Home

Europa moet zijn economische macht niet onderschatten, zegt het planbureau

Strategische onafhankelijkheid Europa beschikt wel degelijk over economische macht: het heeft sleutelposities op tientallen gebieden waarvan China en de VS afhankelijk zijn. Wie het spel slim speelt, kan zelfs de productiviteit laten groeien.

Studenten Chemistry & Chemical Engineering uit Groningen krijgen een rondleiding bij Tata Steel, om ze enthousiast te maken voor een baan bij het bedrijf.

Verdedigen en de nul proberen te houden, óf aanvallen en proberen de wedstrijd te winnen? Voetbalcoaches maken deze afweging iedere week opnieuw, afhankelijk van de tegenstander op het veld. Maar in de internationale economische dynamiek van vandaag de dag, waarin veel gepraat wordt over strategische onafhankelijkheid, neigen Nederland en Europa te veel naar de defensieve opstelling. En dat mag op korte termijn politiek en economisch verstandig lijken, op langere termijn remt het de productiviteit.

Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een vandaag verschenen bijlage bij het Centraal Economisch Plan 2026, de voorjaarsraming voor de Nederlandse economie. De bijlage haakt aan bij een eerdere studie van het CPB naar het haperende proces van creatieve destructie. In dat proces vervangen nieuwe innovatieve bedrijven doorlopend oude, minder innovatieve. Het dorre hout van de economie maakt plaats voor nieuwe scheuten. De productiviteitsgroei die dat oplevert, geldt als belangrijkste motor van economische groei. Omdat in Nederland de laatste jaren minder ‘oude’ bedrijven verdwijnen, ontstaat automatisch minder ruimte voor ‘nieuwe’. Dat zit innovatie – en dus groei – in de weg, zo maakte het CPB vorig jaar aannemelijk.

Terwijl de Nederlandse innovatiemotor hapert, is het debat over strategische autonomie ten opzichte van economische machtsblokken als China en de VS aangewakkerd. China’s spijkerharde, grotendeels door de staat gesubsidieerde concurrentie en Trumps even wispelturige als nietsontziende handelsoorlog hebben de noodzaak van een onafhankelijker Europa de laatste veertien maanden sterk vergroot. De recente oorlog in het Midden-Oosten en scherp stijgende energieprijzen daardoor maken dat nog duidelijker.

Defensief versus offensief

Het CPB waarschuwt nu dat het verlangen naar meer autonomie kan botsen met de wens om innovatie aan te jagen. En dat terwijl die innovatie broodnodig is, zo betoogden ex-ECB-president Mario Draghi en, recenter, voormalig ASML-baas Peter Wennink al eerder. Verkeerde keuzes op zoek naar autonomie kunnen de productiviteit zelfs doen dalen. Dat risico is het grootst bij wat het CPB ‘defensieve strategische autonomie’ noemt. Daarbij wordt ervoor gekozen bestaande sleutelposities te verdedigen.

De defensieve vorm van onafhankelijkheid richt zich op beperking van kwetsbaarheden. De nadruk ligt dan op een weerbare economie, waarin vooral bestaande bedrijven en industrieën worden beschermd. Dat belemmert creatieve destructie en productiviteitsgroei. „Het subsidiëren van elektriciteitskosten van energie-intensieve sectoren of handelstarieven instellen om kwakkelende industrieën te beschermen verminderen de concurrentiedruk”, aldus het CPB. Minder productieve bedrijven leggen beslag op arbeid en kapitaal, en dat maakt de economie kwetsbaar voor onverwachte schokken.

De tegenhanger, offensieve strategische autonomie, betreft de ontwikkeling van eigen strategische sterktes, in combinatie met wederzijdse afhankelijkheden: ook Europa heeft goederen en diensten die landen daarbuiten nodig hebben. Dat vergt eveneens investeringen, schrijft het CPB, maar de kans op productiviteitsgroei en innovatie, en dus een weerbaarder economie, is veel groter. Bij zo’n offensief beleid kan Europa zijn economische sterktes geopolitiek beter inzetten.

Europa als strategisch machtsblok

Die focus op defensieve strategische autonomie heeft er inmiddels toe geleid dat Europa zijn eigen economische macht onderschat, schrijft het planbureau. Onnodig, zegt het, want Europa is een gigantische markt en heeft zo een groot strategisch belang. Slimme inzet en uitbreiding van geopolitieke sleutelposities kunnen zowel de strategische afhankelijkheid van Europa verkleinen als de noodzakelijke productiviteitsgroei in de Unie vergroten.

Als „meest zichtbare voorbeeld” noemt het CPB de Veldhovense chipmachinefabrikant ASML, waarmee Nederland een sleutelpositie heeft waarop andere grootmachten zijn aangewezen. En er zijn meer van deze chokepoints, zoals dat in economenjargon heet, veel meer. Het planbureau onderscheidt 41 productgroepen waarvoor China voor meer dan 80 procent afhankelijk is van Europese import, en 67 voor de VS. Het gaat onder meer om farmaceutische producten en bepaalde machines. Ook levert Europa 80 procent van de Amerikaanse uraniumimport. En een bedrijf als Siemens levert cruciale turbines voor Amerikaanse datacenters. Verder heeft de EU een sterke dienstensector, onder meer in telecom, maritiem transport en ict.

In plaats van die posities te verdedigen, kunnen ze als economische wapens worden ingezet. In combinatie met Europese regels als het anti-dwanginstrument – de ‘handelsbazooka’, vooral bedoeld om bedrijven te straffen die Europa economisch schaden – kan de Unie reactief én preventief zijn invloed in de wereld vergroten. Niet meer alleen de nul proberen te houden: zélf punten scoren.

Om Europa als aanvaller te laten spelen, is duidelijk beleid nodig om productiviteit en innovatie te vergroten, aldus het CPB. Ook hier sluit het planbureau aan bij Draghi en Wennink: zorg voor goed functionerende (Europese) kapitaalmarkten, een betrouwbare energie-infrastructuur, voldoende toegang tot talent en kennis en heldere regels over concurrentie en faillissementen. Ook opheffing van handelsbelemmeringen binnen de EU is cruciaal. Hoe meer de Europese markt is versplinterd, hoe moeilijker het voor Europese landen en bedrijven wordt de productiviteit te laten groeien en de strategische autonomie te versterken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next