Home

Hoge olieprijzen dwingen Donald Trump tot een exitstrategie uit de Iranoorlog

De scherpe stijging van de olieprijzen als gevolg van de oorlog in Iran kan de Amerikaanse president Donald Trump in de problemen brengen in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen. Dat lijkt hij te erkennen, maar een exitstrategie is niet voorhanden.

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, Europa en de Transatlantische betrekkingen.

Bij Donald Trump lijkt enige vorm van besef in te dalen dat de oorlog in Iran als een boemerang kan terugslaan op de Republikeinse campagne voor de tussentijdse verkiezingen in november. Na twaalf dagen is de militaire interventie zonder door hem of Benjamin Netanyahu geformuleerd einddoel, op weg te ontaarden in een wereldwijde energiecrisis en een moeilijk beheersbaar geopolitiek conflict.

Trump hult zich sinds maandag in een nevel van (zelfs voor hem ongekende) vaagheid over de termijn waarop de militaire campagne in Iran eindigt. Afgelopen weekend schreef hij nog stellig op Truth Social dat de dure olie tijdelijk is en ‘een lage prijs’ voor het volgens hem doorslaande militaire succes in Iran.

Oorlog ‘vrijwel klaar’

Maar maandag, nadat de prijs voor een vat ruwe olie de 120 dollar had aangetikt, een niveau dat voor het laatst werd gehaald na de Russische invasie in Oekraïne in 2022, zei Trump in een telefonisch interview met CBS News dat de oorlog ‘vrijwel klaar’ was. ‘Niet deze week al, maar ik denk wel snel. Heel snel.’

Die opmerking vertaalde zich direct in een lichte daling van de olieprijs, die Trump een paar uur later weer teniet deed tijdens een persconferentie in Florida die juist bedoeld was om de gemoederen over de mogelijk verstrekkende gevolgen van het conflict te bedaren. Gevraagd naar een mogelijk snel einde aan de oorlog zei Trump daar dat de VS in Iran al ‘op veel manieren hebben gewonnen, maar nog niet genoeg’.

Wat ‘gewonnen’ inhoudt, definieerde Trump ook nu niet – de Amerikaanse oorlogsdoelen bevinden zich ergens op de lijn tussen het vernietigen van Irans nucleaire potentieel en een volledige vervanging van het regime. De onduidelijkheid daarover is een van de redenen dat de steun van de Amerikaanse bevolking voor de militaire acties met 41 procent historisch laag is, vergeleken met de eerste weken van vorige conflicten, zo blijkt uit verschillende peilingen. Toen president George Bush jr. in 2001 Afghanistan binnenviel, stond 92 procent van de bevolking achter hem, twee jaar later in Irak was dat 76 procent.

Ideologische hardliners

Vanaf het begin strijkt de oorlog tegen Iran, kort na de militaire actie in Venezuela, in tegen haren en verkiezingsbeloftes van een meerderheid van ideologische hardliners binnen de Republikeinse partij, met vicepresident JD Vance als hun belangrijkste vertegenwoordiger. Nu komen daar concrete zorgen over de tussentijdse verkiezingen bij, die ook gedeeld worden door meer gematigde Republikeinen.

Ook Amerikaanse burgers beginnen de stijgende benzine- en dieselprijzen te voelen. En juist een lage prijs aan de pomp was de basis van Trumps betoog dat de kosten van het dagelijks leven er tijdens zijn presidentschap op vooruit zijn gegaan, ten opzichte van de Joe Biden-jaren, al voelen veel Amerikanen dat absoluut niet zo.

Het moment dat de oorlog eindigt, zal dus niet worden bepaald door de behaalde doelstellingen, maar door hoeveel politieke pijn en interne kritiek Trump kan verdragen, voorspellen Amerikaanse analisten. Maar als de president inderdaad eerdaags eenzijdig het einde van het conflict aankondigt en de winst claimt, betekent dat niet dat de oorlog echt ophoudt. De Iraanse veiligheidschef Ali Larijani bedreigde Trump dinsdag op sociale media (nog maar eens) met de dood. En vertegenwoordigers van het regime lieten aan CNN weten dat er wat hen betreft op dit moment ‘geen ruimte is voor diplomatie’.

Als de VS binnenkort stoppen met bombarderen, schrijft de Iraans-Zweedse analist Trita Parsi op X, dan blijft Iran achter als militair en economisch verzwakt land met een zo mogelijk nog radicalere leider dan het had. Parsi, verbonden aan de Stockholm School of Economics, vreest dat opperste leider Mojtaba Khamenei er daarom voor zal kiezen om door te gaan met het bestoken van doelen in Israël en de Golfstaten zolang Iran daartoe de mogelijkheid heeft. Want de oorlogsdoelen van Iran zijn in tegenstelling tot die van de VS wel duidelijk; zoveel mogelijk schade veroorzaken in Israël, en de Amerikaanse machtspositie in de regio proberen te ontwrichten. Daarom zal Iran ook niet vanzelfsprekend de straat van Hormuz weer openen, omdat een blokkade de Amerikanen in het economische hart raakt.

‘Regime-aanpassing’

Twee maanden geleden, in Venezuela, verklaarde Trump de militaire ingreep voor beëindigd en de overwinning voor behaald toen hij Delcy Rodríguez, voormalig secondant van de ontvoerde Maduro, in het zadel had geholpen. Jeremy Shapiro, analist bij de European Council on Foreign Relations, muntte voor deze strategie de naam ‘regime-aanpassing’ in plaats van regime change. Maar in Iran lijkt er geen Delcy te vinden. Of, zoals Trump het vorige week uitdrukte: ‘Iedereen die we in gedachten hadden is dood.’

Bij schijnbaar gebrek aan een exit-strategie – minister van Oorlog Pete Hegseth sprak dinsdag schijnbaar tevreden over ‘de dag van de meest intense bombardementen tot nu toe’ – lijken Trump en zijn ministers nu vooral gericht op het sussen van de oliepaniek en het vinden van onorthodoxe manieren om verdere prijsstijgingen te voorkomen.

Hegseth bracht militaire escortes van Amerikaanse tankers in het spel – militair gezien hoogst riskant. Trump opperde in de persconferentie het verlichten van de sancties tegen ‘zekere landen’ om aan olie te komen. Hij noemde geen namen, maar het was duidelijk dat hij het over Rusland had wat dus indruist tegen de met de EU gemaakte afspraken over Oekraïne. Gevraagd naar zijn samenvatting van de persconferentie zei de Democratische leider Chuck Schumer na afloop: ‘Trump heeft geen idee.’

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next