Na de aanval op Iran door de VS en Israël valt het niet meer weg te duwen: het volkenrecht is voortaan voor de zondag. Prachtig systeem van normen en waarden, deze droom van een internationale rechtsorde, geboren uit oorlog en de ‘nooit meer’-gedachte na de holocaust. Een stelsel waarin de macht begrensd wordt door het recht. Een systeem dat conflicten modereert, escalatie aan condities bindt, gedrag op het slagveld normeert en de uitkomst ervan helpt bepalen.
Het is van tafel geveegd door het Amerika van Trump, dat zich door niets laat begrenzen en uitsluitend in eigen belang handelt. Dat grenzen trekt op basis van machtspolitiek die we sinds het 19de-eeuwse stelsel van invloedssferen niet meer hebben gezien. Groenland? Zuid-Amerika? Canada? We horen wel wat het Witte Huis ermee van plan is. Het recht van de sterkste domineert, niet de sterkte van het recht. Heeft u kritiek, zoals Spanje, dan zegt Trump de handelsbetrekkingen op. Europa veert mee, duwt terug, hoopt dat het tijdelijk is, kiest voor het eigen hachje en zit met Oekraïne in z’n maag. Maar het komt onvermijdelijk voor keuzes te staan waar het nog niet aan wil.
We maken een deconfiture van het naoorlogse ideaal van de ‘internationale gemeenschap’ mee. En dus een complete ommekeer in internationale betrekkingen. Met Trump en zijn ministers die à la Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Defensie, neerbuigend spreken over „zogenaamde” internationale instellingen, „stomme gevechtsregels”, „politiek correcte oorlogen” die naties democratisch zouden moeten herbouwen.
Nee, de oorlog met Iran is zwart-witte machtspolitiek, technicolorgeweld, zonder duidelijke strategie. Over de motieven is het speculeren: stabiele olieprijzen, het voorkomen van een nucleair bewapende staat zoals Noord-Korea, de Iraanse burgers bevrijden? Naar welke film kijken we hier? Van coalitievorming is afgezien, wat ook al veel zegt. Dit is de as VS-Israël, net terug van het slagveld Gaza, waar de landen de internationale regels ook al met voeten traden.
Hoe dan ook, de legitimatie voor de aanval op Iran ontbreekt, althans naar volkenrechtelijke normen. De ‘onmiddellijke dreiging’ van een gewapende aanval door Iran was er niet – laat staan een daadwerkelijke aanval. En dus mogen de landen die zich bedreigd voelden, de VS en Israël, niet zélf aanvallen.
Om politieke doelen te bereiken blijven dan principieel alleen vreedzame middelen over: sancties, blokkades, isolatie, onderhandelen. Wat ook weer politiek ruimte biedt om een immer rampzalige oorlog te vermijden, maar de dreiging ervan boven de markt te houden. Militaire macht is het effectiefst als die juist niet wordt ingezet, een inzicht dat in de VS en Israël nu weinig gewicht in de schaal legt.
Onverwacht komt het allemaal niet. Hoogleraar volkenrecht André Nollkaemper (UvA) analyseerde begin januari in NRC al dat de recente Amerikaanse veiligheidsstrategie de uitholling van het internationale recht als doel heeft. Wat we hier zien is beleid, opzet, het plan. Wie de sterkste is, heeft het recht om militair te interveniëren, ook om die positie te beschermen.
Hegseth gebruikte een perfecte cirkelredenering om een „onmiddellijke dreiging” te construeren: als Israël aanvalt, dan lokt dat een militair antwoord van Iran uit, vermoedelijk gericht op Amerikaanse bases, en ‘dus’ mogen de VS preventief aanvallen. Daarmee is het hek van de dam. Dan ‘mag’ voortaan ieder land dat zich bedreigd acht op basis van andermans toekomstig handelen geweld gebruiken. Berg je dan maar.
De aanval op Venezuela – de ontvoering van Maduro, het bombarderen van ‘drugsboten’ – past bij deze vorm van eigenrichting: het nieuwe uitgangspunt is Amerikaanse „rechtshandhaving” in andere soevereine landen, concludeerde Nollkaemper. Artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest dat geweld verbiedt (‘tenzij’) is opzijgeschoven. De Rubicon is overgestoken. Zie ook de sancties van de VS tegen personeel van het Internationale Strafhof, de eenzijdige importtarieven, de bombardementen van vorig jaar op Iran. En, brengt Nollkaemper in herinnering, het „buiten de VN om toestaan van diepzeemijnbouw”.
Supermacht Amerika steunt dus het internationale recht niet meer. Europa weet er zich nog geen raad mee. Den Haag balanceerde deze week tussen „begrip” – want het „moorddadige regime” in Teheran is een schandvlek – en ongemak met de eigenrichting van de VS en Israël, die immers de bodem onder het volkenrecht wegslaat en daarmee Europa met lege handen achterlaat. Het morele gezag van Europees buitenlands beleid rust immers mede op het juridische fundament ervan.
Of moet Europa óók in invloedssferen gaan denken? Alleen Frankrijk en ooit Duitsland hebben dat in hun genen zitten. In die zin bestaat de Europese Unie niet als deelnemer aan dit aloude spel. Het is zélf een creatie van het internationale recht.
Het volkenrecht kan dus een plankje lager in de kast, zo lijkt het. Naast Hugo de Groot, het Oud-vaderlands recht en het Romeinse recht. Naslagwerken voor betere tijden. Recht dat niet zozeer heeft gefaald, maar in onbruik raakt. En dat pas herrijst als de wereld zich realiseert dat alleen macht als maatstaf voor vrede en stabiliteit geen toekomst heeft.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.