is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.
In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur. In de aanloop naar de Oscars wordt elk mogelijk foutje uitvergroot, want stel je voor dat het over de kwaliteit van de films zou gaan.
Gij zult geen kwaad spreken over poezen. Het is de ongeschreven pr-regel die actrice Jessie Buckley per ongeluk overtrad in een podcastinterview met Hamnet-tegenspeler Paul Mescal.
‘Katten zijn gemeen’, zei ze, op de vraag of ze een honden- of kattenmens was. Waarna ze vertelde dat de poezen van haar echtgenoot ‘een coup’ tegen haar probeerden te plegen: ze poepten op haar kussen. ‘Zij eruit of ik eruit’, had Buckley gezegd.
Ach, Jessie toch. Had iets gezegd over de koddigheid van puppies. Een lofzang op het soort kameraadschap dat alleen een hond biedt. Maar begin niet, nóóit, over de stiekeme kwaadaardigheid van katten. Haar losse opmerkingen werden driftig verspreid. ‘Zou dit gevolgen hebben voor haar Oscarkansen?’, vroegen journalisten zich af.
Zo’n faux pas vlak voor de finish: het overkomt de besten. Collega-acteur Timothée Chalamet zei ook iets stoms. Niemand geeft nog om opera en ballet, beweerde hij in een interview. Nou, wel dus.
Met zijn verwaande snotneuscampagne balanceerde hij op het randje van irritatie – deze laatdunkende opmerking bleek de druppel voor collega’s als Jamie Lee Curtis, Eva Mendes en Whoopi Goldberg. Mediastormpje, vlak voor de stembussen werden gesloten.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hadden deze niksige statements ook het nieuws gehaald als de acteurs níét genomineerd waren geweest voor de belangrijke filmprijzen? Niet zo uitgebreid, vermoedelijk. Dat Mescal instemmend ‘fuck katten’ zei, daar hoor je bijvoorbeeld niemand over.
En wat dit jaar ook meespeelde: er wás verder niet zo veel. En er moet iets van ophef, woede of verontwaardiging zijn, anders is zo’n Oscarseizoen saai en irrelevant. Het kan natuurlijk niet alleen om de kwaliteit van de films gaan.
De ‘toxische werkomstandigheden’ op de set van een eerdere film van regisseur Josh Safdie (Marty Supreme), waarbij een minderjarig meisje seksueel geïntimideerd werd? Ingewikkeld verhaal. De stereotiepe seksualisering van vrouwen van kleur in One Battle after Another, waar essays over verschenen? Blijkbaar niet voor iedereen overtuigend genoeg.
Simpeler graag. Zoals vorig jaar, toen er plots racistische oude tweets opdoken van Karla Sofía Gascón (Emilia Pérez). Of in 2023, toen de Oscarnominatie van Andrea Riseborough niet helemaal volgens de regels leek, én zij volgens critici ‘de plek had ingepikt van vrouwen van kleur’.
Toch hoeft ophef de kansen niet te schaden. Neem Green Book (2018), een film die tijdens de campagne onder vuur lag omdat die racistisch zou zijn. Won gewoon beste film, misschien wel juist omdat stemmers wilden laten blijken dat ze dit overtrokken vonden.
En zo kan ook de poezenverontwaardiging in het voordeel werken van de charmante Buckley. Het voelt als fopophef, bedoeld om haar voor de finish te laten struikelen. En daarmee kun je juist stemmen voor je winnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant