is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
In 1917 stond de wereld in brand. Terwijl in loopgraven 200 tot 300 kilometer verderop dood en verderf werd gezaaid, deed Nederland zijn best de tegenstellingen in eigen land op te lossen.
Het algemeen kiesrecht werd dat jaar ingevoerd. Ook de onderwijspacificatie kwam tot stand, wat betekende dat het bijzonder onderwijs hetzelfde recht op financiële ondersteuning had als het openbaar onderwijs. Ineens konden socialisten en confessionelen de macht grijpen. De liberalen verloren hun oude machtspositie.
Het zou bijna een eeuw duren voordat de christelijke en sociaaldemocratische partijen tot splinters waren geslagen en de liberalen – de conservatieve liberalen van Rutte en Yesilgöz en de progressieve van Kaag en Jetten – de macht zouden teruggrijpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In 1917 stemde het parlement ook in met een nieuwe Schenkingswet, waarmee schenkingen belastbaar werden. Doel was te voorkomen dat rijke Nederlanders de erfbelasting zouden ontduiken door voor hun dood hun vermogen weg te schenken aan dierbaren.
Uit praktische overwegingen kwam er een vrijstelling, want anders moest alles met een strik eromheen worden belast. Dat zou te veel administratieve rompslomp vergen.
Deze vrijstelling was voor eigen kinderen hoger dan voor anderen, zoals kleinkinderen of nooddruftige vrienden. Dat verschil was vanwege ‘de billijkheid’, zoals de wetgever het formuleerde, zonder uit te leggen wat hij daaronder verstond.
Inmiddels is die vrijstelling voor de eigen kinderen (inclusief stief- en adoptiekinderen) opgelopen tot 6.908 euro. Voor anderen is dat 2.769 euro. Daarnaast kunnen ouders hun kinderen nog eenmalig belastingvrij – de jubelton is wel afgeschaft – een bedrag schenken. In de wet van 1917 kon dat alleen in het jaar van het huwelijk. Later konden de ouders het jaar zelf bepalen. Inmiddels is dat bedrag opgelopen tot 33.129 euro.
In een notitie van het ministerie van Financiën wordt dit verschil tussen schenkingen aan eigen kinderen en anderen nu ‘achterhaald’ en ‘niet onderbouwd’ genoemd. Dat verschil zou moeten worden opgeheven. Er zijn steeds meer Nederlanders zonder kinderen die bijvoorbeeld willen schenken aan neefjes of nichtjes of aan andere verwanten, vrienden of mensen die even krap zitten. Zij lopen het voordeel mis. Dat voelt discriminerend.
Uit onderzoek is gebleken dat in slechts 10 procent van de gevallen de belastingvrije schenkingen aan kinderen met een specifieke reden worden gedaan. Ze gebruiken het voor allerlei leuke dingetjes zoals een backpackvakantie in een tussenjaar. Daarnaast proberen ouders met de jaarlijkse schenking de toekomstige aanslag voor erfbelasting te verminderen. En dat wilde de wetgever juist in 1917 voorkomen.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Fiscaliteit moet in juli een besluit nemen over het voorstel van zijn eigen ambtenaren. De archaïsche regeling kan door een kabinet dat nieuw beleid hoog in het vaandel heeft staan, op de schop worden genomen.
Dat de wereld in 2026 weer in brand staat, is een mooie gelegenheid om er een einde aan te maken met een vrijstelling van 5.000 euro voor iedere begunstigde. Dat kan budgettair neutraal.
Een mooie eerste stap naar versimpeling.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant