Home

Bij de boeren besef je pas waarom het leven gaat zoals het gaat

Tijdens een wandeling door de polder sprak ik een oude boer. Hij klaagde over de grauwe ganzen die de weilanden kaal vraten en soms niet afgeschoten mochten worden. De nieuwe tijd van milieubeschermers stond hem tegen. „Het zijn stadsbewoners, die niets van de natuur begrijpen”, zei hij.

Die boer deed me denken aan Max, de bejaarde hoofdpersoon uit de roman Door de sneeuw van de Duitse schrijver Tommie Goerz. In dat boek, dat over niets en tegelijkertijd over alles gaat, wordt amper iets gevraagd of gezegd. Het boerendorp waar het zich afspeelt wordt bewoond door even bejaarde boeren en boerinnen. Een van hen, Schorsch, is onverwacht gestorven. Iedereen haalt er zijn schouders over op. De dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan.

Max, die Schorsch zijn hele leven heeft gekend, haalt herinneringen aan hem op waarin het hele dorp voorbijkomt. Het levert het ene na het andere verhaal op over een verstilde boerengemeenschap met eeuwenoude tradities, die zich afsluit voor de moderne tijd.De dorpelingen houden een wake bij de thuis opgebaarde Schorsch. De mannen komen overdag, de vrouwen ’s nachts. Ze vertellen elkaar over vroeger, alsof de ban op het zwijgen uit eerbied voor de dode is opgeheven.

Zo zette een vroegere burgemeester nieuwbouw op zijn land neer en werd hij schatrijk. Hij kocht een Mercedes en een duur horloge en ging in de stad naar de hoeren. Toen zijn vrouw daarachter kwam, schopte ze stennis om daarna spoorloos te verdwijnen. Ook kom je te weten dat de jongste zoon van Schorsch zich in zijn Opel Kadett heeft vergast na een blauwtje te hebben gelopen en diep in de schulden te zijn geraakt.

En dan is er nog die man uit de nieuwbouwwijk, die pas werd geaccepteerd nadat hij een ontsnapte zeug had helpen vangen. Of neem de dorpsagent, die zijn kroegvrienden bekeurde toen ze na cafébezoek tegen de kerkmuur stonden te pissen, terwijl hij dat ook zelf deed. Maar omdat hij bij het kaarten had verloren, schreef hij die bekeuring uit.

Als de mannen worden afgelost door de vrouwen, blijft Max bij Schorsch waken. Er wordt nu gezongen. Ineens kruipt vrolijkheid het dorp binnen. „Met de vrouwen om hem heen was het anders dan met de mannen. Dan kon hij anders zijn”, schrijft Goerz. Die woorden verlenen Max’ zwijgzaamheid iets tragisch. Alsof hij ineens over de liefde mag nadenken en zijn zachte kant kan uiten. Gelukkig houdt hij nog het meest van motoren, waarin hij een zachtheid herkent. Het is een fraaie vorm van zelfbescherming.

Natuurlijk kent het dorp ook zijn angsten en bijgeloof. Voor vluchtelingen uit Afrika bijvoorbeeld, of voor een roodharig kind dat door zijn boeren ouders verborgen wordt gehouden omdat zijn haarkleur een teken van de duivel is. Naarmate Max meer over zulke geheimen vertelt, begint het dorp steeds meer op een reservaat van wezenlijke emoties te lijken. Dat de inwoners een voor een en soms op een vreemde manier sterven is dan ook goed. Het leven gaat nu eenmaal zoals het gaat. Dat is altijd zo geweest.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next