Piaggio, het Boekenweekgeschenk van Hendrik Groen, is bij uitstek een product van een Nederland waar omwille van ‘leesbevordering’ alles maar zo gezellig mogelijk moet. De auteur gaat zo ver voor de lezer door de knieën dat hij omvalt.
is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.
Wat aardig, dacht ik bij het lezen van het Boekenweekgeschenk Piaggio van Hendrik Groen: nu heb ik eens de kans het woord gotspe te gebruiken in een bespreking.
Ergens voelt het wat makkelijk, als laaghangend fruit, om zo los te gaan op een feelgoodboekje waarvan de CPNB, de organisator van de Boekenweek, moet hebben gewéten dat het tot veel ongenoegen zou leiden. Bestsellerauteur Hendrik Groen – pseudoniem van Peter de Smet (71), die voor de gelegenheid uit de anonimiteit treedt – het geschenk laten schrijven lijkt niet alleen een keuze, maar ook een provocatie, een signaal.
Een ramp, noemde schrijver Joost Oomen deze Boekenweekauteur in radioprogramma De rode draad. ‘Is het origineel? Nee. Is het kunst? Ook niet. En kunst, echte originele, nieuwe perspectieven biedende kunst, dat hebben we als land nou net zo ontzettend nodig.’ NRC-columnist Tessa Sparrenboom stelde dat mensen moeten worden verlost van de ‘illusie dat de Boekenweek nog om literatuur draait’ en dat de CPNB er dan wel voor ‘alle lezers’ is, maar met deze keuze een grote middelvinger opsteekt naar alle schrijvers.
Groen/De Smet is bij uitstek een product van een Nederland waarin literatuur een steeds minder grote rol speelt, waar omwille van leesbevordering alles maar zo gezellig mogelijk moet. Herkenbaarheid boven originaliteit. Maar hij staat ook symbool voor een leescultuur die breder wordt, waarin meer stemmen hun ruimte opeisen dan alleen nadrukkelijk literaire.
Moet de CPNB met die ontwikkelingen meebewegen, of er juist tegen ageren? Met Piaggio speelt de organisatie wat die vraag betreft open kaart. Goede bedoelingen te over: De Smet deed zijn best op een laagdrempelig boekje. ‘Gewoon een heel lief, leuk, klein verhaaltje dat mensen even tussendoor lezen en waarvan ze denken: o, wat leuk zeg! Meer niet’, zegt de schrijver er zelf over in een interview met de Volkskrant.
Maar zelfs als je zo naar het geschenk kijkt, met wat mildheid, en met de factor ‘leuk’ in gedachten, schiet het tekort.
Meer boekenweek:
Lees ook de recensie van het boekenweekessay: In het Boekenweekessay van Doortje Smithuijsen komt zelfspot op de plaats van een kritische analyse
Piaggio gaat over de eenzame Marieke – ‘vlotte vrouw uit Almere (58). Houdt van poezen en wandelen’, probeert ze voor haar datingprofiel – en Anton, een schoenverkoper van 61 die onverwacht werkloos thuis komt te zitten. Zij wordt lastiggevallen door haar labiele, afhankelijke dochter, hij door zijn vader, een chagrijn die toch iets meer van zijn zoon verwachtte.
Peter de Smet laat beide personages, net als zijn Hendrik, een poging ondernemen toch wat van het leven te maken. Het roer om, nu het nog kan, weg van alle verstikkende familiebanden, van de, hé, daar heb je het Boekenweekthema, zeikerige generaties onder en boven hen. ‘Misschien moet ik eens beginnen met gekke dingen doen’, zegt Anton tegen zichzelf. ‘Eigenlijk ben ik een enorm saaie lul.’
