Het Israëlisch offensief in Libanon begint steeds meer parallellen te vertonen met de oorlog in Gaza: honderdduizenden mensen zijn al op de vlucht gedreven, Beiroet wordt dagelijks geteisterd door bombardementen. Of diplomatie nog iets kan uitrichten, is een open vraag.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
De geschiedenis herhaalt zich nooit op exact dezelfde wijze. Toch zijn de parallellen tussen Israëls oorlogen in Gaza en Libanon groot. In beide gevallen is de vijand geen staat maar een gewapende groepering: respectievelijk Hamas en Hezbollah. In beide gevallen luidt het doel ‘vernietiging’ dan wel ontwapening. En in beide gevallen worden burgers zonder scrupules door het Israëlische leger gedood en met honderdduizenden tegelijk verdreven.
Als Gaza het voorbeeld is, dan staat Libanon een huiveringwekkende periode te wachten, met een grootscheepse Israëlische grondinvasie in het verschiet. In delen van het zuiden lijkt die invasie al begonnen.
Bij de grensdorpen Odaisseh en Aitaroun werd de voorbije dagen zwaar gevochten tussen Hezbollah en het Israëlische leger. Zondag vielen daarbij twee Israëlische legerdoden, de eerste van deze oorlogsronde. Intussen wordt zuidelijk Beiroet dagelijks bedolven onder bombardementen, waardoor het Libanese dodental is opgelopen tot boven de 400.
Of diplomatie te midden van al dit wapengekletter nog iets kan uitrichten, is een open vraag. Als oud-kolonisator van Libanon neemt Frankrijk vaak het voortouw. Vorige week bood president Emmanuel Macron in een telefoongesprek met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu aan te bemiddelen, maar dat werd terzijde geschoven. Ook Hezbollah wees het Franse voorstel (met in de tekst naar verluidt óók de ontwapening van de militie) van de hand.
Toch is de hoop op een doorbraak niet helemaal opgegeven. De oorlog is – hoe cynisch ook – nog jong. Maandag verklaarde de Libanese president Joseph Aoun dat zijn regering bereid is tot directe onderhandelingen met Tel Aviv, al zullen daarvoor eerst de bombardementen moeten stoppen. Afgelopen december werd zo’n gespreksronde ook geprobeerd; om te vermijden dat het zou lijken op diplomatiek contact (de landen zijn sinds 1949 formeel in oorlog), stuurden beide partijen toen een ‘civiele’ vertegenwoordiger.
Op papier willen Libanon en Israël hetzelfde, namelijk een ontwapend Hezbollah. De Israëlische progressieve krant Haaretz publiceerde afgelopen weekend een commentaar met daarin de oproep om met Beiroet samen te werken. Het alternatief is vermoedelijk een heilloze, semipermanente oorlog.
Tussen 1982 en 2000 verkeerde Zuid-Libanon ook al onder Israëlische bezetting, en dat was bepaald geen succes. De bezetting bezorgde Hezbollah de ideale omgeving voor een guerrillaoorlog, culminerend in een zeldzaam verlies voor Israël en een vernederende militaire terugtrekking.
De kans dat Netanyahu’s regering onder de huidige omstandigheden gaat onderhandelen, is echter miniem. Hezbollah oogt zwakker dan het in veertig jaar tijd geweest is, en dus denkt Israël ‘de klus te kunnen klaren’. Het ruikt een kans, en dat heeft alles te maken met de regionale krachtsverhoudingen.
Door de strijd op leven en dood die het Iraanse regime (Hezbollah’s belangrijkste bondgenoot) in Teheran momenteel moet voeren en de val van het Syrische regime van dictator Bashar al-Assad (bondgenoot nummer twee), eind 2024, staat Hezbollah er min of meer alleen voor.
Wat het Israëlisch tactisch plan is, is voorlopig onduidelijk, maar hun handelen wijst op ‘overmoed’, zegt Nadim Houry, directeur van denktank Arab Reform Initiative. ‘Ze lijken te denken: we bezetten een strook van 15 à 20 kilometer, waarin we alle dorpen verwoesten. Vervolgens dwingen we de Libanese regering een vredesakkoord te tekenen op onze voorwaarden’, iets wat in elk geval zou moeten neerkomen op de erkenning van de staat Israël.
Zo’n scenario acht Houry een garantie voor alleen maar meer instabiliteit. Eind jaren zeventig viel Israël Libanon voor het eerst binnen, destijds om de Palestijnse bevrijdingsorganisatie (PLO) te verdrijven. Dat lukte, maar Israël kreeg er Hezbollah voor terug. ‘Nu geldt hetzelfde. Ook al houdt Hezbollah in de huidige vorm wellicht op te bestaan, dan nog zal een nieuwe bezetting leiden tot verzet, wellicht met bomaanslagen of kidnappings.’
Een ander probleem is dat Israëls motieven niet vertrouwd worden. In Netanyahu’s regering zitten tal van extremisten die geregeld fantaseren over een ‘Groot-Israël’ dat delen van Libanon, Syrië, Jordanië en Irak omvat. Trumps ambassadeur in Jeruzalem, Mike Huckabee, gaf er recent zijn zegen aan (hij zei nadien verkeerd begrepen te zijn). Een enkeling handelt er al naar: eind 2024 werd een Israëlische amateurarcheoloog door Hezbollah gedood, nadat hij met een Israëlische brigade zuidelijk Libanon was binnengetrokken om graafwerk te verrichten.
Pas als Libanons eigen voorwaarden worden meegenomen in een wapenstilstand, zo benadrukt Houry, is stabiliteit mogelijk. Libanon zou de kans moeten krijgen om zelf een nieuw politiek model te bouwen waar ook de sjiitische gemeenschap (ruwweg een derde van de Libanezen), doorgaans Hezbollah’s achterban, iets aan heeft. Het land zal er hoe dan ook jaren voor nodig hebben. Honderdduizenden sjiieten zijn door de oorlog op drift geraakt, en kunnen niet terug naar hun verwoeste dorpen.
Toch neemt ook binnen de sjiitische gemeenschap de steun voor Hezbollah af. Toen de Libanese regering vorige week Hezbollah’s militaire activiteiten in de ban deed, stemden twee sjiitische ministers daarmee in. Het waren kopstukken uit de stal van de sjiitische Amal-partij, geleid door parlementsvoorzitter Nabih Berri, één van ’s lands machtigste mannen. Tussen hem en Hezbollah is steeds meer verwijdering ontstaan.
Tegelijk blijft ontwapening van Hezbollah een taaie klus voor het zwakkere Libanese leger. Legerleider Rudolph Haykal zou volgens mediaberichten gezegd hebben dat zo’n confrontatie – Libanees tegen Libanees – een garantie is voor een ‘bloedbad.’ Zo blijft het land achter met uitsluitend slechte opties. Welke het wordt, is nu nog niet te zeggen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant