CBS en RIVM melden dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2025 met 0,8 procent is gestegen ten opzichte van 2024. De toename komt vooral door hogere emissies in de elektriciteitssector, terwijl industrie en mobiliteit juist minder uitstootten. De nieuwe cijfers zijn voorlopige kwartaalcijfers, berekend volgens de IPCC-richtlijnen.
In 2025 lag de uitstoot van broeikasgassen 36 procent onder het niveau van 1990. Om het klimaatdoel uit de Klimaatwet te halen – 55 procent minder uitstoot in 2030 dan in 1990, een daling van 125 megaton CO2-equivalent – moet Nederland de komende vijf jaar gemiddeld 8,7 megaton per jaar terugbrengen. Tussen 1990 en 2024 was die gemiddelde jaarlijkse daling met 2,4 megaton aanzienlijk kleiner, terwijl de uitstoot in 2025 juist 1,2 megaton hoger was dan een jaar eerder.
De elektriciteitssector stootte in 2025 22 procent meer broeikasgassen uit dan in 2024. Dat komt door een hogere elektriciteitsproductie vanwege extra vraag uit het buitenland, vooral uit Duitsland en België. De groei van stroom uit hernieuwbare bronnen kon die extra vraag niet opvangen, waardoor de productie uit kolen met 25 procent en uit aardgas met 11 procent steeg; voor het restemissiedoel in 2030 zou de uitstoot van de sector in vijf jaar tijd ongeveer moeten halveren.
De industrie wist haar uitstoot in 2025 met 4,5 procent te verlagen, vooral door minder gebruik van aardgas en olierestgas in de chemische industrie. Toch ligt de sector nog ver af van het indicatieve doel voor 2030, dat neerkomt op een emissiedaling van ongeveer een derde ten opzichte van de huidige niveaus. Ook de mobiliteitssector stootte minder uit: 4 procent minder dan in 2024, mede door de groei van het aantal elektrische personenauto’s en een daling van het aantal benzine- en dieselwagens, terwijl richting 2030 nog een verdere reductie van circa een kwart nodig is.
Bekeken vanuit de hele Nederlandse economie, inclusief internationale lucht- en zeevaart en exclusief landgebruik, lag de CO2-uitstoot in 2025 eveneens 0,8 procent hoger dan in 2024, bij een bbp-groei van 1,9 procent. Gecorrigeerd voor het koudere weer bleef de uitstoot vrijwel gelijk. Vooral energie- en waterbedrijven en afvalbeheer stootten meer CO2 uit (+11,7 procent) door extra gebruik van steenkool en aardgas, terwijl transport door hogere brandstofconsumptie in zeevaart en luchtvaart bijna 3 procent meer uitstootte.
In andere sectoren daalden de emissies, onder meer in industrie, bouw, landbouw, huishoudens en overige dienstverlening, terwijl hun economische toegevoegde waarde juist toenam. De CO2-emissie-intensiteit van de Nederlandse economie – de uitstoot per euro toegevoegde waarde – is sinds 2015 met 34 procent gedaald tot 0,17 kilogram CO2 per euro in 2025. Na een sterke afname tussen 2015 en 2023 vlakte die daling de afgelopen twee jaar echter vrijwel af; het CBS benadrukt dat het om een eerste raming gaat die later nog kan worden bijgesteld.
Source: Fok frontpage