Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Morgen (donderdag) promoveert Dik Verkuil op zijn biografie De ongenaakbare Frits Bolkestein. Ik kan alvast verklappen dat het een voortreffelijke biografie is, maar een bespreking zal ik overlaten aan de recensenten. Wel wil ik naar aanleiding van het boek enige persoonlijke herinneringen ophalen aan Bolkestein, die ik een paar maal heb ontmoet en tegen wie ik verschillende stukjes heb geschreven. Een keer noemde ik hem zelfs ‘een duffe VVD’er’, wat hij natuurlijk niet was.
De eerste keer dat ik de ongenaakbare van dichtbij zag, moet in 1991 zijn geweest. De filosoof Frits Staal en de sinoloog Rik Schipper maakten zich zorgen over het voortbestaan van de faculteit der Kleine Letteren. Bij het ministerie van Onderwijs vonden ze onder meer Arabisch, Japans en Chinees kleine talen en wilden ze de studie daarin liever opheffen. Bolkestein, die in die tijd thuis etentjes gaf voor de fine fleur van Nederland, had Staal en Schipper uitgenodigd om de zaak met andere belanghebbenden te bespreken. Op hun voorspraak mocht ik mee. Wel werd ik van tevoren gewaarschuwd door kwelgeest en studiegenoot Hugo Brandt Corstius, die Bolkestein een corpsbal vond en die ervoor had gezorgd dat Bolkestein uit de redactie van het studentenblad Propria Cures was gezet. Zulks geschiedde op een typische HBC-manier, dat moet u zelf in de biografie maar nalezen.
Het is beslist waar dat Bolkestein het studentikoze, geaffecteerde nooit helemaal van zich af heeft weten te schudden. In de biografie – maar dan houd ik erover op – wordt verteld dat een van zijn corpsvrinden (sic!) bij Bolkestein aanbelde en dochter Kate, die had opengedaan, werd begroet met woorden die Bolk zelf ook weleens gebruikte in zijn studententijd: ‘Dag kutje, is je moeder thuis?’
Het diner bij Bolkestein speelde zich af in een voorname sfeer. De plaats van handeling was een Haags patriciërshuis, niet ver van Madurodam, waar hoogleraren Turks, Fins, Sanskriet en nog zo meer op erudiete wijze met elkaar converseerden over de vraag hoe de Nederlandse regering afgebracht kon worden van het heilloze plan om de Kleine Letteren op te heffen. Na afloop rookte men bij een goed glas wijn een mooie sigaar. Veel geholpen heeft het niet. Tegenwoordig kun je aan een Nederlandse universiteit nauwelijks nog Frans, Italiaans of zelfs Duits studeren.
Zeven jaar later werd ik ineens door Bolkestein aangeklaagd in zijn boek Onverwerkt Verleden, omdat ik net als Peter Schat, Gijs Schreuders en Harry Mulisch achter Fidel Castro zou hebben aangelopen. Dat sloeg nergens op. Toch stond ik plotseling te boek als een fellowtraveller. Weliswaar was ik op Cuba geweest, overigens pas in 1975, maar in Vrij Nederland had ik daar met weinig enthousiasme over geschreven. De schaker Hein Donner vond me ‘een aarts-reactionair’, Maria Snethlage van het Cuba Comité gaf me een ernstige schrobbering en een nieuw visum voor Cuba werd me geweigerd. Vrijwel zeker had Bolkestein alleen maar de koppen boven een paar van mijn stukjes gelezen. Die luidden ‘Schuldbelijdenis’ en ‘Zelfbeschuldigingen’, maar anders dan Bolkestein gedacht moet hebben, gingen die niet over mijzelf, maar over mediapsycholoog Jaap van Ginneken, die zijn Cuba-verleden met veel vuurwerk had afgezworen.
Het duurde tot 2009 voor ik Bolkestein weer ontmoette. De VVD had de sinoloog Rik Schipper gevraagd naar zijn inzichten over de handel met China. Rik wilde graag dat ik meeging als zijn secondant en zo zaten wij in het Amstel Hotel aan tafel tegenover Mark Rutte, die toen de jeune premier was van de VVD, en tegenover diens leermeester, éminence grise Frits Bolkestein.
Ooit was er een kwestie geweest met de verkoop van Nederlandse duikboten aan Taiwan, waarover de Chinezen van het vasteland erg boos waren geworden. Als staatssecretaris van Economische Zaken was Bolkestein verantwoordelijk, maar later had hij een draai moeten maken en dat mocht Nederland niet nog een keer overkomen. Ik herinner mij dat Schipper waarschuwde voor de gevaren van handeldrijven met China. Hij wees op de ervaringen van het Franse bedrijf Danone. Dat had daar een fabriek gebouwd, maar de Chinezen hadden er pardoes een kopie van eigen makelij naast gezet. Toen Danone wilde procederen, werd een schip met producten van het bedrijf prompt in een Chinese haven aan de ketting gelegd. Die tactiek was schering en inslag, want de Chinese regering ‘vindt het normaal dat je geld komt brengen, maar halen is een andere kwestie’.
Het was een aangenaam gesprek. We werden met egards behandeld en er werd voor ons betaald. Rik zei dat ik VPN moest nemen, zodat de Chinezen niet meer konden meeluisteren. Over mijn rol als vermeende fellowtraveller hebben wij het niet meer gehad, ik werd alsnog goedgekeurd. Dat doe ik bij dezen ook met hem. In ons politieke landschap was Bolkestein toch een bijzondere vent.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
In een eerdere versie van deze column stond abusievelijk vermeld dat Frits Bolkestein minister van Economische Zaken was. Dit moet staatssecretaris zijn.
Source: Volkskrant