Vincent Munier | natuurfilmer Samen met zijn vader en zijn zoon maakte de Franse filmmaker Vincent Munier een documentaire over de natuur in de Vogezen. „Mooier had ik de circle of life zelf niet kunnen verbeelden.”
Beeld uit de documentaire Whispers in the woods.
Periscoop film, Vincent Munier, 93 minuten. In enkele gevallen vindt er na afloop een nagesprek plaats met sprekers vanuit Vogelbescherming.
Een gevecht tussen twee edelherten, zó dichtbij dat je als vanzelf je adem inhoudt – straks horen ze je nog. Oog in oog, bijna neus aan neus met een lynx – de scherpe nagels al bijna in je vel te voelen. En dan het auerhoen, die in close-up verandert in een oerdier. Die dinopoten, die rauwe roep… „Een totemdier”, zoals de vader van de Franse natuurfilmer Vincent Munier hem omschrijft. Voor hem was de ontmoeting met het auerhoen een levensveranderende ervaring.
De vader en de vogel: allebei spelen ze een hoofdrol in Muniers nieuwste natuurdocumentaire Whispers in the Woods. Waar hij eerder de Himalaya introk, voor zijn bekroonde sneeuwluipaardenfilm The velvet Queen, blijft hij ditmaal dichter bij huis. Samen met zijn vader Michel en zoon Simon trekt hij de besneeuwde bossen van de Vogezen in. En sneeuw, dat weet iedere Munier-adept, is altijd garantie voor adembenemende beelden. Net als wolken, nevelsluiers en ochtendschemer.
Geen natuurfilmer weet de wilde natuur zó dichtbij te brengen als Vincent Munier. Begonnen als fotograaf brengt hij al dertig jaar de schoonheid van de wereldwijde natuur in beeld. Dat hij dat van geen vreemde heeft, blijkt uit Whispers in the Woods: vader Michel sprong in de jaren zeventig al op de bres voor het auerhoen, de ‘tetra’ zoals de Fransen hem noemen. De vogelsoort kwam sinds de laatste ijstijd voor in de Vogezen, maar dreigt nu definitief het loodje te leggen door toedoen van de mens. En zo is er door de jaren heen wel meer veranderd in de thuisnatuur van de drie Muniers.
Die shifting baselines worden slechts terloops genoemd in de film, maar impliciet zijn ze overal aanwezig: in de beelden van overvliegende vliegtuigen, in de reis die Michel, Vincent en Simon naar Noorwegen maken, de tetra achterna. Toch overwint het optimisme: achter de prachtige wolkenluchten die Munier filmt, is altijd een streepje zon te zien. Hij geeft de biodiversiteitscrisis urgentie, niet door te focussen op wat is verdwenen maar door de schoonheid te laten zien van dat wat er wél is. Een sneeuwlandschap dat oogt als een pointillistisch schilderij, een zanglijster die zijn uitgebreide repertoire zingt, de eerste vlucht van een jonge kuifmees die er met zijn punkkapsel (volgens opa) „net zo uitziet als Simon in de ochtend”.
Een hoofdrol is weggelegd voor het dode hout in de bossen. Holle bomen die een thuis vormen voor spechten, eekhoorns en olijke uiltjes, jonge sparren die wortelen in de vergane resten van hun voorouders. „Wij zijn in wat vergaat”, zegt vader Michel, die sowieso vol levenswijsheden zit. Of zoals hij zijn kleinzoon leert tijdens hun tocht door Noorwegen: „Als je wilt dat je huis lekker naar hars ruikt, leg dan wat gedroogde auerhoenpoep onder de radiator.”
De zon schijnt als Vincent Munier (49), in gezelschap van tolk Tim, de Amsterdamse Herengracht opstapt. Tevreden kijkt hij naar de iepen en de blauwe lucht. „Altijd goed om buiten te zijn.” Om direct daarna noodgedwongen te zwijgen – er vliegt een lawaaierig vliegtuig over. Maar ook dat is hij wel gewend. Tijdens het filmen van Whispers in the Woods maakte hij met vader Michel en zoon Simon (inmiddels 15) ook geluidsopnames, die geregeld onderbroken moesten worden vanwege het luchtverkeer. „De mens is nooit ver weg, ook niet in de natuur.”
„Het nadeel van namen noemen is dat het zo’n menselijke bezigheid is. Het zorgt voor een soort verticale hiërarchie, waarbij wij ons boven die andere soorten plaatsen, terwijl ik in mijn films streef naar een horizontale hiërarchie. Natuurlijk, er zijn verschillen tussen soorten – de lynx heeft de gems op het menu, niet andersom. Maar dat betekent niet dat de ene soort boven de andere verheven is.”
„Ja, ik ben – zeker in de Vogezen – zo vergroeid met de omgeving dat ik de gedragingen van de dieren goed ken. Dat móét ook wel, om ze op het juiste moment op de juiste plaats te filmen. Ik ben mijn vader dankbaar dat hij me als jongen van 12 al in mijn eentje de natuur liet intrekken; daarin was hij anders dan de ouders van klasgenootjes. Zo kwam ik al vroeg in aanraking met al die verschillende soorten. Des te schrijnender is het nu dat ik sommige ervan in aantal zo zie achteruitgaan. Ik vind het belangrijk die shifting baselines inzichtelijk te maken, want veel mensen beseffen niet eens wat er allemaal verdwijnt.”
„Ik krijg soms het verwijt dat ik niet activistisch genoeg ben. Maar ik wil niet met een moralistisch vingertje gaan preken, ik vind het juist ook belangrijk om de schoonheid van de natuur te laten zien, zodat mensen beseffen: daar doen we het allemaal voor. De natuur is in die zin haar eigen ambassadeur.”
„Heel mooi. Hoezeer ik er soms ook kan genieten om in mijn eentje de natuur in te trekken, uiteindelijk is het toch nog fijner om in het gezelschap van dierbaren te zijn. Mijn vader en ik hebben achttien jaar geleden ook al eens een gezamenlijk fotoboek over de Vogezen gemaakt, Clair de brume, en het was leuk om Simon daar nu ook bij te betrekken. In de film vind ik de scène heel mooi waarin hij met mijn vader door de sneeuw loopt in Noorwegen. Eerst stapt de kleinzoon voorzichtig in de sporen van zijn opa, later gaat hij juist voorop en maakt hij zélf de sporen voor zijn opa. Mooier had ik de circle of life zelf niet kunnen verbeelden – en het was niet eens in scène gezet.”