Home

Carolijn Visser dook in de naoorlogse generatie: ‘Ze wilden de tijd die ze hadden verloren goedmaken’

Carolijn Visser In haar nieuwe boek Broers staan Carolijn Vissers vader en oom model voor het Nederland van de generatie van de Wederopbouw. „Ik bleef denken: hoe bouw je na zo’n krankzinnig avontuur een leven op? Het gaf ze een bepaalde energie, een drang om iets te maken van hun leven.”

Carolijn Visser: ,,Over je eigen familie schrijven, dat is toch vooral terugkijken. Daar was ik helemaal geen voorstander van. Maar ja, toen kwam die brief boven water.”

Elke keer als Carolijn Visser met de trein vanuit Amsterdam richting Utrecht rijdt, wat ze regelmatig doet, springt haar hart even op ter hoogte van de Delistraat, in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost. Daar, weet ze nog niet zo lang, sprong haar vader Ar Visser met zijn broer Martin, de beroemde meubelontwerper, in januari 1945 uit een rijdende trein. Daarmee ontsnapten ze, negentien en tweeëntwintig jaar oud, aan gedwongen tewerkstelling, Arbeitseinsatz, in Duitsland.

Carolijn Visser: Broers. Atlas Contact, 304 blz. € 24,99

„Ze rolden van het talud”, zegt Visser. „Het was donker, Sperrzeit, je mocht niet naar buiten. En het sneeuwde. Je kon hun voetstappen zien, ze vielen ontzettend op. De Delistraat was de eerste straat die ze inliepen. Ze belden aan op nummer 11 en daar deed iemand open.” De volgende dag begonnen Martin en Ar aan een voettocht naar hun ouderlijk huis in Papendrecht, waar hun vader een aannemersbedrijf had. Daar doken ze onder.

Het gaat bijvoorbeeld over de schaarste in de jaren na de oorlog, als Martin aan de slag gaat als meubelinkoper bij de Bijenkorf in Amsterdam. Er is weinig in te kopen, alles is schaars. De vooroorlogse slogan van het warenhuis – „de Bijenkorf heeft ’t” – is noodgedwongen veranderd in „de Bijenkorf heeft meer dan u denkt”. In Amsterdam komt Martin in aanraking met, dan nog straatarme, kunstenaars als Appel en Corneille.

Carolijns vader Ar gaat als geschiedenisleraar aan de slag op een school in Middelburg. Dat is in die tijd behoorlijk ver van Amsterdam, waar in de jaren zestig de provo’s de straat op gaan. Maar ook in Zeeland sijpelt de moderne tijd naar binnen. Ar is betrokken bij de opzet van een buurthuis voor jongeren, bij de lokale PvdA, en bij Stimezo, de organisatie die zich inzet voor vrije abortus.

CV Carolijn Visser

Carolijn Visser (1956) is vooral bekend als auteur van reisverhalen. Ze bezocht communistische en postcommunistische samenlevingen als Vietnam, Nicaragua, Estland, China en Tibet.

Ze schreef onder andere Grijs China, Buigend bamboe, Tibetaanse perziken en Vrouwen in den vreemde. In 2013 ontving Carolijn Visser de Bob den Uylprijs voor Argentijnse avonden en in 2017 de Libris Geschiedenis Prijs voor Selma. In 2019 ontving ze een eredoctoraat van de Open Universiteit.

Carolijn Visser heeft Zeeland lang geleden achter zich gelaten. In haar Amsterdamse appartement mag de verslaggever plaatsnemen op een onopvallende leren bank – géén Martin Visser. Die vindt ze wel mooi, zegt ze spontaan, maar met zo’n bank (twee rechthoeken en een metalen frame) had ze haar hele huis minimalistisch moeten inrichten, en daar voelde ze niet voor. Het appartement in een voormalig Amsterdams pakhuis staat vol objecten en afbeeldingen die herinneren aan haar vele reizen, met name door Azië en Zuid-Amerika. Carolijn Visser, die in 2017 de Libris Geschiedenis Prijs won met Selma. Aan Hitler ontsnapt, Gevangene van Mao, over een Nederlandse vrouw die in de Culturele Revolutie terechtkomt, is vooral bekend van haar vele reisboeken. In de vensterbank staat wel een paard van haar oom Carel.

Liep je al lang rond met het idee nog een keer een familiegeschiedenis te schrijven?

„Nee, eigenlijk was ik dat nooit van plan. Over je eigen familie schrijven, dat is toch vooral terugkijken. Daar was ik helemaal geen voorstander van. Ik wilde altijd vooruit, op reis, in de toekomst kijken. Maar ja, toen kwam die brief boven water.”

Een jaar of zeven geleden werd Jeroen, een van de twee broers van Visser, gebeld door een man uit Amstelveen die een brief had gevonden in de boedel van zijn onlangs overleden vader. Die woonde met zijn gezin in de Delistraat, op nummer 11. In de brief schrijft Martin Visser dat hij en zijn broer veilig thuisgekomen zijn in Papendrecht en bedankt hij voor de geboden gastvrijheid. „Wat hebben jullie ons hartelijk ontvangen.”

Vele jaren later gaf de sprong ook de aanzet tot Vissers nieuwe boek, Broers. Behalve over Martin en Ar gaat het ook over hun broer Carel, de eveneens beroemde beeldend kunstenaar, die vooral bekend is van zijn constructivistische beelden met veel metaal. Maar Broers is meer dan een familiegeschiedenis. Het is ook een geschiedenis van Nederland in de jaren van wederopbouw.

Werd er bij jullie thuis, toen je kind was, vaak over dat avontuur gepraat?

„Het was een stoer, jongensachtig verhaal. Als kinderen vonden we het machtig spannend, we luisterden er ademloos naar. We hadden wel praktische vragen. ‘Hadden jullie geen honger? Werd er op jullie geschoten?’ Maar we vroegen niet wat de ervaring met ze had gedaan. Door die brief bleek dat ik veel details helemaal niet kende. Ik had altijd gedacht dat ze ergens bij de grens uit die trein gesprongen waren. Ik zag ze ergens op het platteland lopen, maar niet in Amsterdam. Op zeven minuten van mijn huis!”

De vader van Visser wist met zijn broer in 1945 aan de Duitsers te ontkomen door uit een trein te springen. ,,Het was een stoer, jongensachtig verhaal.”

De broers waren, samen met andere mannen die waren opgepakt voor de Arbeitseinsatz, eerst met een rijnaak van Dordrecht naar Amsterdam gebracht. Daar werden ze opgesloten in een loods op het KNSM-eiland. Toen de familie in Papendrecht dat hoorde, fietsten Heleen, een zus van Martin en Ar, samen met een nichtje door de kou naar Amsterdam om de jongens van proviand te voorzien. Omdat beide vrouwen hun verpleegstersuniform aan hadden, werden ze door de Duitsers toegelaten.

Martin verveelde zich in de loods en ging op onderzoek uit. Hij vond een schuifdeur die hij kon openen. Daarachter bleek zich een groep Amsterdammers te bevinden die zich vrijwillig hadden opgegeven voor de Arbeitseinsatz. Die vertelden dat ze wisten wat voor werk ze zouden gaan doen en dat ze goed te eten kregen, wat in de Hongerwinter niet vanzelfsprekend was.

’s Nachts voegden Martin en Ar zich onopgemerkt bij de Amsterdammers. Met sigaretten die ze hadden gekregen van Heleen en hun nichtje maakten ze snel vrienden. Toen de groep vervolgens op transport werd gesteld, waren de Amsterdammers wel bereid de jongens te vertellen waar ze het beste uit de trein konden springen. Omdat het om een groep vrijwilligers ging, hielden de Duitsers minder strak toezicht.

Aanvankelijk dacht Carolijn Visser aan een kort verhaal, vooral over die sprong. Maar toen ze zich eenmaal ging verdiepen in het voorval kwam ze in een stroom door de tijd terecht die ze moest volgen, zegt ze. „Ik bleef denken: hoe bouw je na zo’n krankzinnig avontuur een leven op? Ik denk dat ze door alles wat er was gebeurd in de oorlog een bepaalde energie kregen, een drang om iets te maken van hun leven. En dat staat voor een generatie. Zeshonderdduizend mannen kwamen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland terecht. De meesten kwamen na de bevrijding, met of zonder schoenen, terug naar Nederland. Zijn kort daarna getrouwd, kregen kinderen. Ik ben van de generatie van die kinderen.”

Heb je achteraf het idee dat deze ervaring het leven heeft bepaald van je vader en zijn broers?

„Ja. Alle drie wilden ze de tijd die ze in de oorlog hadden verloren goedmaken. En ze wilden de samenleving van voor de oorlog veranderen, dat kwam er ook bij. Ze wilden iets doorbreken in het benauwde, provinciale Nederland. Mijn vader in de politiek en in het onderwijs, Carel in de kunst, en Martin met zijn meubels en door kunst te verzamelen. De oorlog was voorbij en ineens stonden ze op de rand van, ja, van wat? Ze moesten snel beslissen en iets gaan doen.”

In Broers beschrijft Carolijn Visser hoe een zondag er, voor de oorlog, uitzag in het gezin Visser. Haar vader stond vroeg op om alle schoenen te poetsen, Martin gaf de honden te eten. In hun zondagse kleren liep de familie naar de kerk, ieder met drie pepermuntjes op zak en drie stuivers voor de verschillende collecten. Haar grootvader was een gelovig man. Maar sinds hij de Beurs van Berlage had gezien, volgens Visser „een bijna religieuze ervaring”, ontwikkelde hij ook een enorme belangstelling voor architectuur en kunst. Die droeg hij over op zijn kinderen – met meer succes dan het geloof.

Martin Visser was behalve ontwerper van meubels ook een hartstochtelijk verzamelaar van kunst. Stond hij aanvankelijk in nauw contact met leden van de Cobra-beweging, nadat hij was verhuisd naar Brabant om te gaan werken voor meubelfabrikant ’t Spectrum richtte hij zijn blik op nieuwe generaties beeldend kunstenaars. Vaak kwamen die ook bij hem over de vloer, in zijn door Rietveld ontworpen villa met veel glas. Toen die woning te klein werd voor alle kunst die hij had vergaard en Rietveld inmiddels was overleden, tekende Aldo van Eyck voor een uitbreiding.

„Als kinderen gingen we ook wel zelfstandig op bezoek bij oom Martin”, vertelt Visser. „Wanneer mijn ouders zonder kinderen op vakantie gingen, werd ik daar ondergebracht. Dat was een hele ervaring. Er waren vitrines met loden objecten van Anselm Kiefer. In de tuin stond een hoge stapeling olievaten van Christo. Er was een piramide van steen van Sol LeWitt. En er stonden meubels van hemzelf. Alles was op elkaar afgestemd. En daar zat hij dan heel tevreden tussenin, mooie verhalen te vertellen.”

Het is een generatie waarover je schrijft, maar ook een boek over een familie waar je zelf uit voortkomt. Heeft het werken aan dat boek je ook iets geleerd over jezelf?

„Ja, ik denk bijvoorbeeld dat ik nu weet dat sommige dingen onontkomelijk zijn. Ik, en mijn broers en zus ook, hebben altijd ontzettend veel problemen gehad op school. Confrontaties met docenten, weggestuurd worden. Nou, dat blijkt dus al generaties zo te zijn. En die drang om iets te zoeken waarin je helemaal kunt opgaan, dat herken ik wel. Ik doe dat op mijn manier, met woorden. Mijn vader had dat met ideeën, met geschiedenis, daar wilde hij altijd alles van weten. Die eigenschap zit ook in mij. Dat ik wilde reizen werd altijd aangemoedigd. Niemand zei ‘blijf nou eens thuis’ of vroeg ‘wanneer krijg je kinderen?’.”

Je was zestien toen je in je eentje naar Polen ging.

„Je had in die tijd een idealistische stichting, Internationale Werkkampen. Die stuurde eens in het jaar een brochure met vrijwilligersprojecten in Europa, waar je je voor kon inschrijven. Dat leek mij fantastisch. Vanuit Middelburg moest ik één keer overstappen in Amersfoort, vandaar ging de trein rechtstreeks naar Poznan.”

En toen je dat voorstelde, zeiden je ouders: dat is goed Carolijn, we brengen je wel even naar het station.

„Ha, nou, zo ongeveer wel. Mijn moeder wilde wel een adres van die organisatie daar. Maar mijn ouders hadden in de oorlog zoveel gemist. Ze hadden zelf graag gereisd. Maar ze trouwden en kregen kinderen. Dat reizen wilden ze mij absoluut niet ontzeggen.”

Dat breng je ook weer in verband met de oorlog?

„Ja, eigenlijk haalde ik de tijd voor hen in.”

Je boek heet Broers, maar er waren ook zussen.

„Een van hen vluchtte voor een verloofde naar Curaçao, dus die verdween letterlijk uit beeld. Een ander woonde in Amstelveen, en daar was niet zoveel over te vinden. Ik was ook bang dat het verhaal te ingewikkeld zou worden. Maar ik schrijf natuurlijk wel over de vrouwen van de drie broers. Dat waren behoorlijk vrijgevochten vrouwen, hun tijd ver vooruit. Die hadden ook hun affaires.”

Heeft dat nog iets gedaan met je opvoeding?

„Nou, ik ben ook een kind van mijn tijd, ik ben al heel lang met dezelfde man. Al zien we elkaar soms maanden niet, omdat we ook wel onafhankelijk van elkaar reizen.”

Dit verhaal heb je dicht bij huis opgehaald. Denk je nu: ik hoef niet meer zo nodig op reis?

„Nee hoor. Ik heb nog een hele lijst van landen die ik wil bezoeken. Voor mijn volgende boek ga ik naar de pampa in Argentinië. Ik ga weer vooruit de wereld in.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next