Nog één brug, verzekert Amee, dan zijn we er. Zij fietst voorop over het Houtmanpad en onder de randweg door en langs de vaart waar ze een klein roeibootje heeft liggen. Kijk, daar, half onder water. Ze had overal aangebeld en mocht ‘m overkopen – „tientje” – van een oma wier kleinzoon al een nieuwe had. En van elke hond die Amee tegenkomt -„Hé Diesel!” – kent ze de naam. Jammer alleen dat ze ook aan haar snuffelen als ze ligt te slapen.
Ik fiets erachteraan, samen met haar nieuwe vriend Maus (42) die rijdt op een elektrische fiets met lege accu. Want ja, waar haal je de stroom vandaan? De telefoon van Amee (30) is ook alweer leeg en aan de elektrische opblaaspomp die ze had gekocht voor het alweer slappe luchtbed heeft ze ook al niks. „Waarom” – ze glimlacht – „hebben de bomen hier geen stopcontact?”
Grapjes, om de pijn te verzachten. Want het gaat niet goed met haar, vertelde Amee gelijk toen we elkaar vanmorgen troffen voor de ingang van de daklozenopvang in het centrum van Haarlem. Ze was dik aangekleed met pet, muts én capuchon en wees naar de ingang: „Ik mag hier niet meer komen. Ik heb een locatieverbod.” Belediging van de nieuwe locatiemanager was volgens haar de reden. Ook haar alcoholverslaving zal niet hebben geholpen.
En dat terwijl Amee zich hier vorige zomer nog zo op haar plek had gevoeld. Omringd met vriendelijke medewerkers als Joey en Nelson en dakloze Leigh die als een beschermheilige over de opvang waakt. Amee vond hier wat rust, nadat ze was gevlucht voor haar ex met wie ze in een tent verbleef in de Scheveningse bosjes. Daarvan ken ik haar: ze had er het mooiste kampement opgebouwd van alle daklozen in Den Haag.
„Deze is wel wat kleiner.” Amee tuurt naar het half ingezakte tentje in de struiken. „En eerlijk is eerlijk: niet supergoed opgezet. Maar Maus heeft z ’n best gedaan.” Zet maar eens een tent op in het donker. Eerder kan niet, vertellen ze, dan wordt-ie weggehaald door handhaving. Vandaar dat ze een terugkeer naar de Scheveningse bosjes overweegt; daar zijn tentjes gedoogd. Haar ex – dat scheelt – is bovendien terug naar Polen.
Amee slaapt nu al een maand buiten en voelt zich ziek. „Keelontsteking. Alles doet pijn.” Om soms toch warm te liggen, heeft ze zichzelf al acht, negen keer laten arresteren. Niet moeilijk, „je steelt gewoon wat”. De politie kent haar inmiddels, dat helpt. De laatste keer was vorige week. „Toen ben ik opgepakt voor kaas.” Even een bed, een maaltijd. Al wordt stelen lastiger nu ze in Haarlem vrijwel overal een winkelverbod heeft.
Maus, hoofdschuddend: „Dit is toch niet vol te houden zo?” Zelf is hij nog welkom bij de opvang, maar uit solidariteit slaapt hij nu ook al een maand buiten. Hun beider verslaving maakt alle pogingen hieruit te komen kansloos, maar afkicken lukt weer niet zonder stabiele plek – en zo is de cirkel rond. „We hebben echt hulp nodig.” Hij zucht. „Ik wéét gewoon niet meer wat we moeten doen. Ik wist al-tijd wat ik moest doen. Maar nu… ik ben gewoon… mijn energie…” Amee geeft Maus een knuffel. „’s Nachts huilen hè. Niet overdag.”
En nu weer op zoek naar drank.
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag