Home

‘Een snelweg verkoop je ook niet. Waarom dan wel de digitale infrastructuur?’

Sinds de Middeleeuwen beheren en bouwen de waterschappen cruciale infrastructuur. Is dat een voorbeeld voor onze afhankelijkheid van IT?

„Van Copilot of Gemini kom je amper af, of je het nu wilt of niet.”

Op de voorkant van zijn proefschrift, een boekwerk van ruim 300 bladzijdes, staat een molengezicht. Een buitengewoon Hollands tafereel, geschilderd in 1873 door Haagse School-schilder Jacob Maris, van een molen aan de Haagse Noordwest Buitensingel waar je toen nog vrij uitzicht had over de landerijen; bootje in het water, wolken in de lucht, knotwilgen, twee mensen op een bruggetje. Waar dat schilderij hangt? Washington D.C.

Je zou er bijna een metafoor in zien voor het onderwerp van het boek van Paul van Vulpen: de groeiende afhankelijkheid van big tech, van vooral Amerikaanse techreuzen die onze afhankelijkheid als verdienmodel zien en waaraan het moeilijk ontsnappen is. In zijn thesis onderzoekt hij verschillende manieren om daar toch iets tegen in te brengen met als doel: decentralisatie van IT, zonder het verlies van de maatschappelijke voordelen. „Die molen staat voor de waterschappen, een vroege coöperatievorm tussen steden, boeren en kloosters in de Middeleeuwen die samenwerkten om kritieke infrastructuur op te zetten”, legt Van Vulpen uit. „De dammen, dijken, afwatering, de molens. En dat is waar we weer naartoe moeten, zulke nieuwe instituten om van de afhankelijkheid van big tech af te komen.”

We zitten in het M-gebouw van de Universiteit van Amsterdam, faculteit economie en bedrijfskunde, dat half in het water van de Plantage Muidergracht lijkt te liggen. „Het moet geloof ik een schip voorstellen”, zegt Van Vulpen. Sinds begin van dit lesjaar is hij er assistent professor management information systems en geeft er les over technologie en hoe je daarmee omgaat.

Het is een hot item. In de kranten staan bijna wekelijks berichten over hoe de samenleving is vervlochten met big tech en of we als Europa niet wat meer afstand kunnen creëren van de Amerikanen. Zie de berichten over mensen die af willen van X, Gmail, Amazon of WhatsApp. De verhalen over sociale media die verkiezingen beïnvloeden. Hoe de netwerkbeheerder van DigiD in Amerikaanse handen blijkt te komen, hoe Google en Meta inzicht hadden in gegevens van klanten van Nederlandse supermarkten en drogisterijen en dat zelfs de IT-infrastructuur van Defensie bij een Amerikaans bedrijf onder handen is. En het blijft niet bij verontrustende berichten. Want nadat het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel had uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu vanwege oorlogsmisdaden in Gaza, kwamen er vanuit de VS niet alleen visumrestricties en bevriezingen van bankrekeningen, maar kon hoofdaanklager Karim Khan ook niet meer bij zijn e-mail: Microsoft had die geblokkeerd omdat Washington het wilde.

Afhankelijk van bedrijven

We hebben Rijkswaterstaat voor onze fysieke infrastructuur, maar voor onze digitale infrastructuur hebben we niks en zijn we afhankelijk van bedrijven die dat maken. „Het gevolg is dat [het bedrijf achter] DigiD, een belangrijk deel van onze digitale infrastructuur, aan de Amerikanen verkocht kan worden. Of Eneco, dat is verkocht aan Japanners. De warmwatervoorziening! Dat vind ik ongelooflijk. Stel je voor dat we de A2 zouden verkopen aan een buitenlands bedrijf. Het kan ook gewoon gebeuren dat Google of Microsoft morgen zegt: alle infrastructuur van de universiteiten gaat plat”, zegt Van Vulpen. „Of misschien alleen een specifieke dataset die op een Amerikaanse cloud staat. Of wellicht dat bepaalde mensen uit die dataset verwijderd worden.” Hoe dat bij hem op de UvA gesteld is? „Wij zitten hier in de Azure cloud, van Microsoft. Tja, dan denk ik wel: oef.”

Van Vulpen pleit in zijn promotieonderzoek voor het poldermodel om de macht van big tech in te dammen: samenwerking, de behoeftes van onderaf laten komen, de innovaties op de gebruikers afstemmen, een gemeenschappelijk probleem erkennen en aanpakken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want natte voeten, dat wil niemand. Maar de vraag is of er genoeg mensen zijn die af willen van gratis e-mailen, betrouwbare cloudservices en andere diensten die de grote techbedrijven aanbieden.

Het probleem, zegt Van Vulpen, wordt vaak platgeslagen. We hebben Amerikaanse technologie, de Amerikanen zijn geen dikke vrienden van ons meer, daar moeten we vanaf. Maar als je vervolgens al je data, bestanden, foto’s en kritieke infrastructuur bij een ánder groot bedrijf legt, ook al is die Europees, schiet je er niet veel mee op. „Want we hebben überhaupt geen gezag of beheer over onze technologie, ongeacht waar het vandaan komt. Als wij een grootschalig Europees alternatief opzetten voor alle Amerikaanse diensten, is het probleem niet opgelost maar verplaatst.”

Van Vulpen denkt dat er nieuwe instituten moeten komen die dat gat kunnen opvangen, of je het nu vergelijkt met Rijkswaterstaat of de aloude waterschappen. Als ze maar autonomie bieden door middel van hun organisatiestructuur, die kunnen polderen, die de kracht van onderaf laten komen op basis van subsidiariteit. Niet alleen overheden, zegt Van Vulpen, ook het bedrijfsleven kan in dat gat springen. „Kijk naar iDeal, een samenwerking tussen de Nederlandse banken. Dat werkt zo goed dat het nu Europees wordt uitgerold. Een ander voorbeeld is SURF, een coöperatie die IT-infrastructuur voor universiteiten biedt. De belanghebbenden zijn de universiteiten die de infrastructuur afnemen, en aangeven wat ze willen en wat er moet gebeuren. Dat is subsidiariteit: van onderaf vragen stellen en zo het algemeen belang dienen. Dat is het tegenovergestelde van de grote techbedrijven die een nieuwe service maken en dat krijg je dan vervolgens door de strot geduwd. Van Copilot of Gemini kom je bijvoorbeeld amper af, of je het nu wilt of niet.”

Individu heeft vaak de keuze niet

Betutteling ligt op de loer, want wat ís het algemeen belang en wie bepaalt dat? „Als jij alles van Apple of Google wil, tuurlijk, dat mag. Vrijheid is een belangrijk fundament van de samenleving. Maar vrijheid is ook dat we als individu keuzes kunnen maken en bij technologie is dat gewoon soms niet zo. Kun je echt kiezen om niet al je data op Amerikaanse servers te zetten, of om een zoekmachine te gebruiken die al je data opslurpt om er een profiel van te maken om gepersonaliseerde advertenties voor te schotelen?” Die keuze is er niet, zegt hij, als de alternatieven heel klein of niet zo goed zijn, of als de instelling waar je voor werkt dat niet toestaat.

Gelukkig gebeurt er behoorlijk wat op het gebied van digitale autonomie, alleen niet altijd op de juiste manier. Van Vulpen: „Wat je nu ziet is dat iedere universiteit of gemeente een systeembeheerder vrijmaakt die de digitale autonomie moet gaan regelen. Dat strandt allemaal over zes maanden of een jaar, doordat die persoon weg is, het budget is op of omdat er toch een datalek ontstaat en iemand in de gemeenteraad zegt: hoe hebben we deze vent aan kunnen stellen, laten we snel terug naar Microsoft teruggaan. Dat is niet de oplossing. Nieuwe instituten, overheid én maatschappelijk middenveld, moeten daarom het gezag krijgen.”

Is hij optimistisch over de toekomst? „Ik ben niet optimistisch, maar wel hoopvol. Ik zie geen concrete aanwijzingen dat er op korte termijn iets verandert, daar ben ik niet optimistisch over. Maar hoopvol wel, vanwege de diepe overtuiging: het kan ook anders. En ondanks dat ik niet veel om me heen zie gebeuren, zijn de mogelijkheden er wél en moeten we eraan blijven werken.”

Wie isPaul van Vulpen?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Technologie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next