De twee komen elkaar tegen op het verjaardagsfeest van hun respectievelijke buurvrouw en zus. Bacardi-cola en rosé – herkenbaar, moet gezegd – zetten deze volslagen vreemden aan tot een impulsief plan. Samen naar Italië, en vanuit daar met een rode Piaggio, een Italiaanse Canta, de Alpen over. Een jeugddroom van Anton. En een kans voor Marieke, want ook zij heeft ‘een schop onder haar twijfelkontje’ nodig.
Dat wordt wat. Obstakels te over in Piaggio, maar Marieke en Anton zijn vastbesloten hun geaarzel in Almere achter te laten. Eenmaal onderweg blijken er maar acht minuten om de overstap op Amsterdam-Zuid te halen, gelukkig heeft Marieke haar makkelijke schoenen aangedaan. Aangekomen in het land van de maffia gaan de rugzakjes uit veiligheidsoverwegingen op de buik. De Piaggio is wat te klein voor Mariekes gezonde Hollandse omvang, dat wordt ‘onontkoombaar dij aan dij’ met haar chauffeur. Wagenziekte speelt haar parten:
‘In paniek greep ze naar de plastic Albert Heijn-tas en kotste haar ontbijt eruit. Over de broodjes voor de lunch heen. Ze had de verkeerde plastic tas gegrepen, niet de lege die ze had klaargelegd.’
Veel meer dan dit wordt het niet, wat stijl en plot betreft. Toegankelijkheid en herkenbaarheid, Piaggio is duidelijk naar die waarden geschreven. De Smet gaat zo ver voor de lezer door de knieën dat hij omvalt. Dat klein-Nederlandse, het knullige, het nodigt bijna uit tot een ironische lezing van dit boekje, naar al die voorspelbare grapjes over kringverjaardagen en vrouwen met kortpittige kapsels. De kerneigenschap van deze avonturiers is onbeholpenheid – dusdanig dat ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat De Smet stiekem óók een beetje neerkijkt op deze wel heel nadrukkelijk normale mensen.
Vooral het vrouwtje moet het ontgelden. Marieke is dik (en met ‘wiebelende boezem’) en De Smet laat geen kans onbenut dat te benadrukken: Marieke wil melk én suiker in de koffie, én een sprits en ze heeft haar boterhammetjes al voor de lunch opgegeten. Ze heeft pijn in haar kont en zweet, is zo’n stereotiepe, gezellige dikke kletskous. Marieke heeft altijd wat te knabbelen bij zich. Doe nog maar wat pelpinda’s uit het tupperwarebakje:
‘Wil je met velletjes of zonder? Vroeger zeiden ze dat je van die velletjes kanker kreeg, maar daar hoor je eigenlijk niks meer over, dus dat zal wel niet meer zo zijn. Je moet het zeggen als ik te veel babbel, hè. Heb jij eigenlijk exen?’
Het geblablabla van de kapster ligt mijlenver af van het personage Hendrik Groen, dat, of je er nou van houdt of niet, toch lekker schalks is, mild spottend reflecteert op het bejaardenwezen. Intelligent ook. Anton en Marieke zijn geen ‘normale mensen’, het zijn stumpers, typetjes, naar saaie archetypen.
‘Als er een verkiezing kwam voor de gewoonste man en vrouw van Nederland zouden we allebei een goede kans maken’, concludeert Marieke.
‘Maar intussen rijden wij toch maar mooi in ons karretje in het zonnetje door Duitsland, dus wie maakt ons wat?’
Is die Piaggio dan toch krap en zweterig genoeg om de vonk tussen beiden te doen overslaan? Marieke wil immers wel weer eens lekker worden vastgehouden. De Smet werkt toe naar een wel heel koddig einde, met veel ongemakkelijke stiltes en uiteindelijk dan toch een secondelange omhelzing. Onder het mom van leuk kun je misschien met best wat wegkomen, maar heus niet met alles, bewijst Piaggio.
Hendrik Groen: Piaggio. CPNB, ter gelegenheid van de 91ste Boekenweek; 94 pagina’s.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant