Home

Wereldrecords, ophef en grootheden met pensioen: dit was het afgelopen schaatsseizoen

Het olympische schaatsseizoen was veelbewogen: dat begon al met een onverwacht wereldrecord van een relatief onbekende Fransman. Er was flinke ophef, er was groot succes en het eindigde met het afscheid van meerdere grootheden.

zijn sportverslaggevers van de Volkskrant.

Wereldrecords

De gil van Timothy Loubineaud klonk langgerekt en hard op 14 november 2025. Iedere schaatsfan weet: wordt er op de hooglandbaan van Salt Lake City geschaatst, dan is er kans op wereldrecords. Maar niemand die bij de aftrap van het internationale seizoen een record van Loubineaud had verwacht. De Fransman, afkomstig uit een land zonder 400 meterbanen, schaatste op de 5.000 meter naar 6.00,23 en kon het zelf niet geloven.

Dat record bleef bijna tweeënhalve maand staan. Vlak voor de Olympische Spelen schaatste Sander Eitrem in Inzell de generale repetitie die hij wilde: als eerste man onder de 6 minuten, met 5.58,52. Het bleek later de opmars naar zijn olympische titel.

Ook bij de vrouwen werd een individuele recordtijd aangescherpt. Femke Kok schaatste – minder verrassend, zij is inmiddels al een paar jaar de onbetwist snelste vrouw van het circuit – naar een nieuwe mondiale tijd op de 500 meter. Indrukwekkend was wel de hap die ze van de oude toptijd wist te halen: haar 36,09 is bijna drie tienden sneller dan het record dat twaalf jaar op naam van Lee Sang-hwa stond.

Ophef

Turbulent, enerverend, beladen: dit olympische schaatsseizoen stond elke beslissing onder hoogspanning en werd, mede door sociale media, veel drama uitvergroot. Kjeld Nuis en bondscoach Rintje Ritsma kregen digitale doodswensen toegestuurd na een beslissing die zij niet hadden genomen.

Er was deze winter ophef over allerhande zaken en dat begon een paar weken voor het gevreesde olympisch kwalificatietoernooi (OKT) dat eind december plaatsvond. Nuis hekelde het gebrek aan beschermde statussen voor Nederlands succesvolste schaatsers van de voorgaande maanden. Ook al is het selectiesysteem al jaren bekend, en bepaald na inspraak van ploegen en schaatsers.

Joy Beune, regerend wereldkampioen, maakte een misslag op de 1.500 meter op het OKT en greep naast de olympische startbewijzen op haar favoriete afstand. Tim Prins viel buiten de olympische selectie, nadat Marcel Bosker werd aangewezen voor de olympische ploegenachtervolging en daardoor de startplekken op waren. Dramatisch voor Prins, het 22-jarige talent uit de Reggeborghploeg.

De selectiecommissie van schaatsbond KNSB schatte de medaillekansen met een versterking op de ploegenachtervolging hoger in, voor veel fans woog de teleurstelling van Prins zwaarder en dit werd Ritsma, geen lid van de selectiecommissie, vervolgens verweten. Dat Nuis door die beslissing ook een startbewijs op de 1.500 meter kreeg, kwam de schaatser op kritiek te staan.

De ophef over het OKT langebaan was nog niet voorbij toen Suzanne Schulting onderwerp van discussie werd: de meervoudig olympisch shorttrackkampioene die zich de voorgaande periode vooral op de langebaan richtte, wenste in Milaan op beide disciplines uit te komen. Zij opteerde voor een startplek bij de selectiecommissie van het shorttrack, en kreeg die uiteindelijk op de 1.500 meter toebedeeld.

Er was in Milaan veel te doen om Joep Wennemars, op de kruising van de 1.000 meter gehinderd door de Chinese schaatser Lian Ziwen. Onrecht in de sport die doorgaans vaak zo eerlijk lijkt, met een klok die de sterkste aanwijst. En toen Bosker niet werd opgesteld voor de finale van de olympische ploegenachtervolging, voelde dat voor fans van Prins wederom als onrecht.

Oudjes en jonkies

Nog nooit was het leeftijdsverschil tussen twee olympische schaatskampioenen zo groot als in Milaan. 20 jaar en 130 dagen schelen Jorrit Bergsma, de winnaar van de olympische massastart, en 10 kilometerkampioen Metodej Jílek.

Die bandbreedte qua leeftijd zegt iets over het moderne schaatsen. Lang was de topsport sowieso een aangelegenheid voor eind-twintigers en soms begin-dertigers. Maar dat is veranderd. Jonge talenten worden sneller herkend, krijgen in jongere leeftijdscategorieën al betere begeleiding en ervaren een minder grote kloof tussen de junioren- en seniorenjaren.

Dat geldt voor Jílek, die met zijn 19 jaar de jongste olympisch schaatskampioen sinds 1984 was. Maar ook voor een man als Finn Sonnekalb, die vorige week zijn 19de verjaardag vierde, maar de hele winter al serieus kon meekomen op de 1.000 en 1.500 meter. De Duitser volgt daarin het spoor dat Jordan Stolz vier jaar geleden inzette.

Tegelijkertijd blijkt dat een schaatscarrière na het 30ste levensjaar geen aflopende zaak is. Sterker nog, Bergsma bewees dat 40 nog jong genoeg is voor goud. Daarnaast greep de 35-jarige Francesca Lollobrigida in Milaan tweemaal een olympische titel, en reed de Canadese achtervolgingsploeg met Isabelle Weidemann (30), Ivanie Blondin (35) en Valérie Maltais (35) naar goud. De laatste twee pakten, evenals Miho Takagi (31) en Kjeld Nuis (36), ook een individuele olympische medaille.

De hogere leeftijd van de podiumklanten is het gevolg van voortschrijdende trainingsinzicht. Topsporters worden minder afgebeuld dan vroeger, er wordt door trainers veel meer maatwerk geleverd. Zo weten ook veel schaatsers hun lijf langer in topconditie te houden en is leeftijd steeds meer een relatief begrip gebleken.

De nieuwe Heiden?

Eric Heiden zag in Jordan Stolz een jonge versie van zichzelf, vertelde de voormalige schaatser tijdens de Winterspelen van Milaan. Beiden groeiden op in Wisconsin, beiden leerden schaatsen op een vijver bij hun huis en beiden zetten de norm in het langebaanschaatsen. De vijfvoudig olympisch kampioen van 1980 trok de vergelijking toen Stolz de 500 en de 1.000 meter had gewonnen.

Misschien is het oneerlijk om een man die op de Spelen twee gouden plakken scoorde en daarnaast zilver pakte op de 1.500 meter, iets anders dan lof toe te zwaaien. Maar toch. De winter van Stolz viel ietwat tegen. De jonge Amerikaan had door zijn rijden de afgelopen jaren, maar ook door de ambities die hij uitsprak, de lat op grote hoogte gelegd. Een hoogte die hij, ondanks die dubbele olympische zege, net niet haalde.

Bijna onverslaanbaar was Stolz in de jaren na de Winterspelen van Beijing, al leed hij vorig jaar na een combinatie van een long- en keelontsteking een gevoelig verlies op de WK afstanden. Hij raakte zijn titels op 500, 1.000 en 1.500 meter kwijt. Maar deze winter leek hij weer helemaal terug. Hij duldde in de wereldbeker op de 1.000 en 1.500 meter geen enkele tegenstand.

Juist in Milaan werd hij op de koningsafstand voor het eerst deze winter verslagen. Door Ning Zhongyan. De Amerikaan was vol lof over de snelle tijd van de Chinees. Maar in Stolz’ eigen rijden leek ook wat slijtage opgetreden. En dat beeld werd nog verder uitvergroot bij de WK sprint en allround van afgelopen weekend in Heerenveen.

Stolz ging voor de dubbel. Hij wilde eerst het sprintkampioenschap winnen en daarna zijn allroundtitel verdedigen. Hij wilde Heiden ook in dat opzicht achterna. Die won in 1977, 1978 en 1979 beide wereldtitels – al werden de toernooien destijds niet direct achter elkaar gereden, maar met minstens een week ertussen. Anders dan het lot van Stolz, die in Heerenveen afgelopen week vier dagen achtereen in actie kwam.

De Amerikaan kon bij het sprinten echter niet op tegen de snelheid van Jenning de Boo en had onvoldoende uithoudingsvermogen om het podium van het allroundkampioenschap te halen. Is hij toch niet de nieuwe Heiden. Of in elk geval nog niet.

Schaatsgrootheden met pensioen

Dit is het jaar van het afscheid van meerdere vrouwelijke schaatsiconen. 23 jaar geleden stapte Martina Sáblíková voor het eerst in haar leven van het ijs in een vol Thialf en zei: ‘Ik schaats hier nooit meer.’ Al dat publiek en het geluid dat gemaakt werd, was voor de op dat moment pas 15-jarige Tsjechische beangstigend.

