Home

Waarom Den Haag een chronisch gemis aan terughoudendheid heeft

nieuwsbriefMachtige Tijden

Machtige Tijden Talloze Kamerfracties bekritiseerden de oproep tot terughoudendheid die premier Jetten en minister Berendsen deden na de aanvallen op Iran. Zij wilden steun aan Israël en de VS. Maar die critici lijden vooral zelf onder een chronisch gebrek aan terughoudendheid.

Rook stijgt op na een bominslag in Teheran afgelopen vrijdag.

In het voorjaar van 1991 deed ik verslag vanuit Noord-Irak. Een half jaar eerder had de Iraakse tiran Saddam Hussein buurland Koeweit ingenomen. De Amerikaanse president George H.W. Bush vormde een internationale coalitie die van de VN-Veiligheidsraad het mandaat kreeg Saddam begin 1991 uit Koeweit te verjagen.

Operation Desert Storm duurde enkele weken. Na de bevrijding van Koeweit stormden Amerikaanse troepen op Bagdad af. Bush trok ze terug: de afzetting van Saddam viel buiten het VN-mandaat. Maar de VS hadden eerder de Koerden in Noord-Irak aangespoord tegen Saddam in opstand te komen. Na de Amerikaanse terugtrekking nam de dictator wraak met zijn specialiteit: gifgasaanvallen. Koerden vluchtten massaal naar Oost-Turkije. 

Toen ik in Noord-Irak aankwam, begon het Westen met luchtbescherming zodat de Koerden naar Irak konden terugkeren. Er waren kapotgeschoten muurschilderingen van de dictator. Soldaten uit Saddams leger die weer de baas speelden. Schichtige Koerden met horrorverhalen over dat gifgas.

Dus toen CNN en Fox News woensdag het nieuws brachten dat Koerden in Noord-Irak opnieuw door de VS worden aangezet tot opstand, nu tegen het Iraanse regime, zei ik tegen mezelf: het debat van 2026 kan misschien wel wat herinneringen aan Desert Storm gebruiken.

Veel van de huidige dilemma’s over de aanval op Iran speelden toen ook. Bush die destijds een half jaar terughoudendheid opbracht voor dat VN-mandaat, en daarna de beperkingen van het internationaal recht respecteerde. Koerden die de prijs van Amerikaanse zelfoverschatting betaalden. De Haagse reacties toen premier Ruud Lubbers (CDA) de Kamer na de eerste aanvallen toesprak.

En ook de Kamerleden die het belang van internationaal recht benadrukten. VVD-leider Frits Bolkestein: „De nu door Amerikanen en anderen gevoerde actie is volledig gelegitimeerd door de Veiligheidsraad van de VN.” De brede behoefte aan terughoudendheid. D66-voorman Hans van Mierlo: „[Woorden] verbleken in het geweld dat is losgebroken.” Gert Schutte, leider van het GPV, voorloper van de CU: „Ons spreken nu kan niet anders dan terughoudend zijn.”

Toch viel het niet goed in Den Haag dat premier Rob Jetten (D66) en minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken, CDA) de strijdende partijen opriepen tot terughoudendheid toen Israël en de VS afgelopen week waren begonnen met het bombarderen van Iran.

Vicepremier Dilan Yesilgöz (Defensie, VVD) vroeg zich uren later al af „hoe realistisch” de-escalatie „überhaupt is”. Twee dagen daarna zag ze „Iraniërs opgelucht ademhalen” na „decennialange onderdrukking door een moorddadig regime”. Ook Berendsen herzag zijn eerste reactie, en toonde maandag bij de NOS „begrip” voor de aanvallen, „gezien het enorme risico en de enorme dreiging die uitgaat van dit Iraanse regime.” 

Daags erna waren talloze fracties in het Vragenuurtje kritisch over die eerste oproep tot terughoudendheid.

„Wat vlak en neutraal”, zei coalitiepartner Ruben Brekelmans (VVD). Michiel Hoogeveen van JA21, beschikbaar voor deelakkoorden met het kabinet, vond Jetten en Berendsen „zuinigjes”. André Flach (SGP, idem) was „zwaar teleurgesteld”. Gidi Markuszower (Groep Markuszower, idem) wilde dat Nederland „militaire steun” aan de VS en Israël toezegde. Geert Wilders (PVV) vond dat „de helden uit Amerika en Israël” applaus verdienden. „Wat een amateurisme.” Ook Don Ceder (CU), politiek erfgenaam van Schutte, wilde niets van terughoudendheid weten. Hij vond het kabinet „flets en slap.”

‘Gemekker’

Toch is terughoudendheid bij dreigend militair conflict sinds WOII decennialang de standaard. Op 11 september 2001 waarschuwt premier Wim Kok voor „escalatie die onherstelbare brokken veroorzaakt” en spreekt hij „de vurige wens uit dat het Amerikaanse volk in waardigheid zal reageren”. Oud-VVD-voorman Bolkestein, dan Eurocommissaris, vindt het „gemekker langs de zijlijn”.

Maar in de Kamer krijgt Kok steun. CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer, later NAVO-chef, bepleit een week na 9/11 namens de Kamer een debat „op sobere toon”. SGP-voorman Bas van der Vlies roept: „God in de hemel verhoede escalatie!” En D66-fractievoorzitter Thom de Graaf, nu vicepresident van de Raad van State, zegt over mogelijke gevolgen van 9/11: „De Kamer moet, waar nodig, terughoudendheid betrachten.”

Die houding verandert rond de tweede oorlog in Irak, in 2003. Het optimisme is groot, al voorziet J.L. Heldring in NRC dan al „toeneming van het terrorisme, verdere destabilisatie van het Midden-Oosten, zo niet van de wereld”.

In het Kamerdebat over de oorlog, in maart 2003, bepleit niemand nog waardigheid of terughoudendheid. En nu een VN-mandaat voor militaire agressie volgens critici ontbreekt, neemt een Kamermeerderheid impliciet afstand van het internationaal recht. Gerrit Zalm, dan VVD-leider, is er open over: „Teleurstelling omdat mijn fractie […] het internationale recht koestert en wil koesteren.”

Premier Jan Peter Balkenende, scherp ondervraagd door GL-leider Femke Halsema, houdt staande dat die juridische basis er wel is. Jaren later wordt hij door de commissie-Davids in het ongelijk gesteld, wat het einde van zijn politieke loopbaan inluidt.

Een Iraakse tank die is verwoest bij de bevrijding van Koeweit in 1991.

Zoals terughoudendheid als norm vervaagt, zo respecteert Den Haag hierna ook de internationale rechtsorde, eind jaren negentig al geschonden in Joegoslavië, niet vanzelfsprekend meer.

Zo betoogt de Kamer begin dit jaar, na de Amerikaanse ontvoering van de Venezolaanse president Maduro, in ruime meerderheid (GL-PvdA, D66, CDA, CU, SGP en VVD) dat Trump het internationaal recht heeft geschonden. Eric van der Burg (VVD), nu staatssecretaris van BZK: „Europa moet eensgezind duidelijk maken dat ze staat voor het internationaal recht en dat wat hier gebeurd is dus niet kan.”

Maar als de Kamer dinsdag in het Vragenuurtje de aanvallen op Iran en Khamenei’s dood bespreekt, laten veel fracties het internationaal recht in dezen ongenoemd. Of ze relativeren het, zoals Brekelmans en CDA-minister Berendsen. Ceder (CU): „Internationaal recht kan toch niet verworden” tot middel waarmee „schurkenregimes in stand worden gehouden?”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Maar wat vooral opvalt is het verschil in weging tussen de VS en Nederland van de legitimiteit van de aanvallen. Zo las ik maandag een vernietigende observatie met de titel The Astonishingly Weak Case for War with Iran. Nota bene in The National Interest, een Amerikaanse publicatie uit de realistische school in de buitenlandpolitiek, die beleid niet baseert op goede bedoelingen maar op rationele belangenafweging.

Oud-CIA-topman en Midden-Oosten-kenner Paul Pillar ontleedt in het stuk pijnlijke inconsistenties. Zo ziet hij groeiende roekeloosheid bij gebruik van militair geweld: „Alsof oorlog even onschuldig is als een diplomatiek initiatief.” The New York Times beschreef diezelfde dag dat Trump de waarschuwing van zijn hoogste militair wegmoffelde dat de aanval tot veel Amerikaanse slachtoffers kon leiden.

Ook valt het Pillar op dat Trump amper moeite doet de aanval te legitimeren. „Misschien omdat die [onderbouwing] zo zwak is.” Volgens Pillar ontbrak elke noodzaak: „Iran deed niets, niet op nucleair of ander gebied, dat wees op een urgente dreiging.” Een analyse die de inlichtingengemeenschap volgens The Wall Street Journal ook maakte.

En Pillar wijst erop dat de VS Iran tweemaal bombardeerden – in de zomer van 2025 en vorig weekeinde – terwijl de Trump-regering met het land onderhandelde over diens nucleaire programma. „Het verkleint het Amerikaanse vermogen om diplomatieke akkoorden te sluiten.” Een nette manier om te zeggen dat Trumps houding leidt tot meer wapengeweld omdat Amerikaanse woorden door zijn toedoen verminderd geloofwaardig zijn.

Flipperkast

Daarbij komt dat Trump zelf inzake Iran al jaren de consistentie heeft van een flipperkast. In 2017 bepleitte zijn minister van Defensie Jim Mattis het nucleair akkoord met Iran in tact te laten omdat opzegging de dreiging van een gewapend conflict vergrootte. Trump zegde het akkoord op – en ontsloeg Mattis in 2019.

Dit laatste deed hij dat jaar ook met nationaal veiligheidsadviseur John Bolton, mede omdat deze had aangedrongen op gewapende actie tegen Iran. Nu doet Trump wat Bolton vroeg en wat Mattis vreesde: gezegend zijn de politici die daarvoor begrip op moeten brengen. 

Je kunt je überhaupt afvragen hoe goed Haagse politici hun ‘begrip’ voor de aanvallen hebben overdacht. Houdt dit ook begrip voor hogere gas-, olie- en benzineprijzen in? Voor mogelijk meer militair conflict in het Midden-Oosten? Voor het moment dat de aanvallen van de „helden” Trump en Netanyahu honderdduizenden Iraanse vluchtelingen naar Europa leiden?

Natuurlijk – je hoopt dat de aanvallen de situatie van het Iraanse volk verbeteren. Maar niemand weet hoe realistisch dit is. In Venezuela is daarvan tot nader order weinig gebleken. Ook het Iraanse regime lijkt voorlopig niet erg aangetast: de Koerden in Noord-Irak zijn alweer aangevallen. Nu niet met Iraaks gifgas maar met Iraanse bommen. 

Zo laat deze hele kwestie vooral zien dat terughoudendheid, nationaal en internationaal, het grote gemis is in de politiek van 2026. Terughoudendheid die ruimte biedt om eerst te denken en dan te handelen. Die twijfel, afwachten en heroverwegen toelaat. Die zelfinzicht, realisme en zelfbeheersing brengt.

Dus een nieuwe oproep tot terughoudendheid aan strijdende partijen – het zou niet slecht zijn als die er, nu het nog kan, in Den Haag alsnog kwam. En daarna misschien nog eens de vraag behandelen of terughoudendheid überhaupt geen onderschat Haags verschijnsel is geworden.

Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.

Midden-Oosten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next