit liep, lag de bakermat er vredig bij. Ik had een uurtje om ergens een pizza te eten. Alles ging voortreffelijk, Venlo zoals het zich voor me uitstrekte, zou net zo goed Appelscha kunnen zijn, of Oss – tot ik mijn naam hoorde roepen.

Het bleken mijn broer en zijn vrouw te zijn, midden op straat, ik was ze de afgelopen dertig jaar nog nooit ergens toevallig tegengekomen. Maar nu wel. Juist nu. Een lichte betraptheid overviel me. Wat deed ik hier?

‘Jij moet straks optreden, hè?’, zei Menno. ‘Papa en mama komen – verrassing.’

Zelf kwamen ze niet, wat mijn betraptheid verlichtte, omdat ze het lichtelijk betrapt toegaven. Ook daarom nodig ik geen vrienden en bekenden uit, als ze dan komen, kun je nooit zeker weten of ze er wel zin in hadden. Nee, niks zeggen is beter. Menno is bakker, die wil ook niet dat ik erbij kom staan als hij deeg staat te kneden.

We namen afscheid. Ik was wel blij dat ik wist dat mijn ouders in het zaaltje zouden zitten. Verrassingen zijn erger. Een keer ontdekte ik helemaal achter in een zaaltje een ex-vriendin die me anderhalf uur lang boos zat aan te staren. (Naderhand bleek ze iemand anders te zijn, overigens. Verkeerde column. Sorry.)

Tijdens het verorberen van de pizza begon ik me te verheugen op mijn ouders in de zaal. Ook wel weer leuk, eigenlijk. Zagen ze me eens aan het werk als een halve artiest. Een onvermoede geborgenheid begon zich aan me te openbaren. Een zekere baarmoederlijkheid kreeg zo’n zaaltje er misschien van.

Er zat overigens veel olie op die pizza, zeg. Heel veel olie. Ik was er zelfs een beetje misselijk van, toen ik naar het zaaltje toeliep. Die pizza verzoop in de olie.

Je zou het bijna niet geloven, maar toen ik ze zitten zag, moest ik overgeven. Het had niks met hen te maken – alleen met die pizza. Ik had juist geen plankenkoorts! Samen met de boekhandelaar liep ik naar de wc, en daar ben ik discreet doch hard, maar wel op mijn gemak, moet ik zeggen, over mijn nek gegaan. Waarna het een leuke avond werd!

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next