Het lijkt wel gisteren dat Doortje Smithuijsen op het schild werd gehesen door de intellectuele elite. En dat is natuurlijk precies de reden dat de echte randstedelijke elite er geen lol meer aan beleeft.
De Groene Amsterdammer plaatste deze week een close-upfoto van Doortje Smithuijsen op Instagram met daaroverheen de tekst: ‘Doortje Smithuijsen verspilt de kostbare ruimte van het Boekenweekessay door verlekkerd te oogrollen over zuurdesembakkerijen.’
Draconisch. Ook in Trouw verscheen een duizelingwekkende recensie van het essay, en dat terwijl ik nog aan het bijkomen was van de rake klappen die journalist Eva Hofman twee jaar geleden uitdeelde naar aanleiding van Smithuijsens eerdere pamflet over kapitalisme en seksisme.
Die kritiek is hoognodig en meer dan terecht (en dat zeg ik heus niet alleen als iemand die haar voornaam, beroep, studieachtergrond en verschillende opdrachtgevers met Smithuijsen deelt, en ook weleens de meest spraakmakende Doortje op de werkborrel wil zijn). Maar waarom lijkt die afkeur met steeds meer gemak – misschien zelfs wel plezier – tentoon te worden gesteld?
Over de auteur
Doortje Lenders is filosoof, schrijver en hoofdredacteur van filosofieplatform Bij Nader Inzien. Ze werkt aan een boek over de ethiek van schoonheidsidealen.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het lijkt wel gisteren dat Smithuijsen op het schild werd gehesen door de intellectuele elite. Lange essays in onder andere de Volkskrant, meerdere boeken, twee documentaires en een populaire podcast later word ik er juist vooral door vriendinnen van buiten de randstad en/of buiten de culturele sector op gewezen: ken je Doortje Smithuijsen al? Heb je haar boek gelezen? Vind je het ook zo goed?
En dat is natuurlijk precies de reden dat de echte randstedelijke elite er geen lol meer aan beleeft. Dat is nou eenmaal hoe status werkt: iets wat eventjes een teken van vooruitstrevendheid en originaliteit is, wordt binnen de kortste keren geadopteerd door minder geprivilegieerde klassen, waarna het een signaal van de volgeling wordt. De voorhoede moet dan op zoek naar nieuwe statussymbolen. Socioloog Thorstein Veblen noemt dit ‘vervalsingsbestendige signalen’, of hard to fake signals: alleen als je daadwerkelijk tot de randstedelijke elite behoort, weet je dat Smithuijsen passé is. Ze dienen om te weten welke individuen ons soort mensen zijn.
In zijn boek Klasse geeft filosoof Hanno Sauer het voorbeeld ‘Frisco’, een bijnaam voor de stad San Francisco die (waarschijnlijk) ooit door locals is bedacht. Frisco wordt nu enkel nog gebruikt door toeristen die zich local willen wanen. Juist door je poging authentiek te zijn geef je jezelf dus weg als wannabe. Oftewel: als je in een momjeans op een Amsterdams terras neerstrijkt en een havercappuccino bestelt terwijl je performatief met jouw editie van het Boekenweekessay in de rondte zwaait, kun je net zo goed meteen op je voorhoofd schrijven: ‘ik kom uit Heerhugowaard!’
Dat is ook meteen het paradoxale aan de kritiek dat Smithuijsen alleen voor de randstedelijke elite schrijft. Ze lijkt het juist beter te doen onder mensen die (net) buiten die kring staan. Waarschijnlijk waardeert de betreffende klasse het werk van Smithuijsen niet omdat ze het herkenbaar vinden, integendeel: ze lezen het graag omdat ze het herkenbaar willen vinden. Omdat zij zich dolgraag zouden identificeren met de klasse die naar Rocycle gaat en daar vervolgens een kritisch essay over schrijft. De eigenlijke elite volgt ondertussen al lang geen Rocycleklasjes meer, zodanig dat ze de kritiek op Rocycle alweer passé vinden. Zij zijn druk met, weet ik veel, saucissons draaien en een dumbphone hebben.
De kritieken in De Groene Amsterdammer en Trouw laten vakkundig zien dat het werk van Smithuijsen een product van de tijdgeest is, meer dan een doorwrochte analyse ervan. Maar haar stom vinden is daarmee zelf een inside joke geworden voor mensen die genoeg op de hoogte zijn om te weten dat we de blinde adoratie van Smithuijsen afgezaagd vinden.
Eén troost: zoals het met statussymbolen gaat, zal ook dit van korte duur zijn. Het haten van Doortje Smithuijsen is inmiddels al bijna mainstream geworden: woensdag verscheen op De Speld, dat tien keer zoveel Instagramvolgers heeft als De Groene Amsterdammer en Trouw bij elkaar, een anti-Doortje-artikel dat de spijker op de kop slaat. De ware elitaire randstedeling zal dus snel iets nieuws moeten verzinnen om zichzelf mee te onderscheiden – wellicht het omarmen van Doortje Lenders, ken je haar al? Vlijmscherp, genadeloos geestig en hartstikke niche, en hoe dan ook eentje om in de gaten te houden.
Maar goed: dan weet ik natuurlijk ook welk lot mij binnenkort ten deel zal vallen. Een statussymbool – je kunt het beter niet worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant