Thuiszitters Zo’n 60.000 kinderen in Nederland gaan niet naar school. Op de Thuiszittersbeurs leren ouders en kinderen hoe ze daarmee kunnen omgaan. „Ik vind ’thuiszitter’ geen tof begrip.”
Simon (15) met zijn ouders op de thuiszittersbeurs in Avans Hogeschool in Breda.
Tussen allerlei handgemaakte frutseltjes ligt op de tafel van een marktkraampje op de Thuiszittersbeurs ook een ‘emotional support augurk‘. Het gezichtje van de augurk is zo gehaakt dat het kijkt alsof het net in een zure citroen heeft gebeten. In de augurk is een haarspeldje genaaid dat je open en dicht kan klikken, het is een fidget die je handen iets te doen geeft als je zenuwachtig bent.
De Thuiszittersbeurs, een dag in het teken van kinderen die niet naar school gaan, vindt plaats op de Avans Hogeschool in Breda. Het is een initiatief van Iris Kok (18), zelf thuiszitter. Zij heeft een populair Instagram-account waarmee ze thuiszitters met elkaar in contact brengt. Op de beurs wil Iris laten zien hoeveel er wél mogelijk is voor thuiszitters, en hoe zij hun talenten kunnen inzetten.
Vijfhonderd kaartjes waren binnen een maand uitverkocht. Kinderen met eigen bedrijfjes verkopen op de beurs hun zelfgemaakte producten. Er zijn workshops voor thuiszitters en informatiesessies voor ouders. Drie experts geven lezingen in het auditorium over neurodiversiteit, het voorkomen van schooluitval en ondersteuning bij het thuiszitten.
Organisator van de Thuiszittersbeurs Iris Kok.
De fidget-augurk is gemaakt door de 17-jarige Skye (die/diens), die nu bijna een jaar niet naar school gaat: te veel mensen, te veel stress. Skye heeft autisme, is een perfectionist en legt zichzelf veel druk op. Lukt iets niet, dan komt dat hard aan. Schoolopdrachten maken lukt alleen als Skye in een „hyperfocus” komt. Knutselen is een uitlaatklep, online verkoopt Skye de augurken, sleutelhangers, kaartjes en knuffels. Het gedetailleerde haken en naaien heeft haar kind zichzelf aangeleerd, zegt moeder Anita trots.
Kinderen hebben leerplicht vanaf hun vijfde tot hun zestiende levensjaar. Toch gaan duizenden niet naar school. Ongeveer 2,6 procent van de leerplichtige leerlingen was in schooljaar 2023-2024 meer dan de helft van het schooljaar afwezig, zo’n 60.000 kinderen. Dat bleek afgelopen oktober uit onderzoek van het Nijmeegse Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt (KBA) in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het getal is een schatting en kan nog hoger zijn, door onvolledige registratie van afwezigheid, schrijven de onderzoekers.
Zo’n 15.000 kinderen waren in 2023-2024 helemaal niet op een school ingeschreven. Sommigen van hen hebben een volledige vrijstelling van leerplicht. Dat gebeurt in de meeste gevallen bij een zware (mentale) ziekte (9.700 kinderen) of als scholen in de omgeving van het kind niet bij de levensstijl of geloofsovertuiging van de familie passen (2.500 kinderen).
Op papier lijkt het onderwijssysteem in Nederland goed geregeld, maar dat geldt vooral voor kinderen die voldoen aan de „gemiddelde norm”, zegt Joli Luijckx, directeur van oudervereniging Balans. De organisatie ondersteunt ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen, ontwikkelingsstoornissen of speciale onderwijsbehoeften. Balans telde in 2024 ten minste 70.000 kinderen die geen onderwijs volgen. Ook dat getal is waarschijnlijk een onderschatting, zegt de organisatie.
De meest voorkomende oorzaken van uitval op school zijn psychische problemen, ziekte, of vervelende situaties thuis, zo staat in het rapport van KBA. Of ze gedijen niet goed in het schoolsysteem. Vooral kinderen met autisme, ADHD, dyslexie of hoogbegaafdheid – ook wel neurodivergent genoemd- voelen zich relatief vaak niet thuis op school. Zij ervaren vaker dan hun klasgenoten een gebrek aan flexibiliteit in het schoolsysteem, hebben meer last van prikkels en kunnen moeite hebben met communiceren.
Kinderen met eigen bedrijfjes verkopen op de beurs hun zelfgemaakte producten, rechts Skye.
Volgens de Wet passend onderwijs uit 2014 moeten reguliere scholen ook die kinderen passend onderwijs kunnen bieden. Toch gaat er iets mis. Luijckx: „We zien een groeiend aantal thuiszitters sinds de invoering van die wet. Bij uitval wordt er in Nederland per individueel kind naar een oplossing voor de situatie gezocht met een groep experts, maar vaak zonder succes.” In zo’n ‘multidisciplinair overleg’ spreken onder meer een leerplichtambtenaar, jeugdzorg, een zorgcoördinator van school, een begeleider, de leerkracht van het kind, ouders, en soms het kind zelf over een oplossing. „Dat kost veel geld, en is met zo veel thuiszitters niet te doen.”
Luijckx vindt het „onvoorstelbaar” dat er geen passend onderwijs is voor de groep thuiszitters. „Scholen hebben een zorgplicht. Maar ze mogen ook zeggen dat ze een kind te ingewikkeld vinden om onderwijs te geven. Dan is de school ‘handelingsverlegen’, en kan het een kind weigeren.” Dat kan een school „te makkelijk” beweren, zegt Luijckx. Het besluit is moeilijk te weerspreken. „In Nederland is er geen centraal orgaan dat per geval controleert of de uitspraak van de school klopt. Structurele vergoeding om die kinderen een onderwijsplek te geven is er ook niet. Het hangt van toeval af of het gaat lukken.”
Sommige scholen gaan wél tot het gaatje om een oplossing te vinden, ziet Sofie van de Waart, een van de sprekers op de Thuiszittersbeurs. Als onderwijs- en hoogbegaafdenspecialist helpt Van de Waart scholen en gezinnen bij uitval van leerplichtige kinderen. Scholen en gemeenten hebben het doel om kinderen niet langer dan drie maanden thuis te laten zitten zonder passend aanbod van onderwijs of zorg. Dat staat in het Thuiszitterspact uit 2020, een samenwerking van de overheid, gemeenten en het onderwijs. Toch ziet Van de Waart ook vaak dat scholen „te afwachtend en niet creatief genoeg zijn bij het zoeken naar oplossingen”.
Scholen, ouders en kinderen zien de oorzaken en oplossingen vaak anders voor zich, zegt Van de Waart. „Ouders moeten soms dingen doen die tegennatuurlijk voelen om hun kind te helpen, zoals het na lange tijd weer naar school sturen. Ook zij hebben hulp nodig om meer in een ‘opvoedrol’ te stappen dan een ‘hulpverlenersrol’.”
Wim is samen met Mariska en hun zoon Simon (15) naar de Thuiszittersbeurs gekomen. Simon gaat al ruim een jaar niet naar school; zowel regulier- als speciaal onderwijs zijn „niet helemaal zijn plek”, zegt zijn moeder . Mede door zijn autisme was de communicatie tussen haar zoon, docenten en klasgenoten stroef, het leidde tot verschillende incidenten die de familie liever niet in de krant bespreekt.
Wim vindt ‘thuiszitter’ geen „tof begrip”, zegt hij. Terwijl hij met zijn zoon filosofeert over een andere benaming, legt Mariska uit wat zij bedoelen: „‘Thuiszitters’ is een passieve beschrijving. Ze zitten thuis omdat de school ze niet meer wil, niet omdat ze niet willen leren. En ze doen van alles, ze zitten helemaal niet constant thuis.” Wim en Simon zijn intussen uitgekomen op alternatieven: ‘uitscholers’, ‘naastscholers’ of ‘buitenscholers’. „Of áfgeschoold”, zegt Wim.
De beurs geeft geen typisch beeld van de thuiszitter, zegt Van de Waart. „Hier komen vooral degenen die hoogbegaafd en hoogsensitief zijn. We denken dat minimaal een kwart van de thuiszitters hoogbegaafd is, terwijl dat maar bij 2,5 procent van de bevolking voorkomt.” De kinderen die zwakbegaafd zijn of in onveilige gezinnen wonen komen weinig naar een dag als deze.
Slim en handig zijn deze kinderen op de Thuiszittersbeurs zeker. De vijftienjarige Yves zit met zijn vader Patrick achter een kraampje, Yves heeft zijn handgemaakte houten snijplanken en plantenpotjes met cactussen erin uitgestald. De hoeken van de snijplanken heeft Yves versierd met paarse, blauwe, groene en gele edelstenen, „zelf gemaakt met epoxy [giethars]”. Geleerd door een beetje uit te proberen in de schuur, zegt hij schouderophalend.
Sophie (links, 17) verkoopt gehaakte knuffels.
„Yves heeft veel talenten”, zegt zijn vader, „maar op school zat hij meer buiten de klas dan in de klas.” Sinds september zit hij thuis. Nu zoekt Patrick een leerwerkbedrijf voor zijn zoon, waar Yves hout kan bewerken. „Dat was een welkom advies, het is niet leuk om je kind ongelukkig te zien op school. Bij zo’n bedrijf kan hij zich toch verder ontwikkelen.” Yves ziet dat wel zitten, hij wil houten meubels kunnen maken.
De zeventienjarige Skye doet nu een opleiding op mbo-niveau 4, maakt schoolopdrachten thuis zonder de lessen bij te wonen en loopt één dag in de week stage in de ouderenzorg. „Thuiszitten is niet altijd opgeven. Ik probeer heel veel. Binnen vijf jaar wil ik mijn opleiding afmaken.”
Simon wil geen thuiszitter blijven, zegt hij. Hij wil niet meer achterlopen, maar een diploma halen. Het liefst een IT-opleiding doen of „nog hoger studeren”. Hij heeft het in zich om een havo diploma behalen, zeggen zijn ouders. „Dat biedt hem meer toekomstperspectief.” Wim spreidt zijn armen uit naar zijn zoon: „Komaan, er zit zo veel in!”.
NRC publiceert geen achternamen van minderjarigen. De volledige namen van alle geïnterviewden zijn bekend bij de redactie.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen