Kernwapens
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het is voor verstokte transatlantici soms moeilijk toegeven, maar je hoort het in geopolitieke kringen in Europa de laatste tijd steeds vaker: Frankrijk had gelijk. Niet pas toen president Emmanuel Macron in 2017 een punt ging maken van ‘strategische autonomie’ van Europa, maar al veel eerder, toen president Charles de Gaulle in 1958 bondskanselier Konrad Adenauer waarschuwde dat de Amerikanen niet te vertrouwen zijn en zich op een dag ook tégen Europa zouden kunnen keren. In 1960 had Frankrijk een eigen kernbom ontwikkeld en in 1966 trok het land, nog altijd onder De Gaulle, zich terug uit de commandostructuur van de door de Amerikanen gedomineerde NAVO.
De ingrijpende geopolitieke ontwikkelingen van de laatste jaren maken een herijking van de bestaande veiligheidsstructuren noodzakelijk, zeker voor Europa, dat zich decennialang veilig kon wanen onder de bescherming van de Amerikanen. De gewelddadige agressie-oorlog die de Russische president Poetin voert tegen Oekraïne toont het belang van een geloofwaardige Europese afschrikkingsmacht. Poetin zelf deinst er niet voor terug de Europese bondgenoten van Oekraïne met nucleaire dreigementen onder druk te zetten.
Geloofwaardige Europese nucleaire afschrikking is bovendien noodzakelijk geworden door de sterk veranderde verhoudingen met de Verenigde Staten onder president Trump. De Amerikaanse veiligheidsgaranties lijken hun langste tijd te hebben gehad.
Dat president Macron vorige week met enkele Europese landen afspraken heeft gemaakt om in deze steeds guurdere wereld mee te schuilen onder de Franse atoomparaplu is baanbrekend, maar goed te verklaren. Het is verstandig dat Nederland hierover met zeven andere Europese landen in gesprek gaat met Frankrijk, de enige EU-lidstaat die beschikt over kernwapens.
Om tot Macrons dissuasion avancée (uitgebreide afschrikking) te komen gaat de Franse nucleaire doctrine op de schop. Voor het eerst deze eeuw zal Frankrijk zijn nucleaire arsenaal gaan vergroten. Dat is volgens Macron noodzakelijk om de reikwijdte van de Franse afschrikking uit te breiden in Europa.
Wat niet verandert is dat het „ultieme besluit” (over de inzet van wapens) bij de Franse president blijft. Dat roept wel vragen op voor de langere termijn. Macrons presidentschap loopt op zijn laatste benen en de kans dat anti-Europees radicaal-rechts in 2027 het Élysée opeist neemt haast met de dag toe.
Hoe de samenwerking met, behalve Nederland ook Duitsland, Polen, België, Griekenland, Denemarken, Zweden én het Verenigd Koninkrijk eruit gaat zien zal de komende tijd onderwerp zijn van veel besprekingen tussen Parijs en de betrokken hoofdsteden. Duidelijk is dat Macron de mogelijkheid wil creëren Franse kernwapens ook elders in Europa te stationeren, ter afschrikking van potentiële vijanden. Het kan het begin zijn van een noodzakelijke eigen Europese veiligheidsstructuur, zij het onder Franse voogdij.
Het Franse plan is een belangrijke stap die past bij een Europa dat meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen veiligheid, en minder afhankelijk is van de VS. Amerikanen, zei De Gaulle destijds, begrijpen weinig van de Europese geschiedenis. Daar kunnen huidige Europese leiders aan toevoegen dat van gedeelde waarden, zoals het bevorderen van een internationale rechtsorde, ook steeds minder sprake is.
Europese samenwerking met de Fransen is een logische ontwikkeling in een tijd waarin de drie belangrijkste nucleaire mogendheden – de VS, China en Rusland – zich steeds meer bedienen van keiharde machtspolitiek in plaats van te zoeken naar internationale samenwerking.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet