De enkele bult van een dromedaris kan wel veertig kilo vet bevatten.
Een dromedaris in de woestijn van de Verenigde Arabische Emiraten.
Het is een klassiek beeld: een kameel in de woestijn, dagenlang zwoegend zonder water, met zijn bult als een ingebouwde watertank. Maar hoe zit dat dan? De bult bevat immers geen water, maar vet, zoals veel mensen al weten. Hoeveel water haalt de kameel daaruit?
Eerst nog even over ‘kameel’ en ‘dromedaris’. Beide behoren tot de familie van de kameelachtigen, net zoals lama’s en alpaca’s. Kameel en dromedaris vormen samen het geslacht van de kamelen. De eenbultige Camelus dromedarius, oftewel dromedaris, leeft van oorsprong in woestijnen in Afrika en het Midden-Oosten. De tweebultige C. bactrianus, voluit de bactrische kameel, komt van de steppen van Centraal-Azië. De beroemde lastdieren die je associeert met hitte, piramiden en een bekend sigarettenmerk, zijn dus dromedarissen. Maar in de volksmond heten ze vaak gewoon kameel, wat korter en krachtiger is, en dus niet fout. Alleen niet heel specifiek.
Hoe dan ook, de enkele bult van de ‘dromedariskameel’ kan maximaal 40 kilo bevatten. Bij de afbraak van vet tijdens de stofwisseling komt ongeveer 1,07 gram water per gram vet vrij. Dat water ontstaat doordat waterstof uit het vet tijdens de verbranding reageert met ingeademde zuurstof. De de complete verbranding van zo’n maximale bult levert dus zo’n 40 liter water op.
Maar de afbraak van dat vet gaat heel langzaam. Als een kameel geen voedsel of water krijgt, verliest hij dagelijks ongeveer 5 tot 6 kilo – maar dat zit hem grotendeels niet in vetverbranding maar in vochtverlies uit het hele lichaam. De kameel haalt dus lang niet genoeg water uit zijn bult om daarvoor te compenseren. Dat blijkt ook wanneer de kameel vervolgens weer ‘bijtankt’. Dan drinkt hij al gauw zo’n 110 liter water binnen 10 minuten. De vochtbalans van een kameel schommelt dus veel meer dan alleen wordt verklaard door het vetmetabolisme in de bult.
Waar slaat de kameel al dat water dan op? In eerste instantie in zijn enorme maag. Kamelen hebben niet meerdere magen, zoals koeien en schapen, maar wel verschillende maagkamers. De eerste daarvan, de pens, bevat een complex systeem van plooien. Die kunnen een deel van het water tot ruim een halve dag vasthouden voordat het via de darmen wordt opgenomen in het bloed.
Voor mensen en de meeste andere zoogdieren is liters water drinken ongezond. Bij ons komt het al snel via de darmen in het bloed terecht. Onze nieren kunnen het niet snel genoeg afvoeren. Daardoor kunnen we hersenoedeem krijgen, en ons bloed wordt te waterig. Dat laatste is gevaarlijk omdat onze rode bloedcellen dan kunnen gaan opzwellen. Dat komt door osmose: water verplaatst zich door het celmembraan richting de hoogste concentratie opgeloste stoffen. De rode bloedcellen kunnen soms zelfs knappen.
Kamelen hebben van dat alles geen last. Bij hen komt het water dankzij de complexe maag immers langzamer in het bloed terecht. Daarnaast hebben zij ovale rode bloedcellen, die heel elastisch zijn en sterk kunnen opzwellen zonder te barsten.
Kamelen gaan ook nog eens heel zuinig met hun water om. Ze zweten weinig, en hun nieren en darmen zijn extreem efficiënt in het terugwinnen van water en het concentreren van urine. Zo verbruiken ze onder hete omstandigheden maar enkele tientallen liters water per dag en kunnen ze makkelijk ruim een week zonder water. De héle kameel is dus een watertank – lang niet alleen zijn vetbult.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin