Home

‘Als je in je jeugd duizend keer een tik krijgt op dezelfde plek, dan ga je er later ook last van hebben’

Christiaan Vinkers | psychiater Veel mensen kampen met de gevolgen van een trauma dat ze in hun jeugd hebben opgelopen. Christiaan Vinkers schreef een boek over „een onderschat probleem”.

Christiaan Vinkers, gefotografeerd in de nieuwbouw van het Revius Lyceum in Doorn. Hij zat daar zelf ook op school, nog in het oude gebouw.

Ouders die hun kind stelselmatig opsluiten. Hun kind slaan, uithongeren, kleineren, verkrachten of met ducttape naakt aan een stoel vastmaken als straf. Schokkende verhalen als deze halen het nieuws. En iedereen weet: door ernstige mishandeling, seksueel misbruik of grove verwaarlozing kan jeugdtrauma ontstaan.

Maar verreweg de meeste schade ontstaat achter de voordeur van doorsnee gezinnen, schrijft psychiater Christiaan Vinkers (45), hoogleraar stress en veerkracht bij het Amsterdam UMC, in zijn nieuwe boek Littekens uit je jeugd. „Dan gaat het om chronisch te weinig liefde en aandacht krijgen, of alleen onder bepaalde voorwaarden. Of aanhoudende onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen. De gevolgen van zulke alledaagse patronen kunnen even diep en langdurig zijn.”

Dat komt echt niet alleen voor bij ouders met psychische of financiële problemen, of een verslaving of chronische ziekte, schrijft Vinkers. Ook bij hardwerkende tweeverdieners die worden opgeslokt door hun veeleisende baan of door stress, ouders die veel ruziemaken, die kinderen te veel vrijheid geven of juist te beschermend zijn, ouders die torenhoge verwachtingen hebben, ouders die voortdurend kritiek leveren.

Als goedbedoelende ouder kun je best schrikken van die boodschap. Je doet het eigenlijk nooit goed?

„Ik wil ouders niet de schuld geven. Want de meeste ouders willen hun kind geen schade toebrengen. En het is ook zeker niet per definitie zo dat twee werkende ouders met drukke levens zoveel impact hebben. Druk zijn kan best, als ze daarnaast ook regelmatig de volle aandacht hebben voor hun kind, voor hoe het ermee gaat. Niet elke stress en tegenslag of ruzie is gelijk jeugdtrauma. Dat hoort gewoon bij het leven.

„Tegelijkertijd is de realiteit dat een op de vijf Nederlanders aangeeft dat hij of zij jeugdtrauma heeft meegemaakt. Dat is veel meer dan de officiële 1 tot 2 procent van de kinderen die jaarlijks in beeld komt bij instanties. Een flink deel daarvan gaat niet over slaan of mishandeling, maar over emotionele verwaarlozing: voorwaardelijke liefde, je verhaal nergens kwijt kunnen, het gevoel dat je er alleen voor staat. Jeugdtrauma is een onderschat probleem omdat het vaak onzichtbaar blijft.”

Maar noem je dat dan echt jeugdtrauma?

„Ik heb daar wel over getwijfeld. Sommige psychiaters willen het woord jeugdtrauma alleen gebruiken voor de heftige dingen, de grote klappen. Maar ik denk dat als iemand duizend keer een tik krijgt op dezelfde plek, dat ook pijn gaat doen. Daar ga je later ook last van hebben. Als je bijvoorbeeld heel veel prestatiedruk ervaart, en je ouders pushen je, maar je hebt het materieel goed… heb je dan jeugdtrauma? Als je later veel last hebt van zulke patronen van druk of van emotioneel gemis, die je ontwikkeling hebben beïnvloed, dan denk ik van wel.”

Zelf is hij, denkt hij, vrij van jeugdtrauma, zegt hij tijdens een wandeling in een groene buurt van Driebergen. Zijn Twentse familie landde daar toen hij vier jaar was, in een twee-onder-een-kap. Later werkte hij er op zaterdagen bij snackbar Calimero.

Het is lang geleden dat hij hier was, vertelt hij. Zijn vader overleed vorig jaar, zijn moeder al eerder. Als vierde in een gezin met zes kinderen was hij „snel zelfstandig”. „Ik had met allebei mijn ouders een goede band. Ons gezin was op een bepaalde manier heel liefdevol – al werd er ’s avonds aan tafel niet gevraagd ‘hoe was je dag’ ofzo. Met acht man aan tafel moet je goed voor jezelf opkomen en je mannetje staan. En mijn familie komt uit een protestants milieu. Dus hard werken, afmaken waar je aan begint, dat zat er wel in. Luiheid is de zevende zonde.

„Het is denk ik geen jeugdtrauma, maar dat idee dat je hard moet werken heb ik wel geïnternaliseerd. Door het schrijven van dit boek ben ik me daar bewuster van geworden. Het kan je veel brengen, maar ik kan me ook voorstellen dat het wel chill zou zijn als het er niet was. Waarom moest ik drie studies doen? Nu kan ik soms denken: het is wel goed genoeg. En soms roep ik tegen mijn vrouw dat ik gewoon overal mee stop en een bruine kroeg begin in Utrecht.”

De gevolgen van jeugdtrauma reiken ver, schrijft Vinkers in zijn boek, „tot in de kleinste haarvaatjes”. Chronische, herhaalde ervaringen zoals emotionele verwaarlozing of voortdurende kritiek hebben sterke effecten op de hersenontwikkeling, vooral de emotieregulatie en het stresssysteem. Het werkt diep door in de manier waarop het lijf en het brein reageren. Het immuunsysteem blijft sluimerend geactiveerd, en het beloningssysteem in de hersenen komt juist op de waakvlam te staan. Hierdoor grijpen mensen met jeugdtrauma eerder naar snelle sterke prikkels zoals eten, drank of drugs, of neigen ze naar risicovol gedrag.

Zo kunnen sporen van jeugdtrauma in het latere leven zorgen voor hart- en vaatziekten, diabetes, chronische pijn, overgewicht en auto-immuunziekten. Het vergroot ook de kans op psychische klachten, zoals depressie, angst, PTSS en verslaving.

„Bij mij op de polikliniek psychiatrie heeft tot driekwart van de mensen met chronische depressie jeugdtrauma meegemaakt”, zegt Vinkers. „Maar de gevolgen kunnen ook subtieler zijn. Je kunt door je jeugd soms dingen op een manier doen die op de korte termijn goed is, maar op de lange termijn niet.

„Als je als kind veel onvoorspelbaarheid hebt ervaren, dan probeer je je wat sterker voor te doen, en moet je je emoties een beetje wegdrukken. Dat kan later in je leven best onhandig zijn en in de weg zitten. Het kan ertoe leiden dat je je eigen emoties minder goed herkent, waardoor grenzen stellen en voor jezelf zorgen moeilijker wordt. Het kan ook zijn dat je mensen wat moeilijker vertrouwt, of dat je denkt: ik stel pas iets voor als ik echt presteer.”

Hoe weet je of je een jeugdtrauma hebt?

„Daar zijn speciale vragenlijsten voor, al vangen die lang niet alles. Objectief jeugdtrauma vaststellen kan meestal niet, vaak is niets officieel herkend of vastgelegd van bijvoorbeeld misbruik of verwaarlozing. Zoals iemand zelf gebeurtenissen in zijn jeugd heeft ervaren, is dus net zo belangrijk, zeker bij psychische klachten zoals depressie en angst. Jeugdtrauma is ook geen diagnose, meer een blik op de ontwikkeling. Hoe we dat eigen verhaal duiden vraagt zorgvuldigheid.”

In de jaren negentig zat Vinkers op het Revius Lyceum in Doorn. Het gebouw van zijn middelbare school ging tegen de vlakte, een gloednieuw gebouw verrees tussen de bomen en de uitgestrekte grasvelden. Alleen een groot glas-in-loodraam in de bibliotheek herinnert nog aan de tijd die hij hier doorbracht.

Zijn middelste kind zit in groep 7 en is druk met het uitkiezen van een middelbare school. Zelf ging hij simpelweg naar deze school omdat zijn broers en zussen er ook op zaten, vertelt hij in een wiskundelokaal op de eerste verdieping. „Het zijn andere tijden.”

Lopen kinderen nu meer risico op jeugdtrauma dan in die tijd?

„In deze eeuw krijgt het alledaagse karakter van jeugdtrauma andere vormen. We wonen in een welvarend land, materieel is het thuis en op school vaak goed geregeld. Maar kinderen hebben met een hoge prestatiedruk te maken, niet alleen op school, ook bij sport, hun uiterlijk, hun sociale vaardigheden. Ze moeten ‘het beste uit zichzelf halen’. En er is heel veel keuzevrijheid – alleen al als het gaat om middelbare scholen. Daar komt de onbegrensde digitale wereld bij, met perfecte plaatjes en online pesten.”

Pesten wordt niet door alle psychiaters als jeugdtrauma gezien. Waarom doe jij dat wel?

„Pesten is soms een langdurig patroon, een overschot van het verkeerde en een tekort aan het goede. Het zou gek zijn om dat dan niet als traumatisch te zien. Het kan ongelooflijk grote effecten hebben.”

Jij hebt zelf ook iemand gepest, schrijf je, hier op het Revius.

„Ja. Lang genoeg om mij daar nu diep voor te schamen. Ik was toen een beetje een meeloper – maar dat maakt me niet minder schuldig. Het was echt irritant. Verder wil ik er niet zoveel over zeggen.”

Heb je diegene er nog wel eens over gesproken?

„Ik heb hem mijn excuses aangeboden aan het begin van mijn studententijd, toen kwam ik hem tegen. Maar de vraag is of ik het daarmee goed kon maken. Ik begreep de impact ervan toen minder dan nu. Omdat ik nu zelf kinderen heb en er meer over weet, ook als psychiater.”

Jeugdtrauma komt dus veel meer voor, in veel subtielere vormen dan men denkt. Tegelijkertijd vind je dat mensen niet alles tot jeugdtrauma moeten bestempelen?

„De term jeugdtrauma duikt te pas en te onpas op – in podcasts, op sociale media, in trainingen. Maar zeker niet alles is trauma. Trauma gaat over langdurige, herhaalde onveiligheid en het ontbreken van herstel, niet over een eenmalige teleurstelling of een moeilijke periode. Het feit dat je ouders zijn gescheiden is niet direct trauma, als geen sprake was van structurele onveiligheid. Als je jeugdtrauma ziet als de verklaring van alles wat er moeilijk is of misgaat in je leven, is het risico dat het aanpakken van dat jeugdtrauma dé oplossing moet zijn voor al je problemen. Dat is geen eerlijke boodschap, en dat blijkt ook niet uit wetenschappelijk onderzoek.

„Er is een hele ‘traumabusiness’ ontstaan. Met mensen die bijvoorbeeld stellen dat jeugdtrauma zich ‘vastzet in het lichaam’. En dat je dat met bijvoorbeeld lichaamsgerichte therapie kunt weghalen. Daar is weinig wetenschappelijk bewijs voor. Er zit heus een kern van waarheid in: stress en trauma geven psychische én lichamelijke klachten. En lichaamsgerichte therapie kan voor sommige patiënten heel heilzaam zijn. Maar we moeten daarin niet de bescheidenheid verliezen.

„Ook de term intergenerationeel trauma wordt steeds meer gebruikt. Het klopt dat als ouders zelf jeugdtrauma hebben meegemaakt, de kans groter is dat de volgende generatie het ook heeft. Maar dat is geen wetmatigheid. Het merendeel van de ouders met jeugdtrauma geeft dat niet door. Dat gebeurt volgens studies maar in ongeveer een derde van de gevallen.”

Wat helpt wel?

Christiaan Vinkers: Littekens uit je jeugd. Hoe jeugdtrauma je vormt – en hoe herstel mogelijk is. Prometheus, 293 blz. €22,99

„Er bestaat geen tienstappenplan, het is voor ieder individu anders. Hoe jeugdtrauma uitpakt hangt ook af van je genetische aanleg, je karakter. In de geestelijke gezondheidszorg is er gelukkig steeds meer aandacht voor. Bij ernstige psychische klachten gebruiken we bijvoorbeeld schematherapie, waarbij je nare herinneringen opnieuw beleeft en invult met wat je als kind nodig zou hebben gehad.

„Er is veel mogelijk. Mensen hoeven niet vast te blijven zitten in wat er in hun jeugd is gebeurd. Een mens is een vat vol mogelijkheden, en vaak heel veerkrachtig. Soms kan iets heel kleins superveel verschil maken. Als er één buurvrouw is, of één leraar, zoals op een school als deze, die luistert, die het gevoel geeft dat je er mag zijn, dan heeft dat voor een kind in een nare thuissituatie ongelofelijk veel impact. Ordinary magic noemt de ontwikkelingspsycholoog Ann Masten dat – alledaagse magie.

„Ik hoop dat mijn boek mensen aanzet tot nadenken, dat ze zich bewuster worden van wat jeugdtrauma is. En hoe gemakkelijk het in patronen kan ontstaan, ook al wil je het niet. Jeugdtrauma is geen diagnose of noodlot. Het is ook niet bedoeld als term om het verleden de schuld te geven, of je ouders. Maar om te snappen waarom je nu doet wat je doet. En om er iets aan te doen als je er last van hebt.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Psychologie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next