Ze zou in de jaren die volgden allerlei records verbreken. Ze zou Ireen Wüst met regelmaat dwarszitten, ze zou andere schaatsers inspireren met een nieuwe techniek: zij maakte altijd gemiddeld twee bochtpassen meer dan ieder ander. Vaak verlengde Sáblíková haar bocht met nog zo’n dertig meter op het rechte stuk. Het was uit nood geboren. Rechtdoor schaatsend was ze minder sterk.

De aanpak bleek ideaal voor de tengere Sáblíková . Ze verzamelde onder meer 3 olympische titels en 21 wereldtitels. Afgelopen weekend stapte ze voor de laatste keer in haar carrière op het ijs van Thialf. Bewust voor een vol stadion, waar ze van had leren genieten. Naast haar, zwaaiend, de Japanse Miho Takagi. Een andere schaatsgrootheid van de afgelopen twintig jaar.

Takagi is de beste Japanse olympiër ooit, met een recordaantal van tien medailles, waarvan twee gouden. Ze was de afgelopen jaren een van de grootste concurrenten van Jutta Leerdam en Joy Beune. Haar wereldrecord, geschaatst op de 1.500 meter in 2019 (1.49,83) staat nog steeds. Datzelfde geldt voor het wereldrecord van Brittany Bowe, een andere vrouw die geruime tijd domineerde in het schaatsen. Bowe hing al direct na Milaan haar schaatsen aan de wilgen.

Ondertussen is de toekomst van twee andere grande dames in het schaatsen onzeker. Francesca Lollobrigida, de Italiaanse die in haar thuisland vorige maand twee keer olympisch goud binnensleepte, richt zich vanaf nu op gezinsuitbreiding. Of ze daarna terugkeert in de sport weet ze nog niet.

En wat doet Jutta Leerdam, nu ze met winst van de olympische 1.000 meter haar grote doel heeft bereikt en een andere wereld en ander werelddeel lonkt? Zij wil haar verloofde, de Amerikaan Jake Paul, vaker zien. De vrouw met miljoenenvolgers op sociale media denkt de komende maanden in Puerto Rico, woonplaats van Paul, over haar toekomst.

De toekomst

Nederland eindigde als derde in het olympisch medailleklassement. Het was een ongekend goede score met tienmaal goud. De helft daarvan kwam van de shorttrackbaan en de andere helft van de langebaan. Dat is een kentering. Voorheen was het langebaanschaatsen de kurk waarop de Nederlandse olympische successen dreven.

In veel opzichten staat het Nederlandse schaatsen er goed voor. Neem de enorme sprong die de vrouwelijke sprinters hebben gemaakt en bestendigd met niet alleen de olympische titels van Femke Kok en Jutta Leerdam op de 500 en 1.000 meter, maar ook het compleet Nederlandse podium bij het mondiale sprintkampioenschap.

Tegelijkertijd hebben de Nederlandse mannen de aansluiting op de langere afstanden verloren. Nul Nederlandse schaatsers op het podium na de olympische 5 kilometer, nul Nederlanders op het podium van het WK allround. In beide gevallen was dat sinds de jaren tachtig niet meer voorgekomen. Een kentering lijkt nog niet in zicht.

Het commerciële model dat voor velen de verklaring was van de enorme schaatssuccessen die deze eeuw werden geboekt, met de Winterspelen van Sotsji als hoogtepunt, blijkt niet zaligmakend. Jac Orie, die sinds de Spelen van 2002 elke editie een kampioen afleverde, zag in Milaan niemand uit zijn ploeg op het podium.

Daarbij zorgt het versnipperde schaatslandschap met alle losse merkenteams voor voortdurende teleurstelling op de ploegenachtervolging. Rintje Ritsma trad vier jaar geleden aan met de belofte dat hij dit onderdeel vlot zou trekken. Hij zou een bondscoach worden die ‘commitment’ verwachtte van de rijders, maar die uiteindelijk ook vastliep in het moeras van botsende belangen en selectieregels.

Het is de vraag of Ritsma door gaat als bondscoach – zijn contract loopt tot en met deze winter – maar het blijft ook gissen of er een oplossing te vinden is voor de ploegenachtervolging. En of de selectiesystematiek, met het olympisch kwalificatietoernooi en het jongleren met aanwijsplaatsen, toekomstbestendig is op weg naar de volgende Winterspelen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next