Home

5G op het spoor: de gigabit-trein komt op stoom

Achter de schermen Als het gaat om mobiel bereik, behoort Nederland tot de top van Europa. Maar op het spoor kan de 5G-verbinding nog een stuk beter. Dankzij tientallen nieuwe antennes begint de ‘gigabit-trein’ op stoom te komen.

Zodra je de krappe buislift instapt, hoor je het. De wind blaast langs de 374 meter hoge zendmast, als op een enorme blokfluit, en het zachte suizen klinkt rustgevend. Hier, op honderd meter hoogte in de Gerbrandytoren, zijn de snelwegen en de spoorlijnen niet meer dan streepjes in het landschap.

Deze iconische mast tussen Lopik en IJsselstein is het visitekaartje van Cellnex, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de infrastructuur van een groot deel van de Nederlandse mobiele netwerken.

In de top van de toren vind je analoge techniek – zoemende antenneversterkers zo groot als een kerkorgel – en een klein datacenter. Het meest indrukwekkend is het stalen voetje, minder dan een meter in doorsnede, waarop de hele buismast balanceert. Een paar bouten houden de boel in bedwang, samen met de tuidraden, de ‘zijtakken’ die deze toren elk jaar in de grootste kerstboom ter wereld omtoveren.

De Gerbrandytoren hoort bij een netwerk van 24 omroepmasten. Ooit vielen deze kolossen onder KPN, maar dat bedrijf stootte die vaste infrastructuur af. Cellnex nam de klus over en exploiteert in Nederland inmiddels ook 4.300 zendmasten. Dat zijn opstelpunten op daken en de wat lagere masten, van een meter of veertig, waar mobiele providers als KPN, Odido en VodafoneZiggo hun antennes in monteren.

Awards voor Nederlandse providers

IJsselstein is de favoriete vergaderplek van Cellnex-ceo Marga Buijs. Zij leidt sinds vorig jaar de Nederlandse tak van dit Spaanse bedrijf. Mobiele providers die nog zelf hun zendmasten bezitten, zijn inmiddels zeldzaam, legt Buijs uit: liever huren ze de opstelpunten bij ‘neutrale’ partijen als Cellnex, zodat ze alle geld en expertise in het eigen netwerk kunnen steken. VodafoneZiggo exploiteert nog wel eigen masten, maar deze provider overweegt de boel volgens Bloomberg voor een half miljard euro te verkopen, met het oog op de aanstaande splitsing van Vodafone en Ziggo. Kansje voor Cellnex? Daarover laat Buijs zich niet uit.

Het afstoten van antenne-opstelpunten komt de kwaliteit ten goede. Nederlanders hebben weinig te klagen over hun mobiele verbindingen. Afgezien van een datalek hier en daar doen de Nederlandse netwerken het uitstekend in de internationale ranglijsten.

Dat bleek deze week weer tijdens het Mobile World Congress in Barcelona, waar tout de telecomwereld zich verzamelde om visitekaartjes en veren in daartoe bestemde lichaamsdelen te steken. Opnieuw regende het 5G-awards: volgens onderzoeksbureau MedUX bieden de Nederlandse providers de beste gebruikerservaring van heel Europa. KPN won de prestigieuze umlaut-test en Odido mocht van Ookla de prijs voor het snelste mobiele netwerk van Nederland in ontvangst nemen. Iedereen blij, dus. Hoewel…

WK telecom

Er zijn plekken waar de mobiele dataverbinding in Nederland tekortschiet. In rijdende treinen tijdens de spits bijvoorbeeld, waar iedereen tegelijkertijd scrollt, streamt en zich te pletter appt. Dat trekt een zware wissel op de mobiele netwerken.

In een (prop-)volle intercity passen wel duizend passagiers die met 140 kilometer per uur langs zendmasten razen. Al hun mobiele apparaten moeten binnen een paar seconden overschakelen naar de volgende zendmast, via een ‘hand-over’. Het is de WK telecom, en vaak moet het netwerk zich gewonnen geven. Overschakelen op het wifi-net in de trein helpt niet; dat maakt immers gebruik van dezelfde mobiele verbindingen.

Nu het goede nieuws. Spoorbeheerder ProRail is samen met Cellnex bezig het aantal opstelpunten langs het spoor uit te breiden. Het gaat om vijftig nieuwe antenneplekken, waarvan de helft al is geplaatst. Je kunt het verschil merken, bijvoorbeeld als je de trein van Utrecht naar Amsterdam neemt. Bij Abcoude zat tot voor kort een duidelijk dip in de verbinding, maar die is verdwenen sinds er afgelopen najaar een nieuwe antennemast bijkwam.

ProRail heeft de vijftig extra opstelpunten nodig voor de upgrade van het huidige beveiligingssysteem en voor FRMCS, het Future Railway Mobile Communication System. Dat is een Europees plan voor betere communicatie op het spoor: machinisten overleggen via dat netwerk met de verkeersleiding. Intussen worden zo ook rijtoestemmingen en data over de positie en snelheid van de trein doorgegeven.

Het huidige GSM-R systeem (met de R van Railway) werkt nog via het 2G-netwerk. Dat wordt over een paar jaar uitgeschakeld, dus is het tijd om de boel te vervangen door snellere 5G-verbindingen. Er moeten sowieso meer zendmasten bijkomen, voor de veiligheid.

ProRail maakt bij FRMCS niet alleen gebruik van de publieke mobiele netwerken; het legt ook een privénetwerk aan om ‘hybride’ te kunnen werken om storingen te voorkomen, legt Jos Nooijen uit. Hij is van oorsprong elektrotechnisch ingenieur en houdt zich bij ProRail bezig met mobiele connectiviteit. Volgens Nooijen snijdt het mes aan twee kanten: als er nieuwe zendmasten bijkomen voor het spoor, profiteren de reizigers meteen van de betere dekking. Uiteindelijk, is de bedoeling, zitten we allemaal in de Gigabit Train. 

Lekgeprikte coax-kabel als antenne

Er zijn meer locaties waar treinreizigers in een volle coupé hun mobiele verbinding zien afbrokkelen. De Veluwe is een beruchte witte vlek, en ook tussen Breda en Tilburg wil het 5G-netwerk wel eens haperen.

In de spoortunnels van het HSL-traject is het bereik inmiddels prima. In andere tunnels richten providers hun antennes zo dat ze vanuit beide openingen het signaal de tunnel ‘instralen’.

Soms helpt ProRail een handje, vertelt Nooijen, door een leaky feeder-systeem te monteren. Dat is een lekgeprikte coax-kabel die langs de tunnelwand als antenne dient, voor dataverbindingen en het C2000-netwerk van de hulpdiensten. Straks kunnen de publieke providers daar ook gebruik van maken, of leggen ze zelf leaky feeders aan.

Vlak langs de grens is het mobiel bereik vaak slecht, maar KPN bouwt een reeks extra opstelpunten tussen Arnhem en de Duitse grens. Op dat traject gaat ProRail dat nieuwe beveiligingssysteem met de moeilijke afkorting testen.

De bijvangst: als passagier houd je een goede mobiele verbinding in de hogesnelheidstrein richting Emmerich en Oberhausen. Eenmaal over de grens krijg je wel meteen heimwee naar het Nederlandse internet, want de Duitse dekking is doorgaans om te huilen.

Eigenlijk zijn Nederlanders te verwend met hun mobiele netwerken, vindt Nooijen. „Juist omdat het bereik altijd zo goed is, valt het op als het een keer niet werkt.” Dat krijg je ervan, als je tot de telecom-top behoort.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Technologie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next