Home

Maandag knalt het besef er hard in: de hoge energieprijs lijkt minder tijdelijk dan gehoopt

En toen was er paniek. Maandag schoot de toch al hoge olieprijs nog eens 30 procent omhoog, richting de 120 dollar. Ook gas werd snel duurder. De hoop dat de prijspiek als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten tijdelijk is, lijkt verdwenen.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Waar de wereldwijde energiemarkten er vorige week nog op leken te rekenen dat de verstoring van de energietoevoer door de Straat van Hormuz tijdelijk was, werd het afgelopen weekend duidelijk dat hervatting weleens veel langer op zich kan laten wachten.

Belangrijkste reden voor het pessimisme: de aanhoudende aanvallen door Iran op olie-installaties van buurlanden en de aankondiging door Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Irak om de olieproductie af te schalen. De productie gaat omlaag omdat de opslagruimten van deze landen vol zitten.

Wat evenmin helpt is de benoeming van Mojtaba Khamenei tot nieuwe opperste leider van Iran. De 56-jarige Khamenei is de zoon van de vermoorde ayatollah Ali Khamenei en staat eveneens bekend als een havik.

Optimisme voorbij

Tot afgelopen weekend was er enig optimisme over de vraag of de oliestroom weer snel op gang kan komen. Dat kan relatief snel, was tot voor kort het idee: zodra de strijd luwt en de belangrijke zee-engte weer open gaat (een vijfde van alle olie en al het vloeibaar aardgas (LNG) ter wereld passeert normaal gesproken de Straat van Hormuz), kunnen de volle schepen vertrekken en komt de olie- en gasstroom weer op gang.

Maar door de aanvallen op olie- en gasinstallaties duren de verstoringen langer: het weer opstarten van een olieveld vergt tijd en het op gang brengen van een LNG-fabriek (waar aardgas vloeibaar wordt gemaakt) kost zelfs weken tot mogelijk maanden.

Nu een deel van de productie is stilgelegd, vergt het meer tijd voordat de verstoorde transportketens zich kunnen herstellen. Het energietekort is dus niet van korte duur, zoals gehoopt, maar zal mogelijk veel langer nadreunen.

Strategische reserves

Verlichting moet nu komen van de ministers van Financiën van de G7, die in de loop van maandag samen met het energieagentschap IEA kunnen besluiten de strategische oliereserves aan te spreken. De Financial Times citeerde maandag een Amerikaanse bron die stelde dat er mogelijk 300 tot 400 miljoen vaten op de markt komen – het equivalent van ruim twee weken olie langs Hormuz.

Het bericht leidde tot een daling van de prijs in de loop van maandagochtend. Maar eventuele verlichting is hooguit tijdelijk. ‘Het uitblijven van tekenen van de-escalatie betekent dat de markt rekening moet houden met een langdurige verstoring van de toevoer’, stelt Warren Patterson, hoofdanalist van de grondstoffentak van ING in Singapore.

De ING’er ziet weinig redenen voor optimisme: ‘Zolang er geen olie door de Straat van Hormuz wordt vervoerd, zullen de olieprijzen alleen maar stijgen.’ Rabobank acht een olieprijs van 150 dollar niet langer ondenkbeeldig.

Angst voor inflatie

Doemscenario’s als deze wakkeren de angst aan voor inflatie. Prijsstijgingen zijn nu al merkbaar aan de pomp, waar benzine en diesel flink duurder zijn. In Europa stijgt vooral de dieselprijs, doordat veel van deze brandstof juist uit de Golfregio komt.

Tot de inval in Oekraïne kwam veel Europese diesel uit Rusland, maar sancties maakten hieraan een einde. Nu ook de dieseltoevoer uit de Golfregio stokt, is diesel inmiddels duurder dan benzine – een zeldzaamheid in Nederland.

Gevolg: hogere transportkosten. Van de naar schatting 150 duizend trucks in Nederland rijdt 95 procent op diesel. ‘We zien dat 80 procent van de transporteurs inmiddels een brandstofclausule heeft’, aldus een woordvoerder van transportorganisatie TLN.

Dit betekent dat het gros de hogere dieselprijs kan doorberekenen aan de klant. Fijn (en noodzakelijk) voor vervoerders, maar producten worden hierdoor direct duurder, en dat zal de consument merken aan de kassa.

Sombere vooruitzichten

Hoe langer de crisis duurt, hoe breder de klappen worden gevoeld. Neem kunstmest: de productie hiervan vraagt veel aardgas en dus wordt kunstmest duurder. Als boeren meer moeten betalen, zullen de voedselprijzen op termijn stijgen.

Dure energie maakt alles dus duurder. Dit betekent inflatie, gevolgd door hogere rentes, gevolgd door verdere averij voor de wereldeconomie, met als ultiem negatieve uitkomst stagflatie – de gevreesde combinatie van economische krimp en inflatie.

Een week nadat de eerste bommen zijn gevallen in Iran, zijn de vooruitzichten dus een stuk somberder. Het gezamenlijk vrijgeven van een deel van de oliereserves zal een temperend effect hebben. Maar dit is tijdelijk; de industrielanden kopen slechts tijd. Als het conflict voortduurt en zelfs verder uit de hand loopt, is het dempend effect van het extra plasje olie zeer beperkt